In de natuur hangt alles samen!

Voordat we op die samenhang uitkomen, eerst even het volgende: We moeten nog steeds af van het idee dat alles in het universum om ons draait. Al lijkt dat wel zo, want wie om zich heen kijkt, staat altijd in het centrum van zijn of haar werkelijkheid. We beginnen er steeds meer achter te komen dat dat een fictie is, hoe belangrijk we onszelf ook vinden en hoe men zich ook vastklampt aan verouderde ideeën.

UNDEFINED

Alles in het Universum draait wel, maar niet om ons. Zoals ook de zon niet meer om de Aarde draait. Dat was altijd al andersom, al werd dat ontkend. En toen we (her)ontdekten hoe het echt was, werd ons vervolgens verteld dat de zon het middelpunt van het heelal was. Ook dat is allang geen waarheid meer. Onze zon is een onbelangrijk sterretje ergens in een uithoek van een van de spiralende armen van ons sterrenstelsel dat we de Melkweg noemen. Er zijn miljarden melkwegen. Isaac Newton dacht vervolgens dat alles in het universum meetbaar was en dat de kosmos als een eeuwigdurend uurwerk functioneerde. Ook dat is niet meer waar. Alles is voortdurend in wording en verandering.

Veel mensen geloven nog wel dat wij ‘de kroon der schepping’ zijn. Weer zoiets dat we helemaal zelf hebben verzonnen. We zijn continu bezig onszelf belangrijk te denken. En dat zijn we niet. Wij draaien gewoon mee in allerlei bewegingen waar we niets over te vertellen hebben. Waar we nog maar weinig van begrijpen, maar waar we wel wat mee kunnen of mogen spelen. Helaas zonder de consequenties te overzien van wat we eigenlijk aan het doen zijn. Daar hebben we de hersens niet voor. Ons ‘denkraam’ is gewoon te klein. Dat is voor veel mensen het moeilijkst om te accepteren: dat we nooit volledig zullen kunnen begrijpen waar we ons eigenlijk in bevinden. Dat het Universum iets zo onvoorstelbaar complex is dat we er over een miljoen jaar ook nog maar een fractie van zullen begrijpen. Dat we leven in iets dat ver boven ons bestaan verheven is, dat al onze begrippen te boven gaat.

Universum - De Tuinen van Appeltern

Het Universum is iets onvoorstelbaars

We weten niet eens wat ‘Leven’ is, niet wat energie is en niet wat materie is en hoe dat in het geheel van het Universum past en uit het geheel ontstaat. Het lijkt te gaan om bewegingen of ontwikkelingen in en buiten de tijd en in en buiten wat je ruimte zou kunnen noemen. Maar we weten ook niet wat tijd en ruimte zijn. Einstein zei het al: ‘Ruimte en tijd zijn geen omstandigheden waarin wij leven, maar manieren waarop wij denken’. We hebben er wel theorieën over verzonnen, maar we weten het niet.

Er is niets zeker

Het lijkt alsof we van alles kunnen meten en vaststellen, maar als je achter die oppervlakkige werkelijkheid kijkt – en dat is wat de kwantummechanica doet – dan blijkt alles te berusten op onzekere factoren voor wat betreft energie, tijd, vorm, ruimte, krachten, plaats, impulsen enz. Bewegingen die bovendien oneindig veel kleiner en tegelijkertijd oneindig groter kunnen zijn dan we ons zelfs maar voor kunnen stellen. Niet zekerheid, zoals Newton dacht, maar onzekerheid is het grote principe achter alles. Alles is veranderlijk en verandert voortdurend. Over dat onzekerheidsprincipe werd al in 1927 geschreven door de Duitse natuurkundige, wiskundige en nobelprijswinnaar (1932) Werner Karl Heisenberg, maar het heeft nog tientallen jaren geduurd tot zijn ideeën ook in de schoolboeken opdoken. We leren heel langzaam heel kleine beetjes bij.

