Jaarlijks terugkomende snoeiklus: Fruitgewas

Bij diverse grootfruitsoorten is het open snoeien van de kroon (het verwijderen van verkeerd en naar binnen groeiende takken) en snoei voor de vorming van vruchtspoortjes het meest belangrijk in de winter.

UNDEFINED

Bij diverse grootfruitsoorten is het open snoeien van de kroon (het verwijderen van verkeerd en naar binnen groeiende takken) en snoei voor de vorming van vruchtspoortjes het meest belangrijk in de winter.

Er zijn ook zogenaamde ‘topdragers’ die aan het eind van de zijscheuten bloesemknoppen en vruchten vormen. Die zijscheuten worden in het tweede jaar na vorming tot op de bovenste bloemknop ingekort. Als ze vrucht hebben gedragen, worden ze in de winter tot op 2,5 cm ingekort, waarna er weer een nieuwe scheut uitgroeit enz.

Fruit snoeien
  • De zomersnoei bij grootfruit beperkt zich tot het terugsnoeien van jonge scheuten tot op 15 cm van het oude hout.
  • Dun zo nodig bloemen en vruchten uit als die te overdadig aanwezig zijn.
  • Zoete kersen en pruimen niet in de winter snoeien met het oog op loodglansziekte. Snoei zijscheuten zo nodig in de zomer terug op zes bladeren vanaf de basis. De regel is dat alle steenvruchten pas na de vruchtdracht worden gesnoeid.
  • Bij vijgen in het voorjaar de vruchttakken uit het vorige jaar eventueel tot op één of twee knoppen snoeien. Dat houdt de omvang beperkt.
  • Perziken en nectarines dragen vrucht aan hout uit het vorige jaar. Dat kan na de oogst worden weggesnoeid ten gunste van nieuwe vruchtscheuten voor het volgende jaar.
  • Snoei bij frambozen de afgedragen vruchtscheuten tot de grond af zodra de pluk is afgelopen. Haal ook scheuten weg die te ver weglopen. Bij herfstframbozen worden laat in de winter alle scheuten bij de grond weggesnoeid.
snoeischaar
  • Bramen (en Japanse wijnbes) na aanplant direct kort afsnoeien (op 20-25 cm). In de zomer worden ranken gevormd (aanbinden!) die het jaar erop vrucht zullen dragen. Die ranken in het voorjaar toppen. Na de pluk alle afgedragen ranken wegsnoeien en de jonge ranken aanbinden. In het voorjaar weer toppen enz.
  • Kruisbessen dragen op tweejarige twijgen en aan vruchtspoortjes die bijvoorbeeld ook na snoei van zwakke takken ontstaan. Verjong de plant door oude takken weg te nemen. Snoei de kroon steeds open (in de herfst).
  • Zwarte bessen geven de meeste vruchten aan twijgen uit het jaar ervoor. Snoei ze na het inplanten kort terug om sterke nieuwe scheuten te krijgen. Snoei ieder jaar een derde van de oude takken weg.
  • Rode en witte bessen dragen aan korte vruchtspoortjes. De vorming daarvan wordt bevorderd door, in het najaar of winter, takken en zijloten tot ongeveer de helft terug te snoeien. Zorg dat de kroon openblijft. Snoei op naar buiten gerichte knoppen. ’s Zomers worden bladerrijke zijloten eventueel ingekort om het fruit beter te laten rijpen.
  • Druiven en kiwi snoeien in januari. De groei van vorig jaar wegnemen. In ieder geval te lange scheuten inkorten.
  • Hazelnoot in het eerste jaar na aanplant tot de helft inkorten. Snoei ongewenste scheuten weg.
  • Bij walnoot vrijwel niet snoeien. Alleen dode, zieke of verkeerd groeiende takken verwijderen. Doe dat tegen einde zomer, want de walnoot is een bekende ‘bloeder’.

Zie ook: Jaarlijks terugkerende snoeiklussen.