Kan beplanting onderhoudsvriendelijk zijn?

Als het over tuinen of tuinplanten gaat, is de manier waarop je tegen die onderwerpen aankijkt allesbepalend.

UNDEFINED

Als wij mensen ons met iets gaan bemoeien, komt daar onvermijdelijk werk uit voort, want er ontstaat altijd een situatie waarin we iets anders willen dan er ‘van nature’ gebeurt. Dus zelfs een kale tuin geeft altijd werk.

Omdat regen en wind er vrij spel hebben, er stof uit de lucht neerslaat en de grond door de regen verzuurt, uit een onweersbui stikstof op de grond regent (meststof), er algen op de bodem zullen groeien, zaden die de wind en vogels meevoeren ontkiemen, er zullen kiemen en kleine bezoekende dieren er hun behoeften zullen doen (en daarmee de bodem verrijken). En dan hebben we het nog niet eens over het bodemleven zelf dat zich ook automatisch ontwikkelt. U gaat dat totale proces waarschijnlijk niet met grote belangstelling observeren, hoewel het interessant genoeg is. Nee, u gaat ingrijpen, want er ontstaat iets dat u niet wilt. Dat betekent: werk, verandering, onderhoud, inspanning, met als resultaat een effect dat naar uw zin is. De natuur wil iets anders. U zult daarom moeten vegen, ordenen, veranderen en bestrijden als u niet wilt dat uw stukje tuin binnen korte tijd verandert in ‘nieuwe natuur’. Bovendien is wat er aan uw kant van de schutting om uw tuin gebeurt, niet uitsluitend uw zaak. Omwonenden en zelfs de gemeente waar u woont, hebben er ook iets over te vertellen als wat er bij u gebeurt effect heeft op wat er daarbuiten gebeurt. Bomen die te groot worden, planten die via hun wortels doorwoekeren, onkruid dat zich verspreidt. Daar bestaan regels en richtlijnen over. U kunt dus worden gedwongen om iets in uw tuin aan te pakken en te veranderen, ook als u dat in principe niet wilt.

Met het bovenstaande willen we alleen maar zeggen dat een onderhoudsvrije tuin niet mogelijk is. Onderhoudsarm of (anders gezegd) onderhoudsvriendelijk kan wel. Maar dan moet u dat wel als basisprincipe bij het vormgeven van uw tuin hanteren en alle elementen in uw tuin zo maken, aanleggen of samenstellen dat deze zo min mogelijk werk geven. Dat is dan overal het uitgangspunt.

U zult steeds keuzes moeten afwegen. Een terras met kleine klinkertjes bijvoorbeeld, waar enorm veel voegen tussen ontstaan, is uitstekend om regenwater snel in de bodem te laten wegzakken, maar er groeit ook veel onkruid tussen dat u een paar keer per jaar zult moeten wegspuiten met een hogedrukspuit om vervolgens de voegjes met schoon brekerzand in te vegen. Een terras uit stroef gecoate tegels van een flink formaat geeft veel minder werk, maar laat nauwelijks water door. Water dat dan weer elders moet worden opgevangen en afgevoerd.

Nog een voorbeeld: Hoe gaat u uw tuin zo onderhoudsvriendelijk mogelijk afscheiden van de omgeving? Wilt u het groen hebben, dan ligt de keuze voor een haag voor de hand, maar kies dan geen snelgroeiende soort want die zult u driemaal per jaar moeten snoeien. Maar bij een langzaam groeiende soort duurt het veel langer voor hij volgroeid is of u moet haagplanten van een groter formaat aanschaffen, maar dan bent u veel duurder uit. En wilt u die haag dan ’s winters groenblijvend of liever bladverliezend, zodat een laagstaande winterzon er ’s winters dwars doorheen kan schijnen. Toch maar liever een schutting? Dan zijn zachte houtsoorten zoals grenen- of vurenhout de slechtste keuze, hoe goed geïmpregneerd ook. Want die soorten hebben ieder jaar onderhoud nodig. Wat hardere houtsoorten zoals tamme-kastanjehout of Robinia-hout niet. Maar die zijn ook duurder. U kunt er wel – omdat daarbij onderhoud niet nodig is – onderhoudsarme klimplanten (zoals klimop) tegenaan laten groeien en er zo een groene wand van maken.

Met die hagen en klimop zijn we bij het eigenlijke onderwerp van dit artikel aanbeland: hoe maak je een onderhoudsvriendelijke tuinbeplanting? De keuzes daarin zijn verschillend per beplantingselement en per tuintype. U kunt bijvoorbeeld een pottentuin maken. Voordeel daarvan is dat iedere plant zijn eigen speciale grond kan krijgen, dat elke pot op een automatisch watergeefsysteem kan worden aangesloten en dat planten makkelijk van plek kunnen wisselen. Als iets even wat minder mooi is, kunt u zo’n plant wat meer uit zicht zetten. U kunt ook tuinen met speciale plantenkeuzes maken, bijvoorbeeld een cactussentuin (er zijn winterharde cactussen genoeg), een tropische tuin met palmen en weelderig blad, een water- of moerastuin (een goed gemaakte vijver heeft weinig onderhoud nodig), een Chinese of Japanse tuin, een kruidentuin, een nutstuin (fruittuin of moestuin), een tuin als een apotheek met geneeskrachtige planten, een tuin met verfplanten, een vlinder- en insectentuin, een rotstuin, zelfs een mostuin enz. enz. Voor al dat soort tuinen zijn specifieke aanwijzingen te geven om het onderhoud zo makkelijk mogelijk te maken. Handige trucs, tips en hulpmiddelen genoeg.

In dit artikel ligt de nadruk op de ‘gewone’, gemiddelde tuin, die natuurlijk helemaal niet gewoon is, maar die het beste aansluit bij wat de meeste mensen willen: een eigen stukje aangelegde natuur waarin je kunt genieten van kleuren en geuren, van mooie planten, van vlinders en andere insecten en dieren, zeker van vogels, waarin vaak kinderen mogen spelen of je lekker in het zonnetje kunt zitten Voor zo’n gemiddelde tuin met bloemen en planten die in de volle grond in borders groeien, voldoet een opbouw (samenstelling) zoals in de natuur, het beste. In de natuur is een soort etageopbouw standaard: onderin bodembedekkende planten, daarboven kruidachtige vaste planten, daarboven heesters en daar weer bovenuit groeien bomen. Als je het jezelf makkelijk wilt maken, kun je het beste met de natuur meedoen en dat schema min of meer volgen. Dat is tip één.

Tip twee is: planten die geen onderhoud nodig hebben bestaan niet. Dat is eenvoudig te begrijpen: planten groeien. Als dat niet in de hoogte is, breiden ze zich wel in de breedte uit. En planten hebben niet het eeuwige leven. Ze zullen dus soms moeten worden vervangen. Zogenaamd bladverliezende planten laten in de herfst in korte tijd al hun blad vallen, Maar ook groenblijvende planten stoten oud geworden blad af. Alleen niet alles tegelijk. Dat valt dus minder op, maar het gebeurt wel. Daar weten ze in de tropen alles van: daar kun je het hele jaar door elke dag blad vegen onder de altijdgroene bomen.. En waar dacht u dat het bruine naaldentapijt onder naaldbomen en andere coniferen vandaan komt?

Maar laten we de verschillende plantengroepen/plantenelementen in de tuin wat beter op hun onderhoudsbehoefte bekijken:

