Deze pagina is nog niet geoptimaliseerd voor weergave op kleinere schermen.
De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Verzorging van olijfboom (Olea)

Ik heb van een vriendin een olijfboompje gekregen, meegenomen uit Zuid-Frankrijk. De boom ( 30 cm) staat nu binnen. De bladeren beginnen af te vallen. Wat moet ik doen zodat de boom de winter doorkomt, en volgend jaar een nieuwe groei kan doormaken tot het een echte boom is (dit duurt nog wel even, denk ik)?

De volgende tekst kunt u ook in de opgemaakte versie downloaden of printen. Open daartoe een nieuwe internetpagina. Kopieer de volgende link naar het browserveld (waar u normaal het internetadres intypt): http://www.mwiarda.nl/appeltern.htm en klik daarna op enter.

Olea europea (olijfboom)

Algemeen

De olijfboom komt van oudsher voor in de landen rondom de Middellandse Zee en Klein-Azië. Ze stammen af van de wilde olijf (Oleaster) en er zijn alleen cultuurvormen van bekend, die ook wel verwilderd aangetroffen worden. Om eetbare olijven te krijgen zijn 2 verschillende rassen nodig, of een zelfbestuivend exemplaar. Het kan 5 jaar of langer duren voordat de bomen vrucht dragen. Olijfbomen groeien langzaam, en maken lange wortels. Ze kunnen zeer oud worden, en krijgen dan vaak een holle stam.

Verzorging

De olijfboom is groenblijvend, kan goed tegen droogte en houdt erg van milde winters en warme zomers. Hij kan niet goed tegen vorst, en kan daarom het beste als kuipplant gehouden worden.
De plant groeit prima in gewone potgrond, waar af en toe wat kalk bij gegeven wordt. Hij kan tijdens het groeiseizoen bemest worden met een langzaam werkende kunstmest. Onder in de pot kan een mix van kleikorrels en compost doorgewerkt worden. De grond wordt daardoor luchtiger en overtollig water kan weg. Een laag potscherven of kleikorrels onder in de pot is in ieder geval onontbeerlijk. De grond mag niet uitdrogen, maar mag ook beslist niet te nat zijn. Vertoont de plant omkrullende bladeren dan wijst dat op te natte potgrond. Staat hij langdurig te nat dan kunnen de wortels gaan rotten. Om de drie à vijf jaar wil hij graag een keer verpot worden. Wordt hij in een iets grotere pot gezet, dan kan gelijk wat nieuwe grond toegevoegd worden, met wat klei of leem er doorheen gemengd. De plant wordt dan enkele centimeters lager teruggeplant in de nieuwe pot. Is het niet mogelijk om hem in een grotere pot te zetten, dan kan bij het verpotten heel voorzichtig de kluit iets verkleind worden, zodat toch een aanvulling met &#145verse&#146 grond mogelijk is.
Half mei, zodra de kans op nachtvorst over is, kan de olijfboom buiten neergezet worden. Zodra er eind oktober weer gevaar voor nachtvorst is, moet hij weer naar binnen. Ook in de wintermaanden mag de kluit niet helemaal uitdrogen. De olijfboom moet koel maar vorstvrij overwinteren (tussen de 2 en 10 graden Celsius is ideaal), en staat dan liefst niet te donker. Als de plant en de pot niet te nat zijn kan hij zelfs enige nachtvorst verdragen. Overwintert de hij in een normaal verwarmde kamer dan moet hij zeker op een lichte plek staan (liefst in de zon, bijvoorbeeld op het zuidwesten). Na een koele overwintering (ter bevordering van de knopvorming) heeft de olijfboom vroeg in het voorjaar zo´n zes uur per dag zon nodig om echt in bloei te komen. De bloemen verschijnen eind mei of begin juni Ze zijn klein, groenig wit van kleur en geuren. In lange, hete zomers kunnen ook in Nederland olijven rijp worden. Ze zijn eerst (geel)groen, en worden later donkerbruin, paars of zwart. Zodra ze makkelijk loslaten van de boom zijn ze rijp.