Wortels - De Tuinen van Appeltern

Is dan echt alles onzeker?

Ja en nee. Alles is variabel, niets blijft hetzelfde, maar juist die onzekerheid is een zekerheid. Er zijn in alle onzekerheid wel degelijk patronen herkenbaar: er zijn ongelooflijk veel aanwijsbare samenhangen, er duiken overal repeterende vormen op, je kunt processen herkennen waardoor overal in het door ons kenbare Universum dezelfde of vergelijkbare dingen lijken te gebeuren. Ons lichaam bijvoorbeeld is een voortdurend veranderend fenomeen dat uit miljarden cellen bestaat die elk op zich leven – we zijn een georganiseerde bundel samenwerkende eencellige wezens – en die informatie bevatten over zichzelf en over het totaal van alle cellen. Die informatie wordt energetisch opgeslagen (elektromagnetisch of magneto-elektrisch) en doorgegeven. Zonder die informatie kan een cel niet bestaan en kan een lichaam dat uit cellen bestaat, niet bestaan. Die informatie kan veranderen door invloeden van buitenaf. Een cel kan leren en zich aanpassen.

Er is sprake van iets dat lijkt op bewustzijn

Cellen ontstaan vanuit die informatie dragende energie, bestaan een tijdje en gaan dan weer verloren ten gunste van nieuw gevormde cellen die al die al verzamelde informatie opnieuw bevatten. Er is duidelijk sprake van informatievermeerdering. Dat gaat zo bij alles wat leeft, maar opvallend genoeg ook bij alles wat naar ons idee niet leeft. Dus niet alleen bij dieren, planten, schimmels, bacteriën, virussen enz. enz., maar ook bij mineralen, planeten, zonnen, zonnestelsels en zelfs het hele bekende Universum. Om die reden zijn er wetenschappers die vermoeden dat het Universum zelf een bewust levend wezen zou kunnen zijn. Er zijn sterke aanwijzingen voor aanwezig bewustzijn. Sterker nog: er wordt zelfs gedacht dat dat Bewustzijn (met een hoofdletter, want van een onvoorstelbaar niveau) wel eens de sturende basis zou kunnen zijn voor alle energie in al zijn vormen waaruit het Universum bestaat. Informatie bevattende energie is dan alles wat er is. Dan leeft ook alles en is de dood alleen een energetische faseverandering van alles wat in welke vorm dan ook bestaat.

De Engelse natuurkundige en astronoom Arthur Eddington schreef zelfs dat al het bestaande niet meer dan een grandioze Gedachte is. Anderen hebben het – uitgaand van de materie die we denken waar te nemen – ook over ‘gedachtestof’. De gedachte erachter is ‘Bewustzijn’. Een bewustzijn dat overal aanwezig moet zijn, dat alles over alles bevat en waaruit alles ‘is’. Je kunt het niet eens meer opvatten als een energetisch veld, want het is iets achterliggend funderends, het is vóór-energetisch enals je naar de natuurlijke processen kijkt, zou het zelfs sturend zijn. Niemand weet wat het is, maar we zijn er deelgenoot van. Stel u voor: als dit allemaal klopt zijn wij dus kleine stukjes informatie vergarend bewustzijn in het Grote Bewustzijn waar we deel van uitmaken. Over samenhangen in de natuur gesproken!

Boomconnectie - De Tuinen van Appeltern

U bent uzelf niet

Wij denken aan onszelf als ‘ik’. Maar ook dat is waarschijnlijk een fictie. Uit het bovenstaande blijkt dat alles en iedereen voortdurend procesmatig met elkaar is verbonden. Sterker: deeltjes of energiegolfjes die ooit met elkaar verbonden zijn geweest, behouden die verbondenheid waar ze zich ook en hoe ver van elkaar in tijd en ruimte ze zich ook bevinden. Als de een trilt, trilt de ander op hetzelfde moment mee. Dat is het superpositieprincipe dat in de kwantummechanica werd vastgesteld. De afgescheidenheid die we denken te ervaren, de individualiteit, is er in principe niet en kan op elk moment worden doorbroken. Al onze gedachten en herinneringen, gevoelens en dromen zijn in principe continu voor iedereen die daarvoor openstaat, toegankelijk. Hypersensitieve mensen worden overrompeld door alle indrukken die ze van anderen ontvangen als ze in een drukke stad, straat of winkel rondlopen, ze worden bovendien ontregeld door alle kunstmatige elektronische velden die ze doorkruisen. Zo zelfs dat ze er in het laatste geval zelfs ziek van kunnen worden, wat door natuurlijke energie veel minder het geval is. De meeste mensen hebben een beschermend en afschermend energetisch schild om zich heen dat het ‘ik-gevoel’ veroorzaakt, dat afscheidt van de omgeving en daarmee in zekere zin beschermt. Daardoor nemen de meeste mensen die voortdurende verbinding met alles niet zo direct waar.

We zijn aangewezen op kijken, luisteren en praten, voelen en denken. Maar die bezigheden werken indirect: we vormen er onze eigen interpretatie van de werkelijkheid mee. En we doen dat met een lichaam dat bestaat uit cellen die gemiddeld elke zeven jaar zijn vernieuwd en dan dus ook weer aangevulde informatie bevatten. Ons instrumentarium wordt tijdens ons leven voortdurend aangepast, verrijkt of aangetast. Daardoor zien we ‘de werkelijkheid’ ook voortdurend anders. Dus zijn we het resultaat van wat ons vormt en beïnvloedt, van wat we toelaten en van wat ons toevalt. In feite is de voortdurende verbinding die er met alles in het Universum is, veel belangrijker dan dat afscheidende schild. In feite kunnen we alles weten, maar leven we in afgescheidenheid: ik en de ander of het andere lijken werkelijkheid. Maar dat zijn ze niet.

Dualisme. Dat is ons grootste probleem

We zien overal dualisme, tegenstelling en tegenstand, en daardoor competitie. Het is de vraag of dat juist is. Of er niet eerder eenheid en samenwerking is dan afgescheidenheid en tegenstelling. Als we naar de vroegste levende wezens kijken, naar de eencellige organismen, is er nauwelijks nog verschil tussen planten en dieren. Het zogenaamde zoöplankton heeft schitterende vormen die soms zelfs weer aan kristallen (dus mineralen) doen denken. Diatomeeën (kiezelwieren die in zee leven) en het fytoplankton vormen zoösporen om zich voort te planten. De meeste zoösporen hebben haarachtige zweepstaartjes, net zoals spermatozoïden die worden geproduceerd door manlijke dieren (ook mensen), maar ook door varens, mossen, leverkruid en andere primitieve meercellige planten. Er is bijna geen verschil tussen plantaardige en dierlijke spermatozoïden. Dat wijst op één afstamming, één vorm- en ontwikkelingsverhaal, dus één eenheid. Niks tegenstelling.

Herhalende processen

Gelijke ontwikkelingswijzen en vormpatronen zijn in de natuur niet aan afmeting gebonden. Ze zijn overal constateerbaar, vanaf de meest minieme sporen tot gigantische organismen. Hun vorm- en ontwikkelingspatroon ligt in celletjes verankerd die soms pas onder een goede microscoop zichtbaar zijn. Het grootste levende organisme op Aarde, de Noord-Amerikaanse mammoetboom (reuzensequoia) groeit uit een zaadje dat ca. drie millimeter groot is. Dat minieme zaadje bevat al het hele vormconcept van de volwassen boom.

