Snoeien en groeien van Gelderse roos, Viburnum opulus

In principe hoeft een Gelderse roos (Viburnum opulus) nauwelijks gesnoeid te worden, hij ontwikkelt doorgaans uit zichzelf al een mooie vorm.

UNDEFINED

Daardoor blijft het snoeien van de Gelderse roos (Viburnum opulus) meestal beperkt tot het wegnemen van dood, ziek of kruisend hout, en verkeerd groeiende takken. Deze begeleiding snoei gebeurt het beste in maart of begin april.
Moet de struik toch gesnoeid worden omdat hij te groot wordt, of verjongd moet worden, dan kunnen direct na de bloei 20% van de oude scheuten bij de basis weggeknipt worden. Zwak groeiende takken kunnen eveneens weggehaald worden. Ook kan de hele struik in 1 keer verjongd worden. Na de bloei worden dan alle takken bij de basis weggesnoeid. De nieuwe uitlopers bloeien dan na 2 jaar weer. De takken zelf kunnen beter niet ingekort worden. De vorm wordt er niet mooier op.

Viburnum carlesii 'Aurora' staat het liefst in de halfschaduw. De grond is dan bij voorkeur neutraal tot iets zuur, humeus en doorlatend, voedselrijk en niet te droog. Door een bemesting met stalmest, of compost gemengd met wat tuinturf, kan de grond in het voorjaar wat zuurder gemaakt worden. Als ook nog een mulchlaag aangebracht wordt, kan het vochthoudend vermogen van de grond verder vergroot worden.
Is het blad van Viburnum verschrompelt, kan dat komen door bezoek van insecten, of moet de oorzaak in de standplaats gezocht worden, dan zal het wel verdroging zijn.