De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Verzorging van de Oleander
Plantverzorging

Verzorging van de Oleander

Oleander (Nerium) kan het beste worden gesnoeid als hij in de herfst naar binnen gaat, maar in het voorjaar kan het ook nog. Ze bloeien van het begin van de zomer tot eind september.

Oleanders zijn verkrijgbaar in veel verschillende bloemkleuren, van roze, rood, geel en wit en alles wat daartussenin zit, met enkele, dubbele of gevulde bloemen.

Ze bloeien van het begin van de zomer tot eind september. De plant is wintergroen en kan in de streken waar hij thuis hoort een hoogte bereiken van 5 meter. Als kuipplant wordt hij doorgaans niet hoger dan 2 meter. Hij is niet winterhard en moet dus in de winter naar binnen. Alle delen van de plant zijn zeer giftig doordat ze onder meer de stoffen nereïne en oleandrine bevatten. Het eten van bloemen, zaden of zelf een enkel blad kan voor een klein kind of huisdier al dodelijk zijn. De sappen van de plant kunnen huidirritatie veroorzaken.

Hoe verzorg ik een Oleander?

Oleander kan in de zomer buiten staan. Half mei, na de laatste nachtvorst, kan hij naar buiten. Zodra er eind oktober weer gevaar voor nachtvorst is, moet hij weer naar binnen. Hij heeft het liefst een plek in de volle zon, met een hoge luchtvochtigheid, bijvoorbeeld aan de rand van een vijver. Oleander staat graag in een ruime pot. Die kan gevuld worden met gewone potgrond, liefst met wat klei of leem, wat scherp zand en als basisbemesting wat oude stalmest of beendermeel. Onder in de pot kan een flinke laag aangebracht worden van scherven, grind of kleikorrels, omdat de plant graag van onderaf water opneemt. Jonge planten kunnen ieder jaar verpot worden, oudere planten om de drie jaar. Is verpotten lastig (bijvoorbeeld bij oude kuipplanten) dan kan alleen de bovenste laag af en toe vervangen worden, ook weer met wat klei of leem door de potgrond.

Een oleander heeft altijd veel dorst. Dagelijks flink gieten met lauw water wordt erg gewaardeerd, evenals een regelmatige gift van kleine beetjes gedroogde koemest of (kuipplanten)mest. Als de planten te groot of aan de onderkant kaal worden, kunnen ze prima gesnoeid worden. Dat kan het best in het najaar, wanneer de plant binnen gezet wordt. Gewoon een flink stuk van de takken afknippen in het oude hout, tot de plek waar het volgende jaar weer de eerste vertakkingen gewenst zijn. Dat geldt ook voor de oleanders op stam, waarbij uiteraard alleen de kroon gesnoeid wordt. De scheuten die daarna uitlopen zullen de komende zomer bloeien. Snoeien in het voorjaar kan ook, maar vermindert de bloeikans in het daarop volgende seizoen.

Het overwinteren gebeurt het best op een koele, lichte plaats. Voor de gewone roze en witte cultivars mag de temperatuur net boven de 5 graden Celsius liggen. Als de kluit droog is overleeft de plant zelfs een paar graden vorst vaak nog wel, al heeft dat wel vaak bruin wordend en afvallend blad tot gevolg. De wat kwetsbaardere donkerrode, gele en gevuld bloemige variëteiten houden het bij de overwintering graag iets warmer, rond 10 Celsius. In ieder geval moet de temperatuur onder de 16 graden Celsius blijven. Een te warme overwinteringstemperatuur kan de oorzaak zijn van de vorming van lange (te) dunne scheuten in het voorjaar. In de winterperiode hoeft maar weinig water gegeven te worden, en geen mest.

Hoe moet ik een Oleander snoeien?

Oleanders kunnen een snoeibeurt goed verdragen, een gezonde plant zal na het snoeien weer flinke scheuten maken. Maar vraag je voor het ter hand nemen van de snoeischaar eerst eens af waarom je de plant wilt gaan snoeien! Vaak wordt een oleander gesnoeid omdat ze kale takken heeft met alleen aan de bovenste uiteinden nog wat blad en bloemknoppen. Het is echter zonde van de bloemknoppen die weggeknipt worden als je om deze reden gaat snoeien. Bloemknoppen die na de winter niet zijn ingedroogd, bloeien de volgende zomer verder. Een kort geknipte plant produceert het eerstvolgende jaar geen of weinig bloemknoppen. Ze zal flink groeien en vervolgens na twee of drie groeiperioden hetzelfde beeld geven: wederom lange kale takken met alleen aan de uiteinden wat blad en knoppen.

Alle plantendelen van een oleander zijn zowel voor dieren als voor kleine en grote mensen bij inname erg giftig, ook het plantensap kan (huid)irritatie veroorzaken.