Snoeien

Omdat hij zo langzaam groeit heeft de olijfboom weinig snoei nodig. Meestal beperkt de snoei zich tot het wat inkorten van uitstekende takken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren voordat hij eind oktober binnen gezet gaat worden. Aan de jonge takken die daarna gevormd worden komen het daarop volgende jaar weer nieuwe vruchten. Het voordeel van het af en toe innemen van de langere takken is dat er daarna weer vertakking optreedt, waardoor een dichtere boomkroon ontstaat. De takken die weer uit moeten gaan lopen kunnen dan tot een lengte van circa 20 cm teruggeknipt worden. Ongewenste takgroei, bijvoorbeeld op de stam, kan tot op de stam weggeknipt worden. De olijfboom kan ook geknot worden als een knotwilg, maar de kans bestaat dat hij in het daarop volgende seizoen weinig vruchten geeft.

Stekken

Vermeerdering van de olijfboom gebeurt bij voorkeur via stekken of afleggen. Stekken kan met scheuten van circa 20 cm lang van eenjarige twijgen, of met een stek met een hieltje: dit is stukje van een oudere tak, met daaraan een jonge scheut. De stekken worden heel diep in de stekgrond gestoken. Alleen de bovenste bladknop blijft boven de grond uitsteken. Gebruik van stekpoeder bevordert de beworteling en gaat de ontwikkeling van schimmels tegen. Nadat de stekken enkele weken op een warme, lichte plaats hebben gestaan en vochtig gehouden zijn, hebben zich de eerste wortels en knoppen ontwikkeld en kunnen ze opgepot of geplant worden.
Ze kunnen ook door afleggen vermeerderd worden. Dan wordt een tak naar de grond gebogen en daar vastgezet, bijvoorbeeld met een steen. De ondergrond dient los te zijn, zodat de wortels er kunnen groeien. Een hoopje compost rond de te bewortelen plek bevordert de ontwikkeling van de wortels. Als de plek voldoende vochtig gehouden is hebben zich ook hier na enkele weken de eerste wortels ontwikkeld, en kan de tak losgeknipt en verplant worden. De derde en lastigste mogelijkheid is zaaien. De pit moet dan eerst een week voorgeweekt worden in water, waarna hij in de stekgrond gelegd kan worden.

Ziekten en plagen

Als een olijfboom goed verzorgd wordt heeft hij over het algemeen geen last van ziekten of plagen. Wel kan bladval optreden. Ook wintergroene heesters en bomen vernieuwen om de zoveel tijd hun blad. Het is dus niet abnormaal als de plant af en toe wat blad laat vallen. Treedt plotseling veel bladval op, dan is er iets niet in orde met de standplaats: te droog of te nat, of (vooral bij de overwintering) de plant staat te donker. Hetzelfde geldt voor het plotseling afvallen of verschrompelen van de vruchten als dit gebeurt voordat het groeiseizoen afgelopen is.

Inmaken van olijven

Het verschil tussen gele, groene en zwarte olijven wordt bepaald door de pluktijd. De gele en groene exemplaren zijn geplukt terwijl ze nog niet rijp waren. Olijven zijn, als ze zo van de boom geplukt worden, erg bitter. Om ze te kunnen eten moeten ze eerst behandeld worden. Voor het inmaken worden bij voorkeur olijven gebruikt die nog net niet helemaal rijp zijn. Na het plukken worden de steeltjes en bladeren verwijderd. De olijven worden ingekerfd tot op de pit, de dikke exemplaren zelfs aan twee zijden. Ze worden daarna in een diepe schaal of kom gedaan, en goed onder water gezet. Om ze onder water te houden kan er een in een doek gewikkelde steen opgelegd worden. Het water moet iedere dag ververst worden. De periode waarin dat nodig is verschilt per olijfboom van een week tot en dag of 40. De bittere smaak moet helemaal verdwenen zijn. Daarna worden ze in een pekeloplossing bewaard. De pekeloplossing bestaat uit gekookt water waarin zout opgelost wordt. De hoeveelheid zout is daarbij afhankelijk van de smaak die bereikt moet worden, en varieert van een ons zout per liter tot een grotere hoeveelheid zout. Nadat de pekeloplossing afgekoeld is worden de olijven in een weckpot gedaan, en overgoten met het zoutmengsel tot ze goed onder water staan. Het geheel wordt luchtdicht afgesloten, en is (afhankelijk van de zoutconcentratie) op een koele, donkere plaats enkele maanden tot enkele jaren houdbaar. De olijven kunnen daarna gewoon &#145naturel&#146 gebruikt worden in allerlei gerechten, of nog in een marinade gezet worden. Bij de marinades wordt veel gebruik gemaakt van olijfolie, knoflook, citroen en allerlei kruiden.