Deze pagina is nog niet geoptimaliseerd voor weergave op kleinere schermen.
De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Mos in beplanting

Waarom krijg ik altijd mos in de borders? Het is tijdrovend om het er ieder voorjaar tussenuit te halen. Wij wonen aan de kust. Is dit van invloed?

Mosgroei heeft vaak te maken met een vochtige, wat verdichte, onbedekte bovengrond. Wat u kunt doen om mosgroei tegen te gaan kunt u lezen in de hierna volgende tekst.
De volgende tekst kunt u ook in de opgemaakte versie downloaden of printen. Open daartoe een nieuwe internetpagina. Kopieer de volgende link naar het browserveld (waar u normaal het internetadres intypt): www.mwiarda.nl/appeltern.htm en klik daarna op enter.

Mos in beplanting

Niet alleen in gazons, ook in beplanting kan mosgroei optreden en lastig worden. Mos begint eerder in het jaar te groeien dan gras of beplanting, en profiteert van de ruimte die het krijgt op open plekken. De groei begint bij lage temperaturen en bij weinig licht. Het groeit goed op vochtige grond, ook als die verdicht is. Mos kan tere beplanting verstikken die ernaast staat, zodat die nog later aan de groei begint. Chemische bestrijding met behulp van een mosdodend middel lost het probleem maar voor korte duur op. Het mos gaat weliswaar dood, maar de sporen blijven in de grond en kunnen opnieuw ontkiemen. Meer kans op langdurig succes heeft een gecombineerde aanpak, gericht op het optimaliseren van de groeiomstandigheden voor de beplanting waardoor het mos het minder naar zijn zin krijgt:

1. Op plekken waar vaak water blijft staan de ontwatering verbeteren, bijvoorbeeld door het aanbrengen van drainage, of eenvoudiger door een met zand gevulde sleuf waar het overtollige water makkelijker door weg kan stromen.

2. Als het om vochtige plekken in zware schaduw gaat, door het wat opener snoeien van de heesters of bomen de lichttoetreding verbeteren.

3. In het voorjaar op de open plekken het mos uitharken. Vervolgens de bovengrond tussen de beplanting voorzichtig zo diep mogelijk los maken door licht te spitten of met de riek wat om te werken. Hierna kan een flinke laag dressing aangebracht worden, in de vorm van een mengsel van compost en humus, die licht ingewerkt wordt. Dit mengsel zakt weg in de nieuwe luchtkanaaltjes en houdt de grond langere tijd luchtig. Op zware klei kan beter een mengsel van scherp zand en humus gebruikt worden om de grond schraler en luchtiger te maken. Tenslotte kan een flinke mulchlaag aangebracht worden, die onkruid- en mosgroei onderdrukt. (Bij beplanting die gevoelig is voor schimmels als meeldauw, kan het eigen blad beter niet daar direct in de buurt in de mulchlaag verwerkt worden, om het risico van (her)infectie te voorkomen.) Dit zelfde effect kan ook bereikt worden door de grond te bedekken met bijvoorbeeld boomschors, houtsnippers of cacaodoppen.

4. Tegelijkertijd met het aanbrengen van de dressing bekalken om de structuur van de (klei)grond te verbeteren of om zure (veen)grond een meer neutrale pH te geven. Als een mulchlaag wordt aangebracht is een kalkgift zeker op zijn plaats. Afstervende of verterende groenresten hebben immers een verzurend effect, wat veel mossoorten weer waarderen, alhoewel er ook mossen voorkomen in gazons die juist weer van kalkrijke omstandigheden houden.

5. De toplaag los houden, en de stappen 3 en 4 jaarlijks herhalen. Indien een mulchlaag of ander afdekkend materiaal is aangebracht deze laag jaarlijks aanvullen met nieuw materiaal.