Onderhoudsvriendelijke bodembedekkers

Een sier- of speelgazon bestaat uit een mengsel van enkele bodembedekkende grassoorten. Omdat de mode is dat zo’n gazon zo soortenarm en monotoon mogelijk moet zijn – je kunt het eigenlijk geen plantengemeenschap meer noemen, maar een man-made monocultuur zoals tegenwoordig ook in de Nederlandse weiden – brengt dat veel werk met zich mee. Heeft u geen zin om wekelijks met een gazon bezig te zijn, zie er dan vanaf en maak er een gebiedje van dat u beplant met allerlei andere soorten groenblijvende en vaak ook periodiek bloeiende bodembedekkende vaste planten en heestertjes zoals tijm (Thimus), zenegroen (Ajuga), kleine maagdenpalm (Vinca minor), Waldsteinia ternata en tal van andere soorten. Toegegeven: je kunt er beter niet al te veel over lopen, maar qua tuinwerk scheelt het enorm. Het kan heel mooi zijn en u bent meteen ook van dat ellendige graskantsteken of omzomen van het gazon af, want dat bodembedekkende tapijt kan naadloos overlopen in de plekken waar u er hogere vaste planten, heesters en mogelijk zelfs een paar bomen in plant. Een groot voordeel van een dichtgegroeid tapijt van bodembedekkers is, dat daar nog nauwelijks onkruid doorheen groeit. Onkruidzaad zit wel in de bodem, maar het zonlicht kan er niet bij en dus kiemt het niet. Onkruid dat er wel uit opschiet is er – net zoals in een grindpad – meestal vanuit de lucht ingewaaid of het is meerjarig onkruid.

Onderhoudsvriendelijke vaste planten

Dat zijn eigenlijk wat hoger wordende kruidachtige planten (die dus geen echt verhoute stengels vormen), maar sommige worden zelfs makkelijk 2 m hoog. U hebt de keus uit honderden soorten voor alle lichtomstandigheden. En van die soorten bestaan weer in totaal duizenden cultivars (kweekvormen, ook rassen genoemd). Wilt u zeker zijn van onderhoudsarme soorten, kies dan voor groenblijvers (die dus ook ’s winters blad houden). Die geven het minste werk. U hoeft daarbij geen dood materiaal weg te knippen of de planten terug te knippen. Het kan wel zijn dat ze zich na verloop van enkele jaren te veel hebben uitgebreid ten koste van andere planten. Dan kunt u een gedeelte weghalen. Omdat de keuze zo groot is, geven we hier geen voorbeelden. Het is wel aan te raden om ieder voorjaar organische mest tussen de planten te strooien voor wat extra voeding. Maar doe dat naar behoefte.

Onderhoudsvriendelijke heesters

Bij deze groep van verhoutende planten geldt in feite hetzelfde als bij de vaste planten. Groenblijvende soorten geven minder werk. Maar die bloeien vaak ook minder mooi of minder uitbundig en dus raden wij een mix aan van groenblijvende en bladverliezende soorten. Maar bij de laatste zou onze keuze dan weer op langzaam groeiende soorten vallen omdat die veel minder snoei vragen. Bij die soorten geldt dat één keer per jaar snoeien – de snoeiperiode verschilt per soort – voldoende moet zijn.

Onderhoudsvriendelijke bomen

Het verhaal wordt eentonig. Ook bij bomen geeft de snoei het meeste werk. Bij de meeste fruitbomen is snoei altijd (een of twee keer per jaar) nodig, bij sierbomen hangt het af van de grootte (hoogte en/of omvang) die ze bereiken en hun groeisnelheid. Als die allebei fors zijn, kunt u op veel werk, gedoe met de buren vanwege schaduw en andere overlast, en andere perikelen rekenen. Er zijn klein blijvende boomrassen genoeg waar u weinig omkijken naar heeft en dus kunt u van die soorten vooral genieten. Behalve bij de coniferen zijn er weinig goede groenblijvende bomen voor ons klimaat. Een bladverliezende soort als het krentenboompje (Amelanchier) biedt alles wat u zou willen: mooi uitlopend blad, prachtige bloei, eetbare bessen waar ook vogels massaal op afkomen, en een schitterende herfstverkleuring van het blad voor dat het afvalt. U kunt dat afvallende blad gerust laten liggen tussen de bodembedekkers. Daar zal het al vrij snel verteren en door het bodemleven in plantenvoedsel veranderen. Precies zoals in de echte natuur gebeurt. Veel bomen moeten jaarlijks tot zo’n 20% worden gesnoeid (het percentage dat er dan is bijgegroeid). Als u voor een boomsoort kiest waarbij dat nodig is, kunt u ook de aanplant van een vormboom overwegen, als u dat mooi vindt. Dat zijn bomen die in een bepaalde kunstmatige vorm zijn gedrild. Door ze ieder jaar tot dezelfde maat terug te snoeien, worden ze niet groter.

