Deze pagina is nog niet geoptimaliseerd voor weergave op kleinere schermen.
De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Wat zijn die verschillen in chemische middelen?

Er zijn verschillende groepen chemische middelen om planten te beschermen die ook verschillend worden toegepast. Wat zijn die verschillen?

Chemische middelen hebben niet alleen verschillende toepassingen, ze zijn er ook in heel verschillende vormen. Sommige moeten in water worden opgelost of verdund, andere zijn kant-en-klare, al verdunde spuitmiddelen en weer andere hebben een poeder- of korrelvorm. Ook staafjes, stekers en tabletten komen voor. De keuze is afhankelijk van wat u wilt bereiken en de tijd die u eraan wilt besteden. Alle voor particulieren toegelaten middelen voldoen in Nederland aan door de overheid gestelde milieu-eisen. In de (vooral zuidelijker) landen om Nederland heen gelden vaak minder strenge eisen en zijn nog middelen te koop die veel schadelijker zijn voor het milieu. Professionele toepassers mogen soms nog wel middelen toepassen die voor particulieren inmiddels zijn verboden. Chemische middelen werken op de volgende, verschillende manieren:
Contactmiddelen: Deze hechten aan het oppervlak van bladeren of andere plantendelen. Ze moeten daar in contact komen met ongedierte, schimmels, of andere ziekteverwekkers en aantasters om hun werk te doen. Met contactmiddelen moeten aangetaste plantendelen dus nauwkeurig en grondig (bijv. ook aan de onderkant van bladeren) worden bespoten.
Systemische middelen: Deze middelen worden door een plant opgenomen (ze komen in de ‘bloedbaan’, het sap) en worden inwendig naar alle delen van de plant vervoerd (dus ook naar de wortels e.d.). Dus wordt ongedierte dat onder het oppervlak van planten leeft (bijv. bladmineerders) er ook mee bereikt. Doordat de behandelde plant zelf zorgt dat het werkzame gif overal terecht komt, hoeft u niet zo precies en zorgvuldig te spuiten. Er is meestal ook minder van een stof nodig en het wordt niet door regen van de plant afgespoeld. De stof blijft wel veel langer werkzaam in een plant. Gaat het om een gewas dat u wilt eten (of aan dieren wilt voeren) dan duurt het dus veel langer voor u dit kunt gebruiken.
Langwerkende middelen (vooral voor toepassing in of op de bodem): die worden in water verdund of opgelost verspoten, op de grond (en op paden, terrassen en opritten) gestrooid of door de grond gemengd. Het gaat hierbij o.a. om middelen tegen schimmels of algen. Ze blijven vaak maandenlang actief.
Selectieve chemicaliën: Deze middelen worden ingezet tegen specifieke ziekten, onkruiden of insecten. Ze zijn alleen voor bepaalde aantasters schadelijk. Een voorbeeld is pirimicarb dat wel tegen bladluizen helpt, maar bijen, vlinders, lieveheersbeestjes enz. hebben er geen last van. Zo zijn er ook middelen die wel het onkruid in een gazon aantasten, maar niet schadelijk zijn voor de grasplanten zelf.
Non-selectieve chemicaliën: Deze middelen doden alles qua onkruid of insecten die ermee in aanraking komen. Dit is de groep waarin de meeste verboden zijn gevallen. De middelen die nog zijn toegelaten, hebben meestal een korte werkingsduur en worden vrij snel in het milieu afgebroken.