Snoeiregels: Coniferen

Veel coniferen komen vanaf april goed aan de groei, maar bijvoorbeeld Taxus pas vanaf medio mei.

UNDEFINED

Conifeer snoeien
Veel coniferen komen vanaf april goed aan de groei, maar bijvoorbeeld Taxus pas vanaf medio mei.

Knip coniferen nooit voordat ze goed aan de groei zijn. Het gaat hier om alleenstaande coniferen. Anders dan de hagen kunt u die het beste met de snoeischaar (of een schapenschaar) snoeien. Schubconiferen (Thuja, Chamaecyparis, Cupressocyparis enz.) worden ook wel met een scherp mes ‘geveerd’. In beide gevallen geeft zulke snoei een veel minder strak en daarmee natuurlijker beeld dan wanneer met de heggenschaar wordt gesnoeid. Snoei nooit achter het groen, dan lopen de takken niet meer uit en blijft u tegen een bruin gedeelte aankijken.

Alleen Taxus vormt een uitzondering. Die planten kunt u zelfs helemaal kaal snoeien, dan nog lopen ze weer uit. Bij gebeurt dat soms, maar u kunt er niet op rekenen. Snoei vanaf het voorjaar, maar liefst kort voor de langste dag (21 juni) en niet meer na eind augustus. Bij schubconiferen kunt u gerust de top wegnemen om de hoogtegroei te remmen. Er vlak onder zal een nieuwe top worden gevormd. Het model wordt er nauwelijks door aangetast. Dat is bij de meeste naaldconiferen heel anders!

Naaldconiferen als sparren zijn veel lastiger te snoeien (dennen, Pinus, nog het beste). U kunt de takken in verhouding inkorten volgens het model van de plant (het jonge schot afknippen; zorg dat er groen aan de takken blijft), maar blijf van die top af! Als u hele takken afzaagt, moet u een ‘kapstokje’ van zo’n 5 cm lang bij de stam laten zitten. Dat valt er na verloop van tijd vanzelf af.

Zie ook: Snoeiregels per plantgroep