Deze pagina is nog niet geoptimaliseerd voor weergave op kleinere schermen.
De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Hoe onderhoud ik Photinia x fraseri 'Red Robin' het best?

Hoe onderhoud ik Photinia x fraseri 'Red Robin' het best? Bijvoorbeeld wanneer snoeien en welke voeding en wanneer? Ze staan op stam, ongeveer 1,60 meter hoog.

Photinia x fraseri 'Red Robin' (glansmispel) is een wintergroene heester, de vanwege zijn mooie rood uitlopende blad meestal als solitaire plant geplaatst wordt. Meer over de eigenschappen en de verzorging van Photinia kunt u lezen in de hierna volgende tekst.

De volgende tekst kunt u ook in de opgemaakte versie downloaden of printen. Open daartoe een nieuwe internetpagina. Kopieer de volgende link naar het browserveld (waar u normaal het internetadres intypt): www.mwiarda.nl/appeltern.htm en klik daarna op enter.

Photinia (glansmispel)

Algemeen

De glansmispel (Photinia) komt van nature voor in Zuidoost-Azië en de Himalaya. Van de meer dan 60 soorten worden hier vooral de soorten Photinia x fraseri (zoals de cultivar &#145Red Robin&#146, zowel als struik als op stam) en Photinia villosa var. laevis aangeboden. Photinia x fraseri wordt circa 2,50 m hoog en 2,00 m breed. In mei bloeit hij met tuilen witte bloempjes. De struik is wintergroen en heeft groot glanzend groen blad, dat opvallend rood uitloopt in het voorjaar. Photinia villosa wordt hoger,
3 tot 4 m en circa 3 m breed. Deze struiken zijn bladverliezend. Ze bloeien weinig opvallend crèmewit in mei. In het voorjaar lopen ze roze tot bronsgroen uit, en in het najaar krijgen ze een mooie oranjerode herfstkleur en rode bessen. Door het rood uitlopen van het blad beschermt de plant zich tegen zonnebrand, waar ze in de natuurlijke omgeving, die vaak nog lang besneeuwd is, anders last van zouden kunnen hebben.

Verzorging

Zowel P. x fraseri als P. villosa groeien op alle soorten humusrijke grond. De grond moet goed doorlatend zijn, en aan de vochtige kant. Ze hebben graag een standplaats in de zon of in de halfschaduw, die wel wat beschut moet zijn. Staan ze vol op de wind of anderszins onbeschermd dan kunnen de struiken in strenge winters flink invriezen.
Photinia x fraseri als solitaire heester hoeft eigenlijk nauwelijks gesnoeid te worden. Vroeg in het voorjaar kan eventueel dood, beschadigd of kruisend hout weggeknipt worden. Ook uitschietende takken kunnen dan ingekort worden. Wordt hij te groot of moet hij verjongd worden, dan kan hij wel flink teruggeknipt worden: hij loopt over het algemeen weer goed uit op het oude hout.
Photinia villosa var. laevis wordt beter al in de winter gesnoeid, als hij zijn blad verloren heeft. Ook kan hij dan als dat nodig is uitgedund worden. Ook deze struik kan dan tot op het oude hout teruggeknipt worden.
Beide soorten kunnen ook als haag aangeplant worden. Daarbij kan de hoofdscheut doorgroeien tot de gewenste hoogte. De zijscheuten worden dan als haag geknipt, en telkens wat ingekort. In principe is eenmaal knippen in augustus voor de wintergroene P. x fraseri voldoende. Is de haag al eerder te rommelig dan kan ook eind mei of in juni al een keer geknipt worden. P. villosa wordt al in maart of april voor de eerste keer geknipt, en daarna tussen april en september ongeveer om de 6 weken (enigszins afhankelijk van de standplaats en de weersomstandigheden).
Bemesten kan in het voorjaar met wat compost. Dit houdt zowel de voedingstoestand als het humeuze gehalte van de grond op peil. Aanbrengen van een mulchlaag kan natuurlijk ook. Hiermee wordt ook de verdamping van vocht uit de grond verminderd.

Ziekten en plagen

De glansmispel heeft weinig last van ziekten of plagen. Alleen Photinia davidiana is gevoelig voor bacterievuur.