Snoeien en behandeling "gaatjes" blad van de vlinderstruik

Het gaat hier over de Buddleja davidii en de Buddleja alternifolia.

UNDEFINED

Over de vlinderstuik

De vlinderstruik (Buddleja) wordt zo genoemd omdat hij veel vlinders aantrekt. Deze vlinders komen af op de bloemen, waar ze nectar uit drinken. Voor de voortplanting van de vlinders is het noodzakelijk dat ze af en toe eitjes leggen. En uit die eitjes komen rupsen, die zich later verpoppen, wat weer leidt tot het uitkomen van nieuwe vlinders. De meeste mensen vinden het vlinderstadium erg leuk, maar zouden de tussenfase (die van die rupsen) het liefst overslaan, omdat die vlinders hun eitjes leggen op de struiken die ze bezoeken tijdens hun zoektocht naar voedsel. De rupsen zijn doorgaans maar enkele weken actief, zodat de aantasting van voorbij gaande aard is. Wanneer het niet om een jaarlijks terugkerende plaag gaat, zou ik de rupsen koesteren, zodat u in de zomer en het najaar weer van de vlinders kunt genieten.

Mocht het wel een terugkerende plaag dreigen te worden dan kunt u Spruzit of Pyrethrum of vergelijkbare middelen proberen.

  • De Buddleja davidii (vlinderstruik) behoort tot de groep heesters die op de nieuwe scheuten bloeien. Dit zijn over het algemeen soorten die met sterke grondscheuten terugkomen.
    Het eerste jaar na aanplant wordt in maart of begin april een gestel gevormd door de jonge takken tot de helft of driekwart van hun lengte in te korten, net boven enkele sterke knoppen. Het daarop volgende jaar worden de uitgebloeide zijtakken telkens terug geknipt tot net boven de 1e of 2e knop vanaf de oude gesteltak. Het beeld na het snoeien is een soort laag knotboompje met korte, afgesnoeide takken erop. Is de struik meerdere jaren oud, dan zijn de af te snoeien gesteltakken dus telkens met enkele centimeters verlengd.
  • De Buddleja alternifolia bloeit in juni op de scheuten van het vorige jaar. Na de bloei worden de (zij)takjes die gebloeid hebben allemaal weggeknipt. De hoofdtakken worden teruggesnoeid tot waar zich enkele sterke zijscheuten ontwikkeld hebben. Dit wordt ieder jaar herhaald. Wordt de struik te vol of te dicht dan kan 20 tot 25% van de hoofdtakken bij de basis weggehaald worden.