Deze pagina is nog niet geoptimaliseerd voor weergave op kleinere schermen.
De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Verzorging van Pyracantha (vuurdoorn)

Graag advies over de verzorging van een vuurdoorn, het snoeien, wat te doen met uitgebloeide bloemen en bessen, en hoe te voeden.

De vuurdoorn (Pyracantha) is een makkelijke groeier, die het goed doet op elke doorlatende, wat humeuze tuingrond. Hij heeft echter een hekel aan veel kalk in de grond. De struik is wintergroen, gedoornd en bloeit met kleine witte bloemen in trossen in mei. In het najaar heeft hij mooie oranje, oranjerode of gele bessen die graag door vogels gegeten worden. In het voorjaar kan een voorraadbemesting gegeven worden in de vorm van wat compost of verteerde bladaarde.
Wanneer een vuurdoorn vrij uit kan groeien is snoei nauwelijks nodig, tenzij de vorm gecorrigeerd moet worden om een mooier evenwicht in de struik te krijgen.
Vuurdoorns kunnen uitstekend gesnoeid worden, bijvoorbeeld als leivorm tegen de gevel of als haag. De plant bloeit op takken die minimaal 2 jaar oud zijn, en kan zich goed verjongen. Wordt vuurdoorn als haag geplant dan kan hij 2 tot 3 keer per jaar met de heggeschaar geknipt worden. Dit gaat dan wel ten koste van de bloei (en de besvorming).
Om na aanplant een mooie leivorm te krijgen wordt de hoofdscheut omhoog geleid. De zijscheuten in de gewenste groeirichting worden horizontaal aangebonden en direct met 1/4 ingekort. Alle scheuten die niet in de gewenste groeirichting groeien (bijvoorbeeld van de muur af) worden helemaal weggeknipt. De daarop volgende jaren wordt dit voortgezet: jonge scheuten in de verkeerde richting groeien verwijderen, de zijtakken op de horizontaal geleide gesteltakken telkens halveren. De snoei kan het beste plaatsvinden na de bloei, eind juli of begin augustus. De uitgebloeide bloemen kunnen daarbij blijven zitten, zodat zich besjes kunnen vormen. Oude gesteltakken die niet bloeien kunnen weggehaald worden, waarna uit de jonge scheuten nieuwe gesteltakken aangebonden worden.