Deze pagina is nog niet geoptimaliseerd voor weergave op kleinere schermen.
De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Abrikoos zonder vruchten

ik heb vorig jaar een abrikoos geplant, maar hij heeft nu geen vruchten. Moet ik hem snoeien in het najaar? Zo ja, hoe en waar moet ik op letten?

Een abrikoos begint pas te bloeien en vrucht te geven na het vierde jaar, en soms nog later. Hij moet inderdaad gesnoeid worden om er voor te zorgen dat de struik of boom een open kroon ontwikkeld, met niet te veel zijtakken. Meer over de verzorging van de abrikoos kunt u lezen in de onderstaande tekst.

Deze tekst kunt u ook in de opgemaakte versie downloaden of printen. Open daartoe een nieuwe internetpagina. Kopieer de volgende link naar het browserveld (waar u normaal het internetadres intypt): www.mwiarda.nl/appeltern.htm en klik daarna op enter.

Abrikoos (Prunus armeniaca)

Algemeen

De abrikoos (Prunus armeniaca) stamt uit Noordoost-China. Pas rond het begin van onze jaartelling is de abrikoos door de Romeinen via Griekenland over Europa verspreid. De huidige abrikozenteelt concentreert zich in Spanje, Italië en vooral Turkije, dat 85% van de wereldproductie van abrikozen en abrikozenpitten verzorgt. Ook in Oostenrijk en Zwitserland worden wel abrikozen geteeld.

Naast de gewone abrikozen komen ook kruisingen voor tussen abrikoos en Japanse pruim (Prunus salicina), deze worden wel Plumcot (variëteiten 'Flavorella' en 'Plum Parfait'), Aprium (variëteiten 'Flavor Anne', 'Tasty Rich', 'Honey Rich' en 'Flavor Delight') en Pluot (variëteiten 'Flavorosa', 'Flavor Supreme', 'Flavor Queen', 'Dapple Dandy' (ook wel 'Dinosaur Egg'), 'Flavor King', 'Flavor Jewel', 'Sierra Rose', 'Flavorich' en 'Flavor Fall') genoemd.
Veel rassen zijn zelfbestuivend (zelffertiel) maar door het aanplanten van verschillende rassen kan de productie verbeteren. Abrikozen die niet geënt zijn, en dus op eigen wortel groeien, kunnen 10 m hoog worden. Door de abrikoos te enten op een langzaam groeiende onderstam blijft de hoogtegroei van de boom beperkt, en zal hij op jongere leeftijd vrucht dragen. Sterk groeiende onderstammen (voor hoogstambomen) zijn Myrobalan B en Brompton. De meest toegepaste onderstam is St. Julien-A, die ook nog flinke bomen oplevert. Pumi-Selekt is een nieuwe zwakgroeiende en virusvrije onderstam, die ook gebruikt wordt voor perzik en nectarine.

Omdat de abrikoos vaak al in maart bloeit, is de kans groot dat de witroze bloesem door nachtvorst beschadigd raakt. Ook zijn in die tijd van het jaar vaak nog te weinig insecten actief om voor de bestuiving te zorgen. Dat maakt dat abrikozenbomen regelmatig een jaar geen vruchten geven. Handmatige bestuiving met behulp van een kwastje kan de vruchtzetting bevorderen. Door de abrikoos als leivorm op een zeer zonnige en beschutte plek aan te planten, bijvoorbeeld tegen een zuidmuur, kan de kans op succes iets vergroot worden: de bomen staan meer beschut, de bloesem kan indien nodig wat makkelijker tegen (nacht)vorst beschermd worden, en de bloemen zijn goed bereikbaar wanneer handmatige bestuiving toegepast wordt. De vruchten kunnen in de kas of onder glas al in juli rijpen, maar buiten gebeurt dat doorgaans pas in augustus.

Kersen zijn, net als alle andere bomen met steenvruchten, via snoeiwonden zeer vatbaar voor schimmelinfecties. Snoeiwonden moeten daarom afgedekt worden met entwas of wondbalsem. Snoeiresten kunnen eveneens een bron van infectie vormen, en moeten dus afgevoerd worden.

