Tuintips voor januari

In januari is de tuin in rust, maar er zijn heel vaak vorstvrije periodes waarin u wel van alles kunt doen in de tuin. Het is geen echt geschikte periode voor grond- en plantwerk omdat de grond al behoorlijk koud is, maar onderhoud aan gebouwen, omheiningen en klimsteunen kan prima.

UNDEFINED
Onderhouden

Bemesten, onderhouden en verzorgen in januari

In januari is de tuin in rust, maar er zijn heel vaak vorstvrije periodes waarin u wel van alles kunt doen in de tuin. Het is geen echt geschikte periode voor grond- en plantwerk omdat de grond al behoorlijk koud is, maar onderhoud aan gebouwen, omheiningen en klimsteunen kan prima.

Kalkbemesting aanbrengen t.b.v. grondverbetering
In januari kunt u prima bemesten met thomasslakkenmeel of landbouwkalk. Het zijn beide meststoffen die de grond verbeteren. Maar geef ze niet tegelijk. In de praktijk wordt soms het ene jaar gekalkt en in het andere jaar thomasslakkenmeel gegeven. Het zijn zeer fijne poedermeststoffen (thomasslakkenmeel heeft een grijze of zwarte kleur) die u bij windstil weer moet uitstrooien, want ze stuiven flink. Strooi ze liefst uit als er regen wordt verwacht en het niet vriest. Het duurt vrij lang voor deze stoffen door de grond zijn opgenomen. Ook voor het gazon is deze bemesting uitstekend. Er zijn overigens ook andere kalkmeststoffen beschikbaar die sneller worden opgenomen en ook later in het jaar kunnen worden uitgestrooid.

Breng mulch aan boven de wortels van fruitbomen
Dat is sowieso goed voor de voeding van de bomen, maar het voorkomt ook dat de grond boven de wortels te veel dichtslaat. Dek zogenaamde ‘boomspiegels’ (open grond rond de stammen bij bomen die in een grasmat groeien) nu zeker af met mulch. Mulch kan compost zijn, oude verteerde stalmest, potgrond of iets dergelijks. Wanneer u in deze periode de composthoop of -bak omzet (even de inhoud eruit en in omgekeerde volgorde weer opslaan) is voldoende.

Vorst zonder sneeuw of ijzel? Kans op uitdroging!
Planten die ’s winters groen blijven, gaan ook door met het verdampen van vocht via hun blad. Ze proberen dat op tal van manieren te reduceren (door huidmondjes te sluiten, door de bladstand te veranderen, door blad op te rollen enz.), maar als het zonnig en vriezend weer is en er een droge, koude oostenwind opsteekt, is er geen houden aan en kunnen er bladeren uitdrogen. Dat komt vooral doordat de wortels uit de dan ook bevroren grond geen vocht meer kunnen opnemen. Door bevriezing kunnen groenblijvers zelfs dood gaan. Als er wat rijp op de bladeren zit, is die kans een stuk minder.

Als er een flink pak sneeuw valt, kunnen groenblijvende heesters en vooral coniferen door de sneeuwlast uit vorm worden gebogen. Als u daar niets tegen doet, kan de vorm later vaak niet worden hersteld. Ook takbreuk kan voorkomen. Voorkom zulke ellende door de sneeuw tijdig van de takken te verwijderen (door te schudden of te vegen). Zorg dat er tijdens vorst niet over planten in uw tuin wordt gelopen!

Pas op voor ijzel!
IJzel is aanvriezend vocht uit de lucht. IJzel kan planten volledig vernielen en we kunnen er niets tegen doen. Eén liter water weegt één kilo, een liter ijs wat minder, maar de takken van bomen en struiken kunnen door aangevroren ijzel zo zwaar worden dat ze eenvoudig afbreken met (soms) enorme schade als gevolg. Coniferen kunnen onder het gewicht van ijzel helemaal tegen de grond worden gedrukt. Laat ze zo liggen. Als het gaat dooien, wordt de oude stand meestal weer bereikt. Als dat niet gebeurt is enige hulp nodig (aanbinden aan stokken en steunen), maar doe dat pas als het dooit. Vaste planten worden door een laag ijzel juist beschermd.

Gebruik strooizand, geen zout!
Zout strooien tegen gladheid is slecht voor uw tuinplanten. Meestal wordt de sneeuw bij het schoonvegen van stoepen en paden tussen de planten geveegd en komt het zout daar ook terecht. Dat leidt tot zoutvergiftiging van de planten. Dat zult u later in het jaar gaan merken aan vergeeld blad en groeiachterstand bij uw planten. Gebruik daarom liever strooizand tegen gladheid. Het werkt net zo goed en is prima voor het milieu en uw planten.

Knopvraat door tuinvogels
Geef de vogels niet alleen droog brood. Daar zitten te weinig vitamines en in de meeste gevallen te veel zouten in. De vitamines gaan ze ergens anders zoeken, bijvoorbeeld in de knoppen van struiken (met name Forsythia, gele krokussen en fruitgewassen zijn favoriet). Dat geeft soms flinke knopvraatschade omdat de voerplek veel vogels aantrekt die dus ook in de directe omgeving vitamines gaan bemachtigen. Geef daarom zo gevarieerd mogelijk voer, met (ongebrande) pinda’s, vetbollen, allerlei soorten zaden, stukjes fruit enz. Volgelpindakaas is ook prima, omat daar geen zout in zit. Met gevarieerd voer zal de vraatschade meteen een stuk minder zijn.

