Snoeiregels: Leifruit

Om op een kleine ruimte toch grootfruitsoorten (appels, peren, perziken enz.) te kunnen kweken, zijn in de loop der eeuwen compacte leivormen ontwikkeld die ook esthetische waarde hebben.

UNDEFINED

Leifruit
Om op een kleine ruimte toch grootfruitsoorten (appels, peren, enz.) te kunnen kweken, zijn in de loop der eeuwen compacte leivormen ontwikkeld die ook esthetische waarde hebben.

De takken worden in een bepaald patroon geleid. Meestal staan dergelijke planten voor een muur die extra warmte afgeeft, die het rijpen van de vruchten ten goede komt. Er zijn echter ook andere boom- en heestersoorten die goed op geleide snoei reageren. Voorbeelden zijn Taxus baccata (venijnboom), en Pyracantha (vuurdoorn). Veel leivormen zijn gebaseerd op het principe dat aan takken die horizontaal of naar beneden worden uitgebogen, sterke rugscheuten ontstaan en dat een groeitop die in een tamelijk horizontale positie terecht komt, minder snel zal gaan groeien.

Een van de bekende vormen is het snoer of cordon (een enkele stam zonder zijtakken), die meestal in een aantal naast elkaar diagonaal wordt gekweekt. De waaiervorm spreekt voor zich: alle takken worden waaiervormig uitgespreid. Een palmet heeft een hoofdstam met zijtakken die vlak kunnen liggen of ook wel in waaiervorm. Als aan de einden van de zijtakken van een vlakliggend palmet scheuten omhoog worden geleid, ontstaat een kandelaarvorm die palmet-kandelaber wordt genoemd. Zo kunnen ook U-vormen en dubbele U-vormen worden gecreëerd en kunnen cordons kruisend door elkaar heen worden geleid.

Het vormen van een palmet.

  1. In de winter wordt een eenjarige boom zonder zijtakken geplant. De stam wordt tot op 40 cm boven de grond afgesnoeid.
  2. Er ontstaan zijtakken. De topscheut wordt verticaal omhoog geleid, twee andere uitgespreid (in de zomer). De rest wordt weggesnoeid.
  3. In november daarop worden de zijtakken verder in horizontale stand uitgebogen. Van zowel topscheut als zijtakken wordt een derde afgesnoeid.
  4. In de volgende jaren gebeurt hetzelfde, maar steeds iets hoger aan de hoofdtak. In de zomer worden scheuten die op de zijtakken ontstaan stelselmatig ingekort (tot op drie bladeren).
  5. Zo wordt laag na laag het gewenste aantal zijtakken gevormd.
Het vormen van een palmet

Men heeft vaak het idee dat een druif het niet goed doet, tenzij hij zwaar en dwingend wordt gesnoeid. Onze buitendruiven zijn echter meer vruchtdragende sierplanten (leid ze gerust over een pergola) die door snoei eind januari in toom worden gehouden. Overigens kan de opbrengst per plant zeer behoorlijk zijn. Een ras als ‘Boskoop Glory’ kan ieder jaar honderden trosjes zoete druiven vormen. Daar is geen geweldig dwingende snoei voor nodig. Bij kasdruiven die bedoeld zijn om grote trossen dessertdruiven te vormen, is dat wat anders. In feite is het snoeien van een kasdruif niet veel anders dan het maken van een leivorm met een hoofdstam en zijtakken. De horizontale zijtakken (de leggers) worden daarbij meestal niet op gelijke hoogte, maar verspringend ten opzichte van elkaar aangehouden en aangebonden. Op deze horizontale leggers ontstaan de scheuten waaraan de bloemen en vruchttrossen zullen verschijnen. Houd daartussen 20 cm afstand aan. Snoei alles weg wat dichter op elkaar of in de verkeerde richting groeit. De hoofdsnoei gebeurt steeds in januari, het corrigerende inkorten van scheuten in de periode mei-september. Dat is de zogenaamde zomersnoei. Ook wordt blad boven de rijpende trossen voor een deel weggenomen.

Het snoeien van een kasdruif.

  1. De gekochte druif wordt getopt en van zijscheuten ontdaan geplant.
  2. Nieuwe zijscheuten worden op ca. 40 cm onderlinge afstand horizontaal (als leggers) en versprongen van elkaar aangebonden. De rest wordt weggesnoeid.
  3. Aan de leggers ontstaan de vruchtdragende verticale scheuten. Wat niet omhoog groeit wordt weggesnoeid.
  4. Vruchtscheuten op 20 cm onderlinge afstand wordt aangehouden. De rest wordt weggesnoeid. Te lange scheuten worden in de zomer ingekort.
  5. Aan de ingekorte scheuten ontstaan grotere vruchttrossen dan aan lange scheuten.
Snoeien van een kasdruif

Zie ook: