Vaste planten

Vaste planten zijn niet-verhoutende, meerjarige planten die meestal in de herfst bovengronds afsterven en in het voorjaar weer uitlopen.

UNDEFINED

Vaste planten zijn niet-verhoutende, meerjarige planten die meestal in de herfst bovengronds afsterven en in het voorjaar weer uitlopen. Maar er worden ook steeds meer groenblijvende vaste planten in de tuin toegepast. Die geven dus ook in de winter nog kleur aan de tuin.

Snoeien
In het voorjaar moet de nieuwe groei alle ruimte krijgen. Knip alle dode plantenresten van het vorige jaar weg en ruim die dode plantenmassa op. Pas op dat u de nieuwe scheuten niet beschadigt! Later in het jaar kunnen uitgebloeide bloemen worden weggenomen. Snoei vaste planten altijd van onderaf. Dat geeft het mooiste resultaat.

Afknippen (wanneer wel en niet)
De afstervende massa stengels en blad van vaste planten zorgt voor winterbescherming van het hart van de plant en de wortels eronder. Laat u dat in de winter zoveel mogelijk zitten (liggen) dan hoeft u ook niet voor extra winterbescherming te zorgen. Bovendien overleeft er van alles in die relatief warme laag, wat het milieuvriendelijk tuinieren ten goede komt. Maar als het afstervend loof ook groenblijvende planten bedekt, kunnen die daaronder stikken. In dat geval moet u de bladermassa dus wel opruimen en dan ook voor een beschermend laagje compost of potgrond boven en rond de gekortwiekte planten zorgen.

Vaste planten

Terugknippen na eerste bloei
Sommige vroegbloeiende vaste planten (lupine, Trollius, , Alchemilla e.d.) zullen opnieuw gaan bloeien als de planten na de eerste bloei direct worden teruggeknipt. Het wegnemen van uitgebloeide bloemen verlengt bij nog veel meer soorten de bloeiduur. Doe dat natuurlijk niet als ze na de bloei mooie zaaddozen en dergelijke vormen.

Bodemgesteldheid
Vaste planten groeien in de natuur in de meest uiteenlopende omstandigheden. De vaste planten die in uw tuin zijn toegepast, zijn speciaal gekozen voor de plekken waar ze staan. Ze zullen het daar goed doen als u tijdig water geeft, mest en de planten het kleine beetje zorg en aandacht geeft waar ze om vragen. Sommige vaste planten werken zich op hun wortels omhoog (ze drukken zich uit de grond). Plant ze weer stevig in als u dat constateert. Wanneer u de grond regelmatig van de nodige voedingsstoffen en organisch materiaal voorziet, zal de bodem weinig problemen geven. Mits ook de drainage in orde is. Raadpleeg een vakman bij herhaaldelijk terugkerende wateroverlast. Mogelijk is er dan iets met de ondergrond niet in orde.

Bemesten
Veel vaste planten hebben voldoende aan een goede jaarlijkse basisbemesting in het voorjaar. Doe dat meteen nadat u de planten van de oude groeiresten heeft ontdaan. Vooral lang werkende (organische) mest is daarvoor zeer geschikt. Later in het jaar kunt u zo nodig een extra groeistoot geven met snelwerkende kunstmest.

Vaste planten

Scheuren/verjongen
Vaste planten onttrekken vaak vrij snel de voor hun ontwikkeling benodigde voedingsstoffen aan de grond (mergelen die uit) en ze verouderen meestal sneller dan bijvoorbeeld heesters. Bij polvormende soorten is vaak goed te zien dat het hart na enkele jaren minder groeit en dat alleen de randen van de pol krachtige nieuwe groeistengels opleveren. Als u dat ziet, is de plant aan verjonging toe. U kunt dan meteen ook de bodem verbeteren. Haal de plant met zijn wortelkluit uit de grond, trek, snij of steek de jonge randdelen weer apart in. U kunt dan gelijkertijd de compositie weer herstellen of verbeteren.

Water geven
Gebruik bij vaste planten een sproeier die u minimaal één uur op dezelfde plek laat staan. De grond bij de wortels moet goed nat worden. Sproei steeds bij aanhoudende droogte. Geef pas ingeplante exemplaren de eerste weken om ze goed te laten bewortelen. Sproei met een fijne straal. ’s Avonds sproeien spaart water (minder verdamping), maar kan ook de kans op schimmelaantastingen vergroten, doordat het blad langer nat blijft. Gebruik bij enkele planten een gieter. Moet u vaak en veel water geven, dan is een tuinslang met verplaatsbare sproeier of zelfs een vakkundig aangelegd (automatisch) vast watergeefsysteem met sproeiers en vernevelaars ideaal.

Winterbescherming
Normaal gesproken zijn de bij of door u toegepaste vaste planten voldoende winterhard en zullen ze bij normale behandeling (het afstervende materiaal zoveel mogelijk laten liggen; zie boven) onze winters prima overleven. Mocht extra bescherming nodig zijn, dan kan dat met een tijdelijke laag tuinvlies. Planten die voor de winter kaal geknipt zijn, hebben een extra laagje mulch, potgrond of iets dergelijks boven en rond de wortels nodig. Druk planten die zich uit de grond gewerkt hebben weer goed aan.

Als de vaste planten in het najaar zijn aangeplant, zouden ze ’s winters water tekort kunnen komen. De kluitjes kunnen namelijk droog vriezen bij vorstperiodes. U zou ze dan gewoon water moeten geven.

Zie ook: