Verzorging van lavendel (L. angustifolia)

Lavendel is een plant waar men een aantal jaren plezier van kan hebben, zolang aan zijn wensen voldaan wordt.

UNDEFINED

Lavendel(meestal Lavandula angustifolia) komt van oorsprong in het wild voor in de landen ronde de Middellandse Zee, Noordoost-Afrika en Zuidwest-Azië.
Lavendel heeft graag een open, goed gedraineerde en niet al te voedselrijke grond met wat kalk en een zonnige standplaats. Hoewel de planten hier in de winter wel in kunnen vriezen, zijn ze over het algemeen redelijk winterhard. Dat ze vaak niet lang meegaan heeft meestal met de snoei te maken: ze worden vaak pas gesnoeid als de plant al te veel verhout is. De sterk verhoute delen lopen na een sterke snoei meestal niet meer uit. Daarom moet hij van begin af aan regelmatig gesnoeid worden zodat de struikjes bossig groeien en verhouting tegengegaan wordt.
Bij vrijstaande struikjes worden na de bloei de stengels met een derde ingekort. Is het snoeien in het najaar vergeten dan kan het alsnog vroeg in het voorjaar gebeuren. Haagjes worden tweemaal per jaar gesnoeid. In het najaar worden alleen de toppen en uitgebloeide bloemen weggeknipt. Pas in het voorjaar worden de stengels met een derde ingekort. Voor een haagje worden 5 planten per strekkende meter geplant.
Vermeerderen kan door stek te nemen van niet bloeiende stengeldelen. In augustus gaat dit het best met korte stekken (tot 10 cm), in september mogen ze iets langer zijn (tot 20 cm). Het onderste deel wordt schuin afgesneden, ontbladerd en in stekgrond gestoken. Stekpoeder kan de wortelvorming bevorderen, maar is niet echt nodig. Op een lichte, vorstvrije plaats zullen de stekken binnen 1 à 2 maanden wortels vormen, waarna ze in het voorjaar op hun nieuwe standplaats uitgeplant kunnen worden.