Deze pagina is nog niet geoptimaliseerd voor weergave op kleinere schermen.
De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Verzorging van oleander (Nerium)

Hoe moet ik mijn oleander verzorgen qua gieten, bemesten enzovoort?

De volgende tekst kunt u ook in de opgemaakte versie downloaden of printen. Open daartoe een nieuwe internetpagina. Kopieer de volgende link naar het browserveld (waar u normaal het internetadres intypt): www.mwiarda.nl/appeltern.htm en klik daarna op enter.

Nerium oleander (oleander)

Algemeen

Het verspreidingsgebied van de oleander (voluit Nerium oleander) strekt zich uit van de landen rondom de Middellandse Zee tot in Zuidwest-China. Daar groeien ze van nature op vochtige plekken langs beken en rivieren. Oleanders zijn verkrijgbaar met veel verschillende bloemkleuren, van roze, rood, geel en wit en alles wat daartussenin zit. Ze kunnen enkele, dubbele of gevulde bloemen hebben. De bloeitijd loopt van het begin van de zomer tot eind september. De plant is wintergroen en kan in de streken waar hij thuis hoort een hoogte bereiken van 5 meter. Wordt hij hier als kuipplant gehouden, dan wordt hij doorgaans niet hoger dan 2 meter. Hij is winterhard in USDA klimaatzone 9 of hoger. Dat betekent dat hij in Nederland en België (USDA klimaatzone 7 en aan de kust 8) in de winter naar binnen moet.
Alle delen van de plant zijn zeer giftig doordat ze onder meer de stoffen nereïne en oleandrine bevatten. Het eten van bloemen, zaden of zelf een enkel blad kan voor een kind al dodelijk zijn. Huisdieren en kinderen kunnen er dus beter bij uit de buurt gehouden worden. De sappen van de plant kunnen huidirritatie veroorzaken.

Verzorging

De oleander kan in de zomer buiten staan. Half mei, zodra de kans op nachtvorst over is, kan hij naar buiten. Zodra er eind oktober weer gevaar voor nachtvorst is, moet hij weer naar binnen. Hij heeft het liefst een plek in de volle zon, met een hoge luchtvochtigheid, bijvoorbeeld aan de rand van een vijver.
De oleander staat graag in een ruime pot. Die kan gevuld worden met gewone potgrond, liefst met wat klei of leem, wat scherp zand en als basisbemesting wat oude stalmest of beendermeel. Onder in de pot kan een flinke laag aangebracht worden van scherven, grind of kleikorrels, omdat de plant graag van onderaf water opneemt.
Jonge planten kunnen ieder jaar verpot worden, oudere planten om de drie jaar. Is verpotten lastig (bijvoorbeeld bij oude kuipplanten) dan kan alleen de bovenste laag af en toe vervangen worden. Dan ook graag weer met wat klei of leem door de aanvullende potgrond.
Een oleander heeft altijd veel dorst. Dagelijks flink gieten met lauw water wordt erg gewaardeerd, evenals een regelmatige gift van kleine beetjes gedroogde koemest of (kuipplanten)mest. Als de planten te groot of aan de onderkant kaal worden, kunnen ze prima gesnoeid worden. Dat kan het best in het najaar, wanneer de plant binnen gezet wordt. Gewoon een flink stuk van de takken afknippen in het oude hout, tot de plek waar het volgende jaar weer de eerste vertakkingen gewenst zijn. Dat geldt ook voor de oleanders op stam, waarbij uiteraard alleen de kroon gesnoeid wordt. De scheuten die daarna uitlopen zullen de komende zomer bloeien. Snoeien in het voorjaar kan ook, maar vermindert de bloeikans in het daarop volgende seizoen.
Het overwinteren gebeurt het best op een koele, lichte plaats. Voor de gewone roze en witte cultivars mag de temperatuur net boven de 5 graden Celsius liggen. Als de kluit droog is overleeft de plant zelfs een paar graden vorst vaak nog wel, al heeft dat wel vaak bruin wordend en afvallend blad tot gevolg. De wat kwetsbaardere donkerrode, gele en gevuld bloemige variëteiten houden het bij de overwintering graag iets warmer, rond 10 Celsius. In ieder geval moet de temperatuur onder de 16 graden Celsius blijven. Een te warme overwinteringstemperatuur kan de oorzaak zijn van de vorming van lange (te) dunne scheuten in het voorjaar. In de winterperiode hoeft maar weinig water gegeven te worden, en geen mest.

Stekken

Oleander kan goed gestekt worden. De beste tijd om te stekken is in juni. Daartoe worden kopstekken gesneden met een lengte van 2 of hooguit 3 bladparen, die met een scherp mes net onder een bladpaar afgesneden worden. De onderste bladeren worden verwijderd, waarna de stek in een mengsel van scherp zand met wat potgrond gestoken wordt. Op een warme, lichte plek verschijnen na enkele weken de eerste wortels. De stekken wortelen ook op water. Zodra er voldoende wortels zijn ontstaan kan de stek opgepot worden.

Ziekten en plagen

Een vaalgroene of wat gelige bladkleur kan er op wijzen dat de plant qua luchtvochtigheid op een te droge plek staat. Een standplaats naast een vijver is ideaal. Af en toe nevelen in droge periodes wil ook nog wel eens helpen. Andere manieren om de luchtvochtigheid in de omgeving te verhogen zijn:
planten met groot blad (die veel water verdampen) in de buurt zetten; moerasplanten (Cyper-gras of parapluutje) in een grote pot ernaast zetten; de plant (in een gesloten pot) in een met kleikorrels gevulde grotere overpot of schotel plaatsen die dan goed vochtig gehouden worden, of een apart watertuintje maken door een pot of schotel met kleikorrels los naast de planten te zetten.

Zelfs op een ideale standplaats kan het in een regenachtige of koele zomer gebeuren dat de plant niet of nauwelijks in bloei komt. Dan is de temperatuur te laag geweest om de knopontwikkeling goed op gang te brengen. Heeft de plant wel knoppen gemaakt maar zijn ze niet uitgekomen of zelfs afgevallen, dan is het te nat geweest. Als het probleem zich meerdere jaren achtereen voordoet kan de plant tijdens de knopontwikkeling uit de regen gezet worden.

Een oleander kan last hebben van aantasting door bladluis, schildluis en rode spint. Hiertegen zijn verschillende bestrijdingsmiddelen verkrijgbaar bij tuincentra en bloemisten.

Daarnaast kunnen enkele specifieke oleanderkwalen voorkomen.
Zo kunnen de planten in natte zomers aangetast worden door de schimmel Ascochyta: er ontstaan bruine vlekken in de bladoksels en in het blad en de jonge scheuten verwelken. De schimmel verspreidt zich via waterdruppels. De plant moet dan dus meteen uit de regen gezet worden. Alle aangetaste delen moeten uit de plant verwijderd worden, waarna het snoeigereedschap goed ontsmet moet worden.
Een andere vervelende aantasting is oleanderkanker: wratachtige, donkerbruine woekeringen op de stengels en soms lichte, waterachtige vlekken op het blad. De veroorzaker, een Pseudomonas-bacterie, is vaak al vanaf de kwekerij aanwezig, en slaat toe als de plant in een minder goede conditie is. Ook hierbij kunnen de aangetaste delen weggehaald en vernietigd worden. Het gereedschap moet na de behandeling goed ontsmet worden. Oleanderkanker verdwijnt niet uit de plant, en kan weer toeslaan zodra de conditie van de plant afneemt. Bovendien kunnen andere oleanders die erbij in de buurt staan ook besmet raken. In dat geval is het vaak verstandiger de plant te vervangen.