Verzorging

Abrikozen hebben een voorkeur voor een humeuze, maar niet zure grond. De grond moet bovendien goed doorlatend zijn. Daarnaast waarderen ze een zonnige, beschutte standplaats, waar de grondwaterstand niet te hoog is. Ze kunnen het beste aangeplant worden in oktober of november. Groeivormen die aangeplant kunnen worden zijn hoogstam, halfstam, struik en leivormen. De meest toegepaste leivorm voor de abrikoos is de waaier. Abrikozen zijn geënt op een onderstam. De onderstam is bepalend voor de groeikracht, en kan de resistentie van ziektegevoelige rassen vergroten. De ent moet zich na het planten minstens 20 cm boven de grond bevinden, om te voorkomen dat de ent eigen wortels ontwikkelt. Vrijstaande bomen moeten minimaal 7 m uiteen geplant worden. Wordt de leivorm voor een muur of schutting geplant, dan moet hij minstens 20 cm van de wand af gezet worden. De onderlinge plantafstand bedraagt minimaal 5 m. Wanneer een boompaal bij de fruitboom geplaatst wordt, wordt de boomband bij voorkeur kruislings aangebracht, om te voorkomen dat de boom tegen de paal gaat schuren en zo verwondingen oploopt.
Abrikozen dragen pas na hun vierde jaar. De eerste jaren wordt alleen op vorm gesnoeid.

De snoeiwijze voor struiken, halfstam- en hoofdstambomen is in principe gelijk. De struik wordt na het planten tot 60 boven het maaiveld ingekort (de bomen tot 60 cm boven het punt waar de kroon moet beginnen). Als er al sterke zijtakken aanwezig zijn die een grote hoek met de stam maken, kunnen die gebruikt worden om het gestel te gaan vormen. In totaal zijn er 4 à 5 gesteltakken nodig. De aanwezige zijtakken worden tot een lengte van 10 cm ingekort. Aan het eind van het eerste groeiseizoen worden de verlengingen en de nieuwe, goed geplaatste zijtakken tot de helft ingekort op een buitenoog. Verkeerd (omlaag) groeiende zijtakken worden bij de basis weggeknipt. De daarop volgende 3 jaar wordt dit telkens herhaald, waarbij erop gelet moet worden dat de takken evenwichtig over de struik of boomkroon verdeeld komen te zitten. Na het vierde of vijfde jaar wordt alleen periodiek verjongd, waarbij bijvoorbeeld om de 2 of 3 jaar een of twee gesteltakken teruggesnoeid worden tot op een sterke zijtak, die zich dan weer door middel van de eerdere verlengingsmethode mag gaan verjongen. Natuurlijk moet dood, ziek of kruisend hout wel jaarlijks weggeknipt worden.

Om een leivorm, in dit geval een waaier, te vormen, wordt de hoofdstam van de struik direct na aanplant teruggeknipt tot 40 cm boven de grond, en net boven een bladknop (puntig) of een drielingknop (2 ronde bloemknoppen en een spitse bladknop). Op de muur of schutting worden horizontale draden gespannen met een onderlinge afstand van circa 10 cm. Tijdens het groeiseizoen groeit de bovenste knop vertikaal door als verlenging van de stam, en vormen zich zijscheuten. Van de zijscheuten worden 2 sterke, bijna tegenover elkaar staande takken aangehouden, een naar de linkerkant en een naar de rechterkant. De andere zijtakken worden bij de stam weggeknipt. Als de resterende zijscheuten circa 50 cm lang zijn, wordt de hoofdstam enkele centimeters boven de bovenste van de 2 zijscheuten afgeknipt, en de wond afgedekt met een wondafdekmiddel. De zijscheuten worden onder een hoek van 45 graden aangebonden, eventueel langs een al eerder schuin aangebonden stok. In oktober of november worden beide zijscheuten met de helft ingekort.
Tijdens de tweede zomer ontstaan zijscheuten op de gesteltakken. Hiervan mogen er per tak 4 doorgroeien: 2 schuin omhoog, 1 ter verlenging van de gesteltak en 1 aan de onderkant van de gesteltak. De andere zijtakken worden bij de basis weggeknipt. De nieuw gekozen zijtakken (in totaal dus 8) worden wat gespreid aangebonden. In februari worden de nieuwe zijtakken met 1/3 ingekort.
In de derde zomer mogen per zijtak 3 mooi gespreid geplaatste nieuwe zijtakjes doorgroeien. Alle andere zijtakjes worden weer weggeknipt. In oktober of november worden de zijtakjes met een kwart ingekort.

Als het gestel gevormd en de waaier opgevuld is, worden alle verkeerd geplaatste of van de muur af groeiende takjes in de zomer ingekort op circa 7 cm. In de wintermaanden worden waar nodig de verlengingen ingekort, of zijtakken ter verjonging weggeknipt.

De abrikoos draagt vruchten op een-, twee- of driejarig hout. Zijn de takken ouder, dan neemt de vruchtdracht af. Vandaar dat bij alle vormen (leivorm, struik, half- of hoogstambomen) de wintersnoei gericht is op gedeeltelijke verjonging van de zijtakken. Na het vijfde jaar worden daarom iedere 2 of 3 jaar 1 of 2 zijtakken teruggesnoeid tot een jonge, sterke scheut onderaan de zijtak, die later voor vervanging kan gaan zorgen. Die nieuwe zijtak wordt dan net als de eerder gevormde zijtakken, weer door middel van verlenging en selectie van zijscheuten gevormd tot een vervanging van de oude tak. Abrikozen rijpen (in tegenstelling tot bijvoorbeeld peren) aan de boom.