Alleen als een oleander echt te groot geworden is, zal een snoeibeurt onvermijdelijk zijn. We snoeien onze oleanders dan het beste eind februari/begin maart. Rond deze tijd gaat meestal de temperatuur weer wat stijgen in de overwinterruimte en begint de sapstroom in de planten weer op gang te komen. Bekijk welke vorm je de plant wilt geven. Knip vervolgens met een schone scherpe snoeischaar de takken weg die je te lang vindt. Een gezonde oleander zal zelfs op de oudste takken weer uitlopen. Dus je kan in feite flink wat weg knippen. Wil je een wat luchtigere struik, knip dan niet tot op de hoofdstammen maar laat enkele centimeters van de zijtakken staan. Er zullen dan nieuwe takjes groeien op de zijtakken waardoor het een luchtigere struik zal worden, wat overigens gunstiger is voor de plant. De verse nog niet verhoute takken zullen beter opdrogen waardoor schimmelaantasting, vooral tijdens de eerstvolgende winter, minder gevaar vormt. Heb je een struik met uitzonderlijk lange takken vanuit de bodem, knip deze takken dan in verschillende lengtes af. Daarbij laat je bij voorkeur de langste takken in het midden staan.

Kan ik Oleander vermeerderen?

Oleander kan goed gestekt worden. De beste tijd om te stekken is in juni. Daartoe worden kopstekken gesneden met een lengte van 2 of hooguit 3 bladparen, die met een scherp mes net onder een bladpaar afgesneden worden. De onderste bladeren worden verwijderd, waarna de stek in een mengsel van scherp zand met wat potgrond gestoken wordt. Op een warme, lichte plek verschijnen na enkele weken de eerste wortels. De stekken wortelen ook op water. Zodra er voldoende wortels zijn ontstaan kan de stek opgepot worden.

Wat zijn voorkomende ziektes en plagen bij een oleander?

Een vaalgroene of wat gelige bladkleur kan er op wijzen dat de plant qua luchtvochtigheid op een te droge plek staat. Af en toe nevelen in droge periodes wil dan nog wel eens helpen. Er zijn verschillende manieren om de luchtvochtigheid in de omgeving van de plant te verhogen:

  • Planten met groot blad in de buurt zetten, die veel water verdampen.
  • Moerasplanten (cyper-gras of parapluutje) in een grote pot ernaast zetten.
  • De palm (in een gesloten pot) in een met kleikorrels gevulde grotere overpot of schotel plaatsen die dan goed vochtig gehouden worden, of een apart watertuintje maken door een pot of schotel met kleikorrels naast de planten te zetten.
  • Waterbakjes op de centrale verwarming aanbrengen en regelmatig bijvullen.

Zelfs op een ideale standplaats kan het in een regenachtige of koele zomer gebeuren dat de plant niet of nauwelijks in bloei komt. Dan is de temperatuur te laag geweest om de knopontwikkeling goed op gang te brengen. Heeft de oleander wel knoppen gemaakt maar zijn ze niet uitgekomen of zelfs afgevallen, dan is het te nat geweest. Als het probleem zich meerdere jaren achtereen voordoet kan de plant tijdens de knopontwikkeling uit de regen gezet worden.

Een oleander kan last hebben van aantasting door bladluis, schildluis en rode spint. Hiertegen zijn verschillende bestrijdingsmiddelen verkrijgbaar.

Zo kunnen de planten in natte zomers aangetast worden door de schimmel Ascochyta: er ontstaan bruine vlekken in de bladoksels en in het blad en de jonge scheuten verwelken. De schimmel verspreidt zich via waterdruppels. De plant moet dan dus meteen uit de regen gezet worden. Alle aangetaste delen moeten uit de plant verwijderd worden, waarna het snoeigereedschap goed ontsmet moet worden.

Een andere vervelende aantasting is oleanderkanker: wratachtige, donkerbruine woekeringen op de stengels en soms lichte, waterachtige vlekken op het blad. De veroorzaker, een Pseudomonas-bacterie, is vaak al vanaf de kwekerij aanwezig, en slaat toe als de plant in een minder goede conditie is. Ook hierbij kunnen de aangetaste delen weggehaald en vernietigd worden. Het gereedschap moet na de behandeling goed ontsmet worden. Oleanderkanker verdwijnt niet uit de plant, en kan weer toeslaan zodra de conditie van de plant afneemt. Bovendien kunnen andere oleanders die erbij in de buurt staan ook besmet raken. In dat geval is het vaak verstandiger de plant te vervangen.

Mijn Oleander bloeit niet, hoe kant dat?

Oleanderbloei is sterk afhankelijk van licht en warmte. Aan de snoei ligt het meestal niet. Het gaat meer om te lage temperaturen. In een warm jaar is de bloei veel beter. Tijdens een koude zomer willen ze vaak helemaal niet of nauwelijks bloeien. Zet hem dus zo warm en licht mogelijk.

Is een oleander giftig?

Alle plantendelen van een oleander zijn zowel voor dieren als voor kleine en grote mensen bij inname erg giftig, ook het plantensap kan (huid)irritatie veroorzaken. Nu zijn de meeste giftige planten gelukkig helemaal niet lekker, waardoor de consumptie (en de daaruit volgende schade) meestal beperkt blijft.

Onze partner

De Tuinen van Appeltern

Appeltern
Algemeen

Bestel in onze Tuinwinkel

geen product(en) geselecteerd
€ 0,00

Meer Tuinadvies in Plantverzorging