De spiraalvorm is een van de meest voorkomende vormen in de natuur: van schelpen, tot de plaatsing van takken en bladeren,van het zadenhart van een zonnebloem tot hele sterrenstelsels. Vaak maakt de natuur gebruik van wiskundige vormen en reeksen, zoals de reeks van Fibonacci (0 1 1 2 3 5 8 13 21 enz.) waarbij iedere volgende positie de som van de twee voorgaande is, de gulden snede (een overal in de natuur opduikende ideale, harmonieuze vormverhouding) enz.

Er is voortdurend sprake van coöperatieve verbanden, zoals symbiose. Een voorbeeld: korstmossen. Dat zijn geen mossen, maar samenwerkingsverbanden tussen zwammen en algen. De zwammen halen voedsel uit mineralen uit bodem, lucht en water en geven dat aan de algen, terwijl de algen op hun beurt met behulp van zonlicht voedsel produceren voor de zwammen. Er zijn bacteriën die in de wortels van planten leven, stikstof binden en dat aan de plantenwortels leveren. Veel schimmels maken kooldioxide uit de lucht en voedingsstoffen uit de grond opneembaar voor planten. U kunt niet leven zonder de darmflora in uw ingewanden.

Korstmossen - De Tuinen van Appeltern

In de hele natuur barst het van de verbindingen

Tussen mineralen en planten, tussen planten en dieren, tussen gassen en water, tussen planten, water, lucht en bodem. Er bestaan hele netwerken tussen planten die informatie uitwisselen, ook ieder ecosysteem is één totale levende entiteit. Een prachtig voorbeeld van samenwerking is die tussen insecten en bloeiende planten: de insecten bestuiven en de planten leveren op hun beurt nectar aan de insecten. Een zeer efficiënt systeem: planten die door de wind moeten worden bestoven, moeten miljoenen malen meer stuifmeel produceren om als soort te overleven. Sommige bloemvormen zijn totaal op bepaalde insecten aangepast. Er zijn voorbeelden van orchideeën die zelfs de geur van een vrouwelijk insect verspreiden, waarmee manlijke bestuivers worden gelokt. Ook de tijden voor bestuiving en later verspreiding van zaden zijn vaak feilloos op elkaar aangepast. Zo ook de broedtijden van vogels en het verschijnen van insecten als voedsel. Waar je ook kijkt, overal zijn verbanden, is er samenwerking, worden gemeenschappen gevormd, wordt er aangepast aan veranderende omstandigheden, is er sprake van bewuste aanpassing.

Onderzoek

Geheel volgens de geest van zijn tijd, zag Darwin vooral competitie en onderlinge strijd als basis voor zijn ontdekking: evolutie in de natuur. Evolutie (ontwikkeling) is een natuurlijk feit, maar de manier waarop die tot stand komt, zag hij verkeerd. Evolutie ontstaat niet vooral door competitie, maar door bewuste samenwerking. Bewustzijn is een gegeven dat niet alleen mensen en dieren, maar ook planten bezitten. Het idee dat planten vrij eenvoudige, passieve organismen zijn, is door tal van onderzoekingen inmiddels wel veranderd. Planten kunnen hun omgeving waarnemen, erop reageren, ze kunnen met elkaar communiceren, elkaar voeden, ze hebben een geheugen en er zijn zelfs aanwijzingen dat ze kunnen tellen.

Een paar voorbeelden: al meer dan een eeuw geleden deed de Bengaalse fysioloog, natuurkundige en bioloog Dr. Jagadis Chundra Bose experimenten met planten en ontdekte universele verbanden, onder andere een plantaardig zenuwstelsel met gespecialiseerde cellen, kloppende, sappompende hartcellen in het cambium van planten (de dunne groene laag tussen schors en hout) en reflexen op prikkels die op die van dieren lijken (reacties op licht- en andere elektromagnetische frequenties). Hij vond ook onderlinge relaties tussen levende en niet-levende materie (daarover is de gangbare wetenschap het nog niet eens) en veronderstelde al dat er in alle materie bewustzijn aanwezig is volgens de redenering: dat als bij de ‘hogere’ wezens bewustzijn gekoppeld is aan gecompliceerde zenuwcentra, dat zelfde bewustzijn ook in het oorspronkelijke, minder gecompliceerde, uit weefsel bestaande leven aanwezig moet zijn en er zelfs als de zenuwsubstantie is opgegaan in de nog ongedifferentieerde levende materie, nog steeds bewustzijn is. ‘Verspreid, onduidelijk, zonder herkenbaar instrumentarium, maar niet tot niets teruggebracht.’ Deze woorden haalde hij (vrij vertaald) aan uit een verhandeling van de Franse filosoof Henri Bergson.