Ziekten en plagen

Voortijdig rotten en/of afvallen van vruchten kan veroorzaakt worden door kalkgebrek. Het volgende voorjaar kan extra bemesting gegeven met een kalkhoudende meststof.
Bleekgroen blad in de zomer wijst op voedseltekort, en is op te lossen door in het daarop volgende voorjaar 125 gr patentmest te geven voor ieder jaar dat de boom oud is.
De abrikoos is (net als de perzik) erg gevoelig voor krulziekte, veroorzaakt door de schimmel Taphrina deformans. Jonge scheuten zien er opgezwollen uit, blad is vreemd gebobbeld of misvormd met geelgroene of rode verkleuringen. De bladranden krullen naar binnen. Aangetast blad valt vaak voortijdig af, terwijl aan de kale, aangetaste topscheuten weer nieuwe bladgroei start. Het afgevallen aangetaste blad moet verwijderd worden om hernieuwde infectie te voorkomen. Bestrijding is mogelijk door half januari te spuiten met Bordeauxse pap (met een herhalingsbehandeling 2 weken later).

Bordeauxse pap is een mengel van 25 liter water met daarin opgelost 250 gr kopersulfaat en waaraan met behulp van een fijne zeef 200 gr gebluste kalk toegevoegd wordt. Gebruik van koperhoudende bestrijdingsmiddelen is niet overal toegestaan. Uw gemeente of een lokaal werkende hovenier of tuincentrum weet hier meer over. Als alternatief kunnen de bomen bespoten worden met een middel tegen schimmelinfecties als Finesse vloeibaar (werkzame stof chloorthalonil) van fabrikant Bayer.

Rassen

Hoewel veel abrikozenrassen zelfbestuivend zijn, zullen de bomen regelmatiger en rijker vrucht dragen wanneer er een bestuiver in buurt aangeplant is.

groei vrucht bijzonderheden

Aurora ++ middelgroot, oranje, smakelijk niet zelfbestuivend (bestuivers o.a. Hargrand en Goldrich), middelvroeg bloeiend, makkelijk vertakkend
Bergeron ++ stevig, sappig en smakelijk zelfbestuiver, laatbloeiend, vatbaar voor Sharka-virus
(Dubbele) Bredase + matig groot, vast vruchtvlees (inmaak) zelfbestuiver, goed vruchtbaar, late bloeier, oud ras
Clara ++ zeer groot, geeloranje tot oranjerood met rode stippen sterke groeier met afhangende takken, goed winterhard, goede vruchtbaarheid, mogelijk weinig gevoelig voor Sharka-virus
Goldrich groot, oranjegeel, stevig, smakelijk gedeeltelijk zelfbestuivend, goede vruchtbaarheid, weinig gevoelig voor Sharka-virus, goede bestuiver
Hargrand ++ groot, onregelmatige vorm, stevig, licht zuur, kleine pit, gedeeltelijk zelfbestuivend, goede vruchtbaarheid, vatbaar voor Sharka-virus
Hilde ++ zeer groot, oranjerood, plat/langwerpig sterke groeier met afhangende takken, goed winterhard, goede vruchtbaarheid, mogelijk weinig gevoelig voor Sharka-virus
Hongaarse, Ungarische Besten,(Klosterneuburger en Landersdorf zijn hier variëteiten van) ++ groot, matig vast vruchtvlees (vers en inmaak) zelfbestuiver, ongelijkmatig rijpend, niet altijd winterhard
Kuresia + middelgroot, oranjegeel, smakelijk zelfbestuiver, mogelijk weinig gevoelig voor Sharka-virus
Moni + zeer groot sterke groeier, goed winterhard, goede vruchtbaarheid, mogelijk weinig gevoelig voor Sharka-virus, weinig vertakkend
Moorpark + middelgroot, geel, smakelijk goede vruchtbaarheid, niet altijd winterhard
Royal, Shipley’s Blenheim groot, zacht, smakelijk middentijds rijpend
Tros Oranje ++ klein, vast vruchtvlees (inmaak) zelfbestuiver, goed vruchtbaar, oud ras, in Nederland het meest aangeplant
Orangered, Bhart, NJA32 groot, helderoranje, stevig, smakelijk gedeeltelijk zelfbestuivend (bestuivers o.a. Hargrand en Goldrich), resistent tegen Sharka-virus

Groeikracht: ++ = (zeer) sterk, + = matig tot sterk, o = zwak
Kweekvorm: H = hoogstam, h = halfstam, S = struik, L = leivorm