Verzorging van de Lotus

Het is mogelijk om een heilige lotus in Nederland te laten groeien, maar dan binnen.

UNDEFINED

Over de Heilige Lotus (Nelumbo)

De heilige lotus is een waterplant en komt van nature voor in de tropische delen van het Midden-Oosten, Azië en Australië (de Nelumbo nucifera spp. ‘Nucifera’, meestal met roze bloemen) en in Noord-Amerika (Nelumbo lucifer spp. ‘Lutea’ met gele bloemen) Met name van de Aziatische lotus zijn veel cultivars ontwikkeld. De heilige lotus is geen familie van de bekende witte en blauwe waterlelie (ook wel blauwe lotus genoemd) die in Egypte groeit. Dit betreft respectievelijk Nymphaea lotus en Nymphaea caerulea.
De heilige lotus onderscheidt zich hier onder andere van door de opvallende korfvormige zaaddozen, die veel in boeketten verwerkt worden, en door zijn groeikracht. Op zijn natuurlijke standplaats is een hoogte van 1,50 meter boven het wateroppervlakte en een breedte van 3,00 meter heel gewoon. Er zijn exemplaren bekend die een hoogte van 5,50 meter bereiken.
Hoewel de plant in de modder groeit, komen de bladeren en andere plantendelen schoon boven het water uit. Er hecht zich geen vuil aan. Dit wordt het lotuseffect genoemd. Vanwege het feit dat de plant rein vanuit de modderige ondergrond oprijst en vanwege de schoonheid van de bloemen worden er zowel in het hindoeïsme als het boeddhisme veel mythische eigenschappen aan toegedicht. De lotusbloem staat dan ook symbool voor reinheid, puurheid en schoonheid, en speelt een rol in veel verhalen en legendes. De bloemen, zaden, wortels en het jonge blad zijn eetbaar en er wordt een geneeskrachtige werking aan toegedicht.

Verzorging van de Lotus

Tijdens het groeiseizoen mag de watertemperatuur niet onder de 20 graden Celsius komen. Dat betekent dat die watertemperatuur al vroeg in het voorjaar bereikt moet worden, en minstens 3 maanden lang daar ook niet meer onder mag komen. Daardoor is Lotus meer geschikt voor binnenvijvers en grote aquaria dan voor toepassing buiten. Tijdens de overwintering, als het blad afgestorven is, mag het water wel kouder zijn, maar beslist niet bevriezen. De waterdiepte moet minimaal 30 cm bedragen. Omdat de plant in de modder wortelt, moet daaronder nog een leem- of kleibodem aanwezig zijn met een dikte van 5 tot 10 cm. De verzorging lijkt verder op die van waterlelies: regelmatig mesten met een organische of langzaam werkende meststof voor waterplanten.

Vermeerdering van de Lotus of opkweken uit zaad

Lotus kan als zaad gekocht en zelf tot kieming gebracht worden. Van de grote zaden wordt het stompe uiteinde aangevijld of doorboord, tot er een gat in de zaadwand ontstaat. Daarna wordt het zaad op de bodem van de (binnen)vijver gelegd, waar het doorgaans binnen een week ontkiemt. Dat wil zeggen, als de watertemperatuur dus weer tot op of boven de vereiste 20 graden Celsius verwarmd is. Wanneer het zaad de neiging vertoont om te gaan drijven kan het verzwaard worden door er tijdelijk een steen of iets dergelijks op te leggen. Zodra het blad verschijnt wil de Lotus graag een warme en lichte, liefst zonnige groeiplaats. Het zaad kan lang zijn kiemkracht behouden. Het is zelfs gelukt zaad te laten ontkiemen dat bijna 1300 jaar oud was. Het moeilijkste is om de kiemplanten door te laten wortelen. De watertemperatuur moet hoog genoeg zijn, er moet voldoende (zon)licht zijn, en de rhizomen (wortelstokken) mogen absoluut niet beschadigd raken.

Kan de lotus ook worden gegeten?

De lotus wordt als plant (voor zover wij weten) niet gegeten, maar de zaden wel. Ze bloeien met alleenstaande, ca. 25 cm grote bloemen die op lange stelen boven de bladeren en het water worden uitgestoken. In het midden van de bloem staat tussen een krans meeldraden een grote stamper die na bevruchting opzwelt tot een soort peperbusachtige vrucht die wel 15 cm doorsnee kan krijgen. In deze vrucht zitten gaten die zwarte zaden bevatten. Die zaden worden ongeveer zo groot als hazelnoten. Ze worden wel geoogst en in Azië zowel rijp als onrijp in allerlei gerechten gegeten. In de natuur vallen de rijpe zaden uit de vrucht en zinken in het water naar de bodem. Daar kunnen ze soms jaren blijven liggen voordat ze kiemen. De plant vormt in eerste instantie drijvende bladeren. Bladeren die daarna verschijnen, steken boven het water uit. Ze zijn 30-50 cm in doorsnee, hebben een blauwgroene kleur en zijn bedekt met een waterafstotend waslaagje. De planten groeien liefst in ca. 1-1,5 m diep water.

UNDEFINED