De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Hoe snoei je een appelboom?
Snoeien

Hoe snoei je een appelboom?

Het snoeien van appel- en perenbomen is in werkwijze vrijwel gelijk, en heeft twee doelen.

Snoeien appelboom
Onze appelbomen stammen uit Centraal-Azië, waar wel 25 verschillende soorten in het wild voorkomen. Waarschijnlijk zijn de appels verder via de zijderoute verspreid, zowel naar China als naar Europa. Uit China is de enttechniek afkomstig. In Nederland komt alleen Malus sylvestris in het wild of verwilderd voor. De vruchtdragende appelboomrassen stammen hier als Malus sylvestris var. domestica allemaal van af. Daarnaast komen talloze sierappelsoorten voor.

De meeste appelrassen hebben een bestuiver nodig om tot vruchtzetting te komen, andere zijn zelfbestuivend. Bestuiving vindt plaats door insecten. Zelfbestuivers geven grotere vruchten wanneer er een bestuiver in de buurt staat. Ook sierappels kunnen soms als bestuiver dienst doen. Bij vroegbloeiende rassen kan de bloesem soms schade oplopen bij late nachtvorst. Wordt er zware nachtvorst voorspeld terwijl de boom in bloei staat dan wil het vernevelen van water, zodat een kunstmatige mist ontstaat, nog wel eens helpen om de schade te voorkomen.

Verzorging

Appels groeien graag op voedzame, doorlatende grond, die iets aan de zure kant of neutraal is. Daarnaast waarderen ze een zonnige, beschutte standplaats, waar de grondwaterstand niet te hoog is. Appels kunnen aangeplant worden tussen november en eind februari, zolang het niet vriest. Groeivormen die aangeplant kunnen worden zijn hoogstam, halfstam, struik en diverse leivormen, die doorgaans geënt zijn op een onderstam. De onderstam is bepalend voor de groeikracht, en kan de resistentie van ziektegevoelige rassen vergroten. De ent moet zich na het planten minstens 20 cm boven de grond bevinden, om te voorkomen dat de ent eigen wortels ontwikkelt. Voor vrij uitgroeiende hoogstambomen wordt een plantafstand aangehouden van 12 m.

Bij halfstambomen is 7 m voldoende, terwijl laagstambomen op 3 m afstand van elkaar gezet kunnen worden, of zelfs minder. Bij leivormen is de gewenste vorm bepalend voor de plantafstand (snoer, palmet, piramide enz.). Wanneer een boompaal bij de fruitboom geplaatst wordt, wordt de boomband bij voorkeur kruislings aangebracht, om te voorkomen dat de boom tegen de paal gaat schuren en zo verwondingen oploopt.

Het snoeien van appel- en perenbomen is in werkwijze vrijwel gelijk, en heeft twee doelen. Ten eerste is het de bedoeling om een evenwichtige kroon (of leivorm) te ontwikkelen, met niet te veel gesteltakken. Ten tweede zal de boom, om er vruchten van te krijgen van de boom, vruchtlot of spoortjes moeten gaan vormen. Snoeien gebeurt tussen begin december en eind februari, wanneer de groei stil staat, en wanneer het niet harder vriest dan -5 graden Celsius. Het eerste jaar worden de gesteltakken gevormd, in totaal circa 5 stuks. De gesteltakken worden het tweede jaar op een lengte van circa 50 cm net boven een omlaag gericht buitenoog gesnoeid. Bij leivormen als het palmet en de piramide worden deze gesteltakken horizontaal aangebonden. De overige scheuten worden (indien nodig) weggeknipt. Het doel hiervan is om een wat horizontaal van de boom afstaand takkenstelsel te krijgen, waarbij de gesteltakken zich in etappes verlengen. Door de geleidelijke verlenging ontstaan zijtakjes, waarop zich later het vruchtlot zal gaan vormen.

Het derde jaar worden de verlengende delen van de gesteltakken in de winter weer teruggeknipt op 25 cm lengte, waarbij gesnoeid wordt op een buitenoog dat tegenovergesteld staat ten opzichte van de snoeirichting van de vorige snoeibeurt. Zo ontstaat een zigzag-patroon van verlengingen dat op den duur weer een bijna rechte, maar wat horizontaal afstaande gesteltak oplevert. De zijtakjes die zich op de gesteltakken gevormd hebben worden in de tweede helft van juli ingekort tot 3 bladeren, of een lengte van ongeveer 10 cm.

De daarop volgende jaren herhaalt dit patroon zich. In de winter wordt telkens eerst dood, kruisend en ziek hout weggehaald. Alle vertikaal omhoog groeiende zijtakjes worden helemaal verwijderd: op meer horizontaal groeiende takken ontwikkelt zich meer vruchtlot. Ook zijtakken die naar de spil toegroeien worden weggehaald, net als sprieterig doorgeschoten jong schot met weinig knoppen. De verlengingen van de gesteltakken worden weer ingekort tot 25 cm op een tegenoverliggend, liefst omlaag gericht oog. Hebben de gesteltakken hun uiteindelijke lengte bereikt dan wordt de nieuwe aanwas telkens helemaal weggehaald. In de zomer worden zijtakken en secundaire zijtakken telkens tot 3 bladeren of 10 cm teruggeknipt. Hierop ontwikkelen zich in de loop der jaren de bloemdragende spoortjes. Wanneer deze te dicht op elkaar staan moeten de spoortjes in de winter gedund worden.