Annamalai University (Chidambaram, India) ontdekte dat planten reageerden op authentieke Indiase raga’s (Indiase muziek die op Solfeggio frequenties is gebaseerd. Solfeggio frequenties zijn trillingen die corresponderen met die van levende cellen.).
De Amerikaan Cleve Backter deed onderzoek bij planten met een apparaat waarmee hij vanuit zijn werk bij de Inlichtingendienst vertrouwd was: een leugendetector. Hij kwam tot de verrassende ontdekking dat planten zelfs gevoelig waren voor menselijke gedachten in hun omgeving. Vooral voor gedachten die bedreigend waren voor de planten. Hij merkte ook dat planten personen herkenden die de testplant eerder hadden beschadigd. Ze hebben dus ook iets dat op geheugen lijkt. Andere studies lijken te suggereren dat planten ook kunnen horen. Ze reageerden onder andere op het geluid van knagende rupsen.

Bekend is dat planten zwaartekracht waarnemen en zelfs kunnen proeven en ze kunnen andere planten op diverse manieren waarschuwen, bijvoorbeeld chemisch: de geur van pasgemaaid gras is zo’n alarmuiting.
In ‘The Secret Life of Plants’ schrijft de Amerikaanse onderzoeker Marcel Joseph Vogel (overleden 1991) als zijn mening ‘dat er een levenskracht is, een kosmische energie die levende dingen omgeeft en die alle natuurrijken bezitten, inclusief de mens’.

Op steeds meer wetenschappelijke instituten wereldwijd wordt op deze gebieden en naar deze vragen fundamenteel onderzoek verricht. We staan aan de vooravond van een totaal andere kijk op planten en de natuur in het algemeen.

‘Dromen zijn het begin van werkelijkheid. De toekomst wordt gemaakt door die toekomst te zien, door erop af te stemmen. In principe is alles mogelijk.’
Tijn Touber, muzikant en schrijver.

Nu wat concreter

We hebben het over samenhangen in de natuur. In feite is het hele Universum natuur. Veel mensen denken bij ‘natuur’ vooral aan mooie landschappen, de zee, dieren en planten in samenhang met hun omgeving en andere zaken die er zonder tussenkomst van de mens ook op onze planeet zouden zijn. Als de mens zich ermee bemoeit, wordt het cultuur. Wat meestal inhoudt: een versimpeling van de natuur, spelen en rommelen met stukjes natuur.

Steeds vaker merken we dat we onszelf enorme schade berokkenen door onze manier van naar de natuur te kijken en met de natuur om te gaan zoals we de laatste eeuwen hebben gedaan. Hier en daar begint de gedachte te rijpen dat de natuur geen gebruiksartikel is, zoals ons is wijsgemaakt, maar een gevoelige levensvoorwaarde voor een gezond bestaan van alles wat leeft. Wijzelf incluis. Een fenomeen, dat leven, waar we nog bitter weinig van begrijpen, maar waar we steeds meer respect voor zullen moeten ontwikkelen. Daaraan heeft het enorm ontbroken. Die gedachte draagt de kiem voor een gezonde, minder op dualisme gefundeerde toekomst in zich. Volgens sommigen wordt het begin van die andere benadering al steeds meer zichtbaar.