Onderhoudsvriendelijke hagen

Haagplanten zijn in feite ook vormbomen. Tenminste… als het om een strak gesnoeide haag gaat. U hebt daarbij de keuze tussen bladverliezende en groenblijvende soorten en snel of langzaam groeiende. We noemden het hierboven al. Langzaam groeiende groenblijvers geven het minste werk. Nog minder werk geeft een zogenaamde ‘losse haag’ waarbij de heesters of boompjes verspringend ten opzichte van elkaar worden geplant en wat meer volgens hun natuurlijke vorm mogen uitgroeien. Zo’n haag vraagt wel meer ruimte.

Onderhoudsvriendelijke klimplanten

Daarbij heeft u de keuze uit zelf hechtende soorten en planten die u moet leiden. Zelfhechters zijn soorten zoals klimop (Hedera) en wilde wingerd (Parthenocissus) die zuignapjes of hechtranken hebben en die u lekker hun eigen gang kunt laten gaan op plekken waar ze geen bouwsels kunnen ontwrichten. Planten die u tegen klimsteunen moet leiden, waar ze zich dan op allerlei manieren omheen slingeren en zich zo naar het licht omhoog werken, zijn bijvoorbeeld blauweregen (Wisteria) en kamperfoelie (Lonicera). De laatste geven dus wat meer werk. Sommige, zoals de bruidssluier (Fallopia), bloeien prachtig, maar groeien enorm hard en vormen op den duur ook dichte pakken afgestorven takjes tussen het levende groen, wat veel stof kan geven (lastig voor astmapatiënten). Andere, zoals clematissen en passiebloem (Passiflora) kunnen in strenge winters fors terugvriezen. Die moet u dan weer fatsoeneren. Er zijn ook veel eenjarige klimmers die u net zoals alle andere eenjarige planten in het voorjaar kunt planten en in het najaar weer verwijderen. Ondertussen heeft u dan kunnen genieten van hun vaak schitterende bloei.

Onderhoudsvriendelijke een- en tweejarige planten

Hierboven noemden we ze al. U koopt ze in het voorjaar, verzorgt ze tijdens lente, zomer en herfst, en verwijdert ze weer als hun bloeitijd erop zit. Veel meer dan water en voedsel geven hoeft u niet te doen, dus het werk aan deze planten valt erg mee. Voorkomen dat ze verdrogen is hoofdzaak.

Onderhoudsvriendelijke bollen en knollen

Ook daarvan bestaan honderden soorten. Kies de soorten die niet ieder jaar uit de grond gehaald hoeven te worden. Soorten die u kunt laten verwilderen, zoals botanische tulpjes (Tulipa), krokussen (Crocus), winterakonieten (Eranthis), sneeuw- en andere klokjes (Galanthus) enz. enz. Daar heeft u bijna geen werk aan. Er zijn ook zomerbloeiende en zelfs herfstbloeiende bollen en knollen.

Onderhoudsvriendelijke vijverplanten

Ook deze plantengroep heeft weinig zorg nodig. We schreven hierboven al dat vijvers onderhoudsarme tuinelementen zijn. Het meest werk aan vijverplanten heeft u in het voorjaar om dood materiaal te verwijderen en te hard groeiende soorten uit te dunnen.

Welke onkruidwerende bodembedekkers zijn geschikt voor kleigrond?

Welke bodembedekker geschikt is wordt niet alleen bepaald door de grondsoort, maar ook door de vochthuishouding van de grond, de ligging van het plantvak (zonnig of beschaduwd) en niet te vergeten uw persoonlijke smaak. Er zijn weinig soorten die zowel in de zon als in de schaduw gedijen, tenzij de grond humeus is, en enigszins vochthoudend.

Natuurlijk valt er nog veel meer over dit onderwerp te zeggen, maar wat tuinbeplanting betreft zijn dit de hoofdzaken voor een onderhoudsarme plantenkeuze!