Deze pagina is nog niet geoptimaliseerd voor weergave op kleinere schermen.
De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Ficus religiosa (bodhiboom) als kamerplant

Kan de Ficus religiosa (bodhiboom) overleven in Nederland? Hoe kun je hem verzorgen? Is het mogelijk om hem in een pot te zetten en klein te houden?

Ja, Ficus religiosa kan als kamerplant gehouden worden, maar dat gebeurt dan doorgaans in bonsaivorm. Meer over de verzorging ervan kunt u lezen in de onderstaande tekst.
De volgende tekst kunt u ook in de opgemaakte versie downloaden of printen. Open daartoe een nieuwe internetpagina. Kopieer de volgende link naar het browserveld (waar u normaal het internetadres intypt): www.mwiarda.nl/appeltern.htm en klik daarna op enter.

Ficus religiosa (bodhiboom)

Algemeen

De bodhiboom (Ficus religiosa) is familie van de vijg en de moerbei. In zijn Oorspronkelijke omgeving in Zuid-oost Azië wordt het een boom van 30 meter hoog, met een stamdoorsnede van 3 meter, een brede kroon en een uitgebreid stelsel aan luchtwortels. Onder deze boom, de 'bodhi', zou Boeddha zijn verlichting bereikt hebben. Boeddhisten beschouwen hem als een heilige boom die dan ook vaak bij tempels aangetroffen wordt. Hier is de boom niet winterhard, hij krijgt het buiten moeilijk wanneer de temperatuur onder de 5 graden Celsius komt. Daarom wordt hij net als de andere Ficussen als kamerplant gebruikt of (vrijuit groeiend) als kasplant toegepast in grote serres en orangeriën. Voor gebruik als kuipplant is hij vaak al snel te groot. Net als veel andere Ficussoorten leent hij zich heel goed voor vorming als bonsai-plant. De fraaie luchtwortels en het mooie driehoekige tot hartvormige blad maken het dan tot een zeer decoratieve plant.
Het blad en plantensap kan huidirritatie veroorzaken of bij mensen met een latexallergie en allergische reactie geven. Ficus is niet giftig, al kan inname van de plantendelen wel tot een laxerende reactie leiden.

Verzorging

De Ficus religiosa is niet winterhard. Net als veel andere Ficussen heeft hij een hekel aan verplaatsing, en hij kan daarom eigenlijk het best het hele jaar binnen op dezelfde plek staan. Hij staat dan bij voorkeur op een zeer lichte, zeer luchtige, maar niet zonnige plek. Gedurende het groeiseizoen matig gieten, en om de 14 dagen wat kamerplantenmest geven. Dagelijks nevelen wordt erg gewaardeerd. In de winter niet mesten, en spaarzaam gieten maar de kluit niet uit laten drogen. De overwinteringstemperatuur ligt tussen de 16 en 20 graden.
Hij kan goed gesnoeid worden, vandaar dat hij populair is als bonsai-plant. De takken die net beginnen te verhouten (en dus nog wat groenig zijn) kunnen met ijzerdraad in vorm gebogen worden. Omdat de bodhiboom snel groeit moet erg opgepast worden dat het draad niet in de takken ingroeit. Nadat 6 tot 10 bladeren aan een twijg gegroeid zijn, wordt de twijg teruggeknipt tot 2 à 4 bladeren. Bij het knippen vloeit een dikke melkachtige latex uit de takken. Dit kan geen kwaad, het vormt bij opdroging een natuurlijke wondbescherming. Wel maakt het sap vlekken in kleding, en kan het huidirritatie veroorzaken.
Verpotten is alleen nodig wanneer de kluit geheel doorworteld is, meestal om de 2 of 3 jaar. Bij de bonsaiplanten worden de wortels dan met de helft ingekort, om de groei te belemmeren. Gewone potgrond kan gemengd worden met wat bladaarde, compost, turf- en houtskooldeeltjes en zand, om een luchtig mengsel te krijgen. De beste tijd is het voorjaar, voordat de nieuwe groei begint. Bij het verpotten kan de plant iets hoger terug gezet worden dan hij in de oude pot stond: daarmee komt een deel van het decoratieve wortelstelsel in het zicht. Het blad kan afgestoft worden met een dot vochtige watten, waar eventueel een bladglansmiddel aan toegevoegd is (verkrijgbaar bij tuincentra en de plantenspeciaalzaak).

Vermeerdering

Ficus religiosa kan gestekt worden door middel van bladstek. Er wordt een blad met aan de bladvoet een slapend oog gekozen, waarbij het iets verhoute stengeldeel 1 cm boven het oog en 1 cm onder het oog doorgesneden wordt. De stek wordt in de stekgrond gestoken. Stekpoeder bevordert de wortelvorming en verkleint de kans op schimmels. De stekken worden vervolgens licht en warm (bodemtemperatuur 25 tot 30 graden Celsius) weggezet. Afdekken met folie, voorzien van luchtgaatjes, helpt om de (lucht)vochtigheid constant te houden. Nadat zich wortels en het eerste nieuwe blad gevormd hebben kan het oude blad afgeknipt worden, en kan de stek in het normale grondmengsel opgepot worden.

Ziekten en plagen

Wanneer de luchtvochtigheid te laag is kan de Ficus aangetast worden door schild- en wolluis. Staat hij op de tocht dan kan hij last krijgen van spint of trips. Daarnaast kunnen Ficussen aangetast worden door een schimmelinfectie, die vanaf de bladranden grote vlekken veroorzaakt in de bladeren.