Snoeischaar

Snoeien in januari

Vergeet uw bomen niet te verzorgen!
Heeft u een of meer grote bomen op uw terrein, dan bent u daar ook verantwoordelijk voor. Boomeigenaren hebben een zorgplicht. Valt een boom om of vallen er takken uit een boom die schade (of letsel) veroorzaken, dan is de eigenaar daar verantwoordelijk voor en kan hij of zij aansprakelijk worden gesteld. Deze regel geldt zowel voor de gemeentelijke en provinciale overheden als voor particulieren. De wetgeving wordt op dit punt alleen maar strenger. Vandaar dat het belangrijk is om bomen in de beste conditie te houden. Schakel tijdig een deskundige boomverzorger in als u de conditie van een boom niet helemaal meer vertrouwt.

Verwijder opschot (wilde scheuten die uit de grond komen) rond de stammen van vruchtbomen
Voorkom dat er een heel takkenbos ontstaat. Pak de scheuten stevig beet en draai ze los. Als u het zo doet, komt het opschot niet meer terug. Snoeit u ze weg, dan lopen de takstompjes weer uit en worden het alleen maar meer scheuten.

Bij bonte, groenblijvende planten vallen enkele volgroen bebladerde takken nu extra op
Haal zulke afwijkende takken weg. Eigenlijk zijn de bonte bladeren de afwijkelingen. De volgroene bladeren hebben de oorspronkelijke (natuurlijke) uitvoering van de soort en die gaan op den duur overheersen als u ze niet weghaalt.

Groenblijvers beschermen tegen te veel zon
Groenblijvende heesters houden hun blad en dat blijft ook ’s winters vocht verdampen. Als de grond bij de wortels bevroren is, kunnen de planten dat vochtverlies niet compenseren door nieuw vocht via de wortels uit de grond te halen. Het gevolg is dat de planten kunnen verdrogen. De kans daarop is vooral groot bij felle winterzon en ‘kale vorst’ (als de grond niet door een beschuttende sneeuwlaag is bedekt). Breng in zulke omstandigheden tijdelijk schermdoek (tuinvlies) aan de zonzijde van de struiken aan. Dat is vooral belangrijk bij heesters die nog niet zo lang geleden zijn geplant.

Bramen opschonen en aanbinden
Anders dan bij frambozen sterven bramentakken niet af nadat ze vrucht hebben gedragen. Bramen dragen vrucht aan het blijvend meerjarig hout, zoals dat heet. Dat betekent dat een braamstruik steeds meer takken vormt die (oud en nieuw) door elkaar heen gaan groeien en een enorme warboel kunnen vormen. Snoeien, leiden en aanbinden is het devies. Ook al omdat bramen aan jongere takken beter vrucht dragen. Haal al het oude en dode hout daarom weg en bind de nieuwe takken tegen een klim‘rek’ aan. Dan zijn de vruchten straks ook veel makkelijker te plukken. Heeft u weinig oppervlak voor de lange takken ter beschikking, bind ze dan rondgebogen aan. Dat scheelt echt veel ruimte.

Ziet u in uw hazelaars of zwarte-bessenstruiken hele dikke, ronde knoppen, snoei die dan weg en voer ze af. Ze beloven geen extra zware trossen vruchten of bladeren, maar ze zijn aangetast door een galmijt (de rondknopmijt) die heel schadelijk kan zijn.

Vijveronderhoud - De Tuinen van Appeltern

Vijveronderhoud in januari

Het dichtvriezen van een vijver hoeft niet erg te zijn!
De biologische processen in de vijver staan op een lager pitje, maar ook niet helemaal. Vissen en andere dieren gebruiken nog steeds een klein beetje zuurstof en ademen koolstofdioxide uit. Wintergroene onderwaterplanten produceren op hun beurt nog steeds wat zuurstof en absorberen koolstofdioxide. Dit gaat ook gewoon door als er ijs op de vijver ligt. Een sneeuwlaag op het ijs kan wel beter worden verwijderd, deze belemmert de lichtinval en daarmee de werking van de planten. Als de vijver niet in balans is of de vorstperiode te lang, dan moet de gaswisseling met de lucht wel worden hersteld door een gat in het ijs te maken.

Hulp nodig? Neem contact op met Keijsers Vijverecologie!

Tuingeluk vijvertip: Hak nooit een gat in het ijs! Wilt u een wak maken, zet dan een pan heet water op het ijs en wacht totdat deze helemaal door het ijs heen is gesmolten. Giet ook geen heet water direct op het ijs. Het hete water kan het rustende leven in de vijver flink verstoren.

Tot slot

Tot slot

Controleer opgeslagen bollen en knollen!
Bewaar ze koel en vrij droog. Bijvoorbeeld in een bakje of kistje met compost of scherp zand. Als ze te nat liggen, kan rotting optreden. Snij rotte delen bij knollen weg en verwijder rotte bollen uit de opslag. Verschrompelde knollen kunt u gedurende een paar uur in lauw water leggen en zich vol laten zuigen. Daarna kunnen ze prima verder worden bewaard.

Kuipplanten controleren
Zorg dat de wortelkluiten van de planten niet helemaal uitdrogen. Controleer op aantastingen (vaak dopluis) en ruim afgevallen blad en takjes op. Zorg ook voor voldoende ventilatie, maar voorkom tocht.

Vaststellen of een twijg nog leeft of dood is, kan heel gemakkelijk door een klein stukje bast weg te krabben. Als het weefsel dat daar direct onder zit, groen en sappig is, leeft de twijg nog. Vaak merk je het al aan de bast zelf. Gezonde jonge bast is soepel en ook vrij sappig.