Deze pagina is nog niet geoptimaliseerd voor weergave op kleinere schermen.
De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Wat is een mammoetboom?

Wat is een mammoetboom?

De echte mammoetboom heet Sequoiadendron giganteum. Het is een reusachtige conifeer uit westelijk Noord-Amerka met een kaarsrechte stam waaruit takken steken die eruit zien of ze erin zijn geduwd. Aan die takken groeit blauwgroen loof in de vorm van korte naaldjes en de boom vormt hangende, bruine zaadkegels. De mammoetboom wordt in Amerika wel 100 m hoog, in Europa is 50 m ongeveer het maximum. Het meest opvallend is de zachte, rode, vezelige schors die een perfect werkende brandwerende laag rond de stam vormt. Die rode schors heeft de mammoetboom gemeen met de hoogste boomsoort die onze aarde kent, de nauwverwante kustmammoetboom (Sequoia sempervirens) waarvan de reuachtige eeuwenoude exemplaren in Californië (USA) te vinden zijn (o.a. in het Redwood National Park). De hoogste meet 115 m. Bij ons doet deze boom het niet. Het is hier te koud, maar voor de laatste ijstijd (die eindigde ca. 10.000 jaar geleden) kwamen Sequoia’s op veel meer plaatsen ter wereld voor. Het was toen op aarde warmer dan nu. Een derde soort is de Metasequoia glyptostroboides die men heel lang alleen in versteende (en naar men dacht) uitgestorven vorm kende tot er in 1945 bij een tempel in Oost-Zechuan (Centraal-China) een paar enorme, levende exemplaren werden aangetroffen. Later bleken er nog veel meer te groeien in het Shui-Hsa-dal, op omgevende berghellingen op hoogten tussen 700 en 1500 m. Ze werden daar 35-50 m hoog en ze bleken vrij eenvoudig door stek te kunnen worden vermeerderd. Oude bomen hebben een stamomvang van meer dan 2 m en ze vormen zogenaamde ‘lijsten’ (een soort steunberen) onderaan de stam. Dit is een bladverliezende conifeer. In de herfst vallen de paarsgewijs geplaatste naalden samen met het verbindende twijgje af. Die naaldjes zijn van boven blauwgroen, van onderen lichtgroen, maar ze verkleuren in de herfst prachtig goudgeel. Een jonge Metasequoia (een Nederlandse naam heeft hij niet) lijkt wel wat op een moerascipres (Taxodium distichum). Beide hebben een rafelige, wat grauwbruine, afbladderende schors.