Deze pagina is nog niet geoptimaliseerd voor weergave op kleinere schermen.
De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Eikels met knoppergallen (kleine galwesp)

Ik heb grote eiken die dit jaar heel veel rare eikels hebben: om en aan de gewone eikel zit een rare, uitstulping, groter dan de eikel zelf. Soms zit het zelf helemaal om de eikel heen. Het lijkt wel een soort tumorachtig iets en heel veel eikels hebben het. Het was groen, maar nu zijn die dingen verkleurd naar donkerbruin. Ik heb ze maar eens opgesneden en erin zit een soort erwtachtig dingetje wat een dik, wit madeachtig beestje bevat van ca. 0,5 centimeter lang. Zo'n beestje zit in iedere 'tumor' van elke eikel die er zo raar uit ziet. Met andere woorden: als al die beestjes groot worden, hebben we hier een plaag van mij onbekende beestjes. Heeft u enig idee wat het kan zijn?

De misvormingen op de eikels zijn knoppergallen. Ze ontstaan rond de eitjes die de kleine galwesp (Andricus quercuscalicis) gelegd heeft op de overgang tussen de eikel en het napje. Uit de eitjes komen larven, die zich voeden met het voedsel uit de gal. De gal ontstaat als een soort woekering uit de eikel als gevolg van de doorboring door de galwesp. In eerste instantie is de gal groen en kleverig, later wordt hij aan de buitenkant droog. De gallen vallen in het najaar uiteindelijk samen met de eikels af.
Feitelijk is dit dan al de tweede generatie van deze galwesp in dat seizoen. De eerste legging vindt plaats op de meeldraden van de moseik (Quercus cerris). Uit de gallen van het eerste legsel komen alleen vrouwelijke galwespen. Die leggen vervolgens hun eitjes op de zomereik (Quercus robur) of de wintereik (Querus petraea). Uit het tweede legsel komen zowel mannelijke als vrouwelijke galwespen. Als er geen moseik in de buurt staat komt deze galwesp ook niet in de omgeving voor. Overigens komen op eiken zeer veel verschillende soorten gallen voor, maar die bevinden zich doorgaans op de bladeren, de knoppen, de stengeluiteinden of de wortels.