Deze pagina is nog niet geoptimaliseerd voor weergave op kleinere schermen.
De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Verzorging van Bougainvillea

Ik zou graag Bougainvillea willen planten, maar weet om te beginnen niet in welke soort grond, en verder ook niet hoe ik hem moet verzorgen. Het is een plantje dat ik meegebracht heb uit Griekenland. Het is nu ongeveer 20 cm hoog.

De volgende tekst kunt u ook in de opgemaakte versie downloaden of printen. Open daartoe een nieuwe internetpagina. Kopieer de volgende link naar het browserveld (waar u normaal het internetadres intypt): www.mwiarda.nl/appeltern.htm en klik daarna op enter.

Bougainvillea

Algemeen

De Bougainvillea komt oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Amerika, maar heeft zich via aanplant en verwildering verspreid in de landen rond de Middellandse Zee, Florida, het zuiden van Azië etc. Hij kan in Nederland alleen in de kas, als kamerplant of als kuipplant gehouden worden, want hij is niet winterhard. De bloemkleur van B. glabra en B. spectabilis is over het algemeen paars of rood, de variëteiten met witte of gele bloemen worden minder vaak te koop aangeboden, en zijn wat kwetsbaarder. De planten maken lange ranken, die vaak gedoornd zijn.

Verzorging

Bougainvillea houdt van een beschutte standplaats in de volle zon. Net aangekochte planten die volop in bloei staan kunnen beter eerst op een wat koelere plek uit de zon gezet worden om te acclimatiseren. Omdat het buiten vaak lang duurt voordat de bloei begint c.q. de schutbladeren gaan kleuren wordt hij vaak achter glas voorgetrokken. Na de winterrust, eind februari, is de beste tijd om hem te verpotten. Dat kan met gewone potgrond, eventueel aangevuld met wat klei en bloed- of beendermeel. Onder in de pot kan een laag kleikorrels of potscherven aangebracht worden om te zorgen voor een goede drainage. Regelmatig water geven, en vanaf juni iedere week wat bijmesten met kuipplanten- of geraniummest. Vervolgens wordt hij op een zonnige plek in de vensterbank, serre of kas gezet. Zodra de plant bloeit kan hij bij mooi weer naar buiten. Als de eerste nachtvorst zich eind oktober aandient moet de plant weer naar binnen. Hij kan op een lichte, vorstvrije plek overwinteren (12 tot 15 graden Celsius). Daarbij zal hij vrijwel al zijn blad laten vallen. Tijdens de winterrust spaarzaam gieten, de kluit mag niet uitdrogen.
In februari, bij het verpotten, kan de plant teruggesnoeid of in model geknipt worden. Hij loopt bij sterke snoei ook op het oude hout weer uit, waarbij de nieuwe, eenjarige scheuten datzelfde seizoen nog zullen bloeien. Bij exemplaren die op stam geënt zijn alleen de kroon terugsnoeien, anders gaat de onderstam uitlopen. Zijtakken die hieraan verschijnen kunnen zonder meer bij de stam afgeknipt worden. Om een bossige vorm te krijgen kan de plant tijdens het groeiseizoen nog een keer getopt worden.
Voldoende frisse lucht en af en toe nevelen helpt zowel binnen als buiten tijdens het groeiseizoen om spint te voorkomen.

Stekken

In september kan stek gesneden worden van afgerijpte (al iets verhoute) twijgen. Een stukje stengel van 10 tot 15 cm wordt aan de onderzijde schuin afgesneden, gedeeltelijk ontbladerd en in stekgrond gestoken. Stekpoeder bevordert de wortelvorming verkleint de kans op schimmels. De stekken worden vervolgens licht en warm (bodemtemperatuur 25 tot 30 graden Celsius) weggezet. Afdekken met folie voorzien van luchtgaatjes helpt om de (lucht)vochtigheid constant te houden.

Ziekten en plagen

Wanneer de luchtvochtigheid te laag is kan de Bougainvillea aangetast worden door spint. Aangezien spint een hekel heeft aan vocht is het verstandig de planten af te spoelen, en vervolgens door nevelen de luchtvochtigheid te verhogen. Helpt dat niet afdoende en gaat het om een beginnende aantasting dan kan gespoten worden met een mengsel van zeepsop en spiritus (10 liter water, 200 gram groene zeep, 1/3 liter spiritus). Tegen een hardnekkiger aantasting zijn bij tuincentra en bloemisten verschillende middelen verkrijgbaar.
Vergeling van het blad tussen de nerven heeft meestal te maken met voedselgebrek. Wanneer wat meer of regelmatiger mest gegeven wordt trekt het doorgaans bij. Heeft dat geen of onvoldoende resultaat dan kan een meststof met ijzer gegeven worden.