Samenhang, zelfs aan de hemel

Al duizenden jaren wordt er verband vermoed tussen bewegingen aan de hemel en gebeurtenissen op onze Aarde. Een prachtig voorbeeld daarvan is het astronomische gegeven dat de Aarde niet alleen in een jaar om onze zon beweegt, maar ook in een andere cyclus van ca. 25.800 jaar. Dat laatste is het effect van de zogenaamde precessie, een tollende beweging die wordt veroorzaakt doordat de Aarde schuin ronddraait. Eens in die ca. 25.800 jaar komt de Aarde weer op ongeveer het uitgangspunt van die beweging terug. In die lange tijd heeft de Aarde ten opzichte van sterrenbeelden aan de nachtelijke hemel een twaalftijd tijdperken doorkruist die dezelfde namen hebben als die van sterrenbeelden in de jaarlijkse cyclus van de dierenriem of zodiac uit de astrologie. In de lange precessiecyclus duren de verschillende tijdperken ca. 2000 jaar (als het lentepunt op 30 graden van de omloop (360 graden) wordt berekend exact 2148 jaar, maar de tijdperken wisselen in duur). In de astrologie wordt de dierenriem in een jaar doorkruist en duren de twaalf (maar ook wel 13) perioden ongeveer een maanmaand (maar ook daarbij wisselt de duur sterk). Bij deze jaarlijkse omloop kloppen de benamingen (Ram, Stier, Tweelingen, Kreeft enz.) al lang niet meer met de werkelijke constellatie aan de hemel, maar dat is niet zo belangrijk omdat aan verschillende delen van het firmament verschillende eigenschappen en invloeden worden toegekend. Dat is bij de grote precessiecyclus ook het geval, maar daarbij kloppen de benamingen van de sterrenbeelden nog wel. Ieder tijdperk staat daardoor in het teken van een bepaald sterrenbeeld. Op dit moment verlaten we het tijdperk van de Vissen en komen we in het nieuwe tijdperk van de Waterman. Die overgangsperiode duurt ca. 100 jaar omdat de scheidslijn tussen de verschillende sterrenbeelden niet precies is aan te geven. Zo heeft het sterrenbeeld Weegschaal pas later zijn naam gekregen dan de sterrenbeelden met een dierennaam. Voor die tijd werden de schalen van de Weegschaal aangezien voor de klauwen van de Schorpioeen en waren die twee dus één. Volgens velen betekent de huidige overgang van Vissen naar Waterman (dat is dus een astronomisch gegeven) dat er een andere wind zal gaan waaien op onze Aarde. Veel veranderingen die nu plaats hebben worden vanuit die kosmische beweging verklaard. Wij ontwikkelen ons, maar alle delen van het Universum ook. Misschien volgen wij alleen maar een ontwikkeling die vanuit de kosmos in ons sterrenstelsel en in ons zonnestelsel aan de gang is.

De laatste ca. 2000 jaar (de Vissen (Pisces-periode) hebben we een enorme ontwikkeling doorgemaakt met toenemende welvaart, gerichtheid en onderzoek van de materie, maar ook sterke ideologische tegenstellingen, wedijver en afgescheidenheid, kuddegeest en hiërarchische organisaties (nationalistische staten uitlopend op globaliserende multinationals). Bij de tendens die nu ontstaat wordt naar verwachting steeds meer een groepsbewustzijn van sterke individuen gevormd, is er een overgang van aandacht voor materie naar wat daarachter ligt, blijken steeds meer ogenschijnlijke tegenstellingen fictie en juist samenhang te zijn. De piramidale structuur werkt niet meer. Door het doorbreken van afscheidingen zal het egoïsme steeds meer verminderen. Feit is dat de noodzaak van een veranderd inzicht onder andere door de toenemende wereldbevolking en de effecten van ons handelen steeds sterker wordt. Het wordt leven vanuit een visie waarin alles met alles samenhangt. Een grote positieve belofte voor de komende 2000 jaar. Alles hangt met alles samen.!