Voor het opkweken als spil, piramide of palmet wordt na het planten in het eerste jaar de hoofd- of spiltak op 80 cm hoogte afgeknipt, of op 20 cm boven de bovenste gesteltak. Ieder jaar zorgt de topscheut voor een verlenging, tot een totale hoogte van maximaal 2,5 m bereikt is. Door telkens op een tegenoverliggend ook terug te snoeien ontwikkelt zich uiteindelijk een min of meer doorlopende spil. Heeft de leivorm de gewenste hoogte bereikt dan wordt de kop telkens teruggezet tot op de laatste gesteltak onder de top. De gesteltakken of zijscheuten worden afgesnoeid op een lengte van 1 m. Takken die ontstaan op de onderste 70 cm van de spiltak of stam worden geheel weggehaald. De nieuwe groei op de gesteltakken wordt in de winter telkens ter geleidelijke verlenging teruggesnoeid tot 25 cm, de zijtakken op 3 bladeren of 10 cm. Verder verloopt het snoeien hetzelfde als bij een vrijstaande boom.

Appelboom snoeien

Bij een snoer wordt de hoofdspil onder een hoek van 45 graden aangebonden. De top van de spil wordt pas weggesnoeid als hij zijn totale lengte bereikt heeft. Er worden geen gesteltakken gevormd. De zijtakken worden in november teruggesnoeid tot 4 knoppen, de secundaire zijtakjes op 3 cm. Dit wordt in de zomer herhaald, waarbij bij de snoei de bladrozetten aan de basis van de zijtakken in ieder geval moeten blijven zitten. Wanneer een boom moeizaam vruchtlot maakt, kan geprobeerd worden dit door kerven te stimuleren. Half maart wordt dan net voorbij een slapend oog een kerf van 5 mm diep in de tak gemaakt. Het slapende oog zal zich op die manier sneller tot zijscheut en later tot vruchtlot ontwikkelen.

Verjongen

Een oude, verwaarloosde appelboom kan in principe verjongd worden. Maar als de boom ouder is dan een jaar of dertig heeft dit weinig zin meer: hij zal slecht herstellen, vaak al verzwakt en ziektegevoelig zijn en weinig goede vruchten geven. In dat geval kan hij beter vervangen worden. Het kan zijn dat een verwaarloosde boom te hard gegroeid is doordat de ent onder de grond terecht is gekomen (bijvoorbeeld bij een ophoging) en nu op eigen wortel groeit. In dat geval zal eerst de schors geringd moeten worden. Ook kan de boom door te veel of te weinig snoeien uit vorm geraakt zijn. In dat geval kan door verjonging geprobeerd worden hem zo te fatsoeneren dat hij over enkele jaren misschien weer vrucht gaat dragen. Een oude boom kan het best in februari gesnoeid worden, vlak voordat de groei op gang komt. Wonden groeien dan het snelst dicht, waardoor het risico op infecties het kleinst is. Wonden moeten afgedekt worden met een wondafdekmiddel. Eerst wordt al het dode, gebroken, zieke en kruisende hout weggesnoeid. Verder worden 4 of 5 goede, wat horizontaal afstaande gesteltakken gespaard. De andere takken worden glad bij de stam afgezaagd, zonder stomp. De grotere snoeiwonden worden afgedekt met entwas of wondbalsem. De aan de gesteltakken resterende zijtakken worden zonodig uitgedund en ingekort, en waar nodig worden de vruchtsporen uitgedund. De spoortjes onderaan de takken worden helemaal weggehaald. Het uitdunnen, inkorten van de nieuwe zijscheuten en het dunnen van de spoortjes wordt daarna ieder jaar herhaald: bij zwak groeiende bomen in de winter, bij te sterk groeiende bomen in de zomer.

Naast de verzorging van de boom zelf zal bij de opknapbeurt van de verwaarloosde bomen ook aandacht aan de naast omgeving geschonken moeten worden: concurrerende bomen en heesters in de directe nabijheid verwijderen, de ondergrond onkruidvrij maken en (bij zwakgroeiende bomen) een extra bemesting met een organische meststof: goed verteerde stalmest of (bij zuurdere gronden) compost. Scheefstaande bomen kunnen voorzien worden van 1 of meerder boompalen en –banden, of gestut worden.

Bij een veel te sterk groeiende oudere appel- of perenboom kan, mits hij in goede conditie is, geprobeerd worden de groei te remmen door de schors te ringen. In de eerste helft van juli wordt rond de hele stam van de boom over een breedte van 5 mm met een scherp mes een ring schors (het zachte weefsel) weggesneden tot op het hout. De wondring wordt direct daarna afgetaped met breed plakband. Hierdoor wordt de wond afgeschermd van de lucht, ongedierte en andere infectiebronnen, en kan gelijk het herstel beginnen. Het idee achter het ringen is dat het transport van voedingsstoffen in de boom tijdelijk onderbroken wordt, waardoor de groei afneemt.

Een andere groeiremmende maatregel is het toepassen van wortelsnoei. In een cirkel met een straal van circa 1,5 m rond de stam wordt een greppel gegraven. Dikke wortels die hierin opduiken worden afgezaagd en zo mogelijk verwijderd. De jonge, vlezige wortels mogen blijven zitten. Na het uitvoeren van de wortelsnoei wordt de greppel zo snel mogelijk weer gedicht.

Ziekten en plagen

De stam kan aangetast worden door stambasisrot, de stam en takken door vruchtboomkankers. De stam en de takken door kanker. Voortijdig rotten en/of afvallen van vruchten kan veroorzaakt worden door Moniliarot of Botryris. Ook insecten kunnen schade veroorzaken aan de vruchten, zoals bladrollers, appel- en wollige bloedluis, en de appelzaagwesp. Het blad kan aangetast worden door bladluis, maar ook door schurft en meeldauw. Kurkstip wordt doorgaans veroorzaakt door calciumgebrek in de grond.

Meer Tuinadvies in Snoeien