Het gazon

Een gazon in een tuin is heerlijk om op te liggen en te spelen. Het kan een tuin ook de nodige rust geven. Daarmee is een gazon nog geen noodzaak.

UNDEFINED

De eerste vier tot zes weken na het bezoden behandelt u het gazon nog voorzichtig. De zoden moeten eerst stevig vastgegroeid zijn voor het grasveld goed bruikbaar is. Bij een ingezaaid gazon duurt het zeker drie maanden voor de grasmat volledig bruikbaar is.

Gazon ontwerp

Maaien
Na het leggen van zoden zal al vrij snel gemaaid moeten worden. Vaak al na één week. Maai siergazon op twee à drie centimeter hoogte, speelgazon op drie à vier centimeter. Stel de grasmaaier op de juiste hoogte af en zorg dat de messen scherp zijn. Gebruik in het begin liever geen kooimaaier. Dat vermindert de kans op bruine plekken. Handgeduwde kooimaaiers lopen vaak zwaar en snijden niet goed. U zou het gazon kunnen beschadigen. Gras groeit vanaf 6 °C. Wel blijven sproeien natuurlijk.

U kunt maaien en het maaisel afvoeren of zogenaamd mulchmaaien. In het eerste geval wordt veel voedingsstof (het maaisel) afgevoerd. De grasmat verarmt daardoor en u moet meer mesten. Het laten liggen van grof maaisel is niet aan te raden. Dit veroorzaakt een viltlaag in het gras. Bij het mulchmaaien wordt het maaisel fijn verpulverd. Dan kan het wel blijven liggen en werkt het als meststof voor het gras. Mulchmaaien gebeurt vaak in combinatie met biologisch bemesten. Binnen een dag is het helemaal ‘opgenomen’ door het gazon.

Verticuteren
Dit is stevig uitharken van het gazon om de viltlaag van maairesten en ander afval uit het gras te verwijderen. Een beetje vilt is nuttig, het werkt als een mulchlaag en geeft ‘vering’ aan het gras. Een te dikke laag (dikker dan een centimeter) verstikt het gras en kan doordringen van vocht en mest naar de wortels verhinderen. Verticuteren is vrij zwaar werk. Er komt een enorme hoeveelheid rommel uit het gras, maar het gazon krijgt wel meteen een nieuwe groei-impuls. Het kan zowel in het vroege voorjaar als in de herfst. Dit werk kunt u ook laten uitvoeren door een Appeltern Tuinexpert.

Water geven
De eerste paar weken na het zoden leggen zal de sproeier twee à drie keer per dag moeten werken. Wacht bij zonnig weer niet tot het avond is. Het gras heeft dit vocht hard nodig zolang de graswortels hun werk nog voldoende kunnen doen. Zeker in felle zon. ’s Nachts verdrogen de zoden niet. Na vier tot zes weken zijn de zoden vastgegroeid en is er minder kans op uitdrogen. Bij droogte is dan één keer per week ’s avonds sproeien voldoende. Bij een automatisch watergeefsysteem zijn pop-up sproeiers in het gazon een ideale oplossing. Deze komen door de waterdruk omhoog als ze moeten werken en zakken daarna weer tot onder het maaiveld terug. Let op dat u na het sproeien niet meteen het gras betreedt. Zeker in het begin zakt u weg met uw schoenen.

Bemesten en verdere verzorging
Het gras moet groen blijven en goed groeien. Er zijn verschillende mogelijkheden. Het is het gemakkelijkst om in het voorjaar een lang werkende meststof te geven die tot september werkt. In september kunt u nogmaals mesten met een stikstofarme gazonmest en in januari eventueel kalk strooien op zure grond.

Gazon bemesten

Onkruid
Kwaliteitszoden zijn vrijwel onkruidvrij. Toch kan er onkruid opduiken. Lastig zijn zaailingen van wilde overblijvende grassen als kweek en kropaar. Die zien er anders uit dan het gras uit de zoden. Trek ze uit als u ze ziet. Veel andere onkruiden verdwijnen door regelmatig maaien. Er kan altijd onkruidzaad inwaaien en kiemen. Dat geldt bijvoorbeeld voor paardenbloemen. Steek die uit. Ook soorten als draadereprijs en zevenblad kunnen lastig zijn. Raadpleeg een professionele hovenier. Ook voor de bestrijding van paddenstoelen, sterke mosgroei en schimmels.

Lastig (on)gedierte
Er zijn dieren die de graswortels afvreten en dieren die grond op het gras achterlaten. Tot de eerste behoren de emelten (grijze larven van langpootmuggen) en engerlingen (de larven van de meikever). Goede gewasbestrijding is lastig. Raadpleeg daarvoor een Appeltern Tuinexpert. Regenwormen kunnen kleine aardhoopjes op het gazon deponeren. Verspreid die door ze weg te vegen. Hetzelfde geldt voor mieren. Bestrijd die ook met mierenpoeder. Mollen en woelmuizen of woelratten graven gangen op zoek naar voedsel. Mollen eten regenwormen, insectenlarven enzovoorts. Woelmuizen en ratten knagen aan de graswortels. Hun gangen kunnen instorten en verzakkingen veroorzaken. Mollen werken bovendien grond naar boven, de bekende molshopen. Ook in deze gevallen is goede bestrijding vakwerk.

Blad harken
Als de grasmat te lang door iets wordt afgedekt (een kinderbadje, een tentgrondzeil enz.) zal het gras vergelen en kan het zelfs afsterven. Dat kan ook gebeuren als er te lang opgewaaid blad op blijft liggen. Bovendien is de kans op schimmelinfecties dan groot. Hark het blad daarom regelmatig weg met de bladhark. Voer het vervolgens af of gebruik het als mulch onder heesters.

Winterbescherming
Maai het gras voor de winter niet te kort. Loop zo min mogelijk over een bevroren gazon. Bevroren gras kan ‘breken’, wat in het seizoen erna bruine plekken kan geven.

Als u per se een laagte-element wilt, aansluitend aan uw terras of onder bomen, zijn er voldoende mogelijkheden met bodembedekkende planten. Als u al twijfelde, bedenk dan nog dat het gazon het meest arbeidsintensieve onderdeel van uw tuin is. Ontwerptechnisch gezien heeft een gazon alleen maar voordelen. Elke vorm die u maar kunt bedenken is printbaar. Een gazon kan ook heerlijk verbinden. Plantenborders die elkaar niet raken, maar inspringen in het gras, worden alsnog een eenheid. Met gras kunt u ook prachtige heuvels en golfbewegingen maken, zolang het maar maaibaar is kan alles. Ook als de kinderen nog klein zijn en er klimrekken of boomhutten gebouwd moeten worden is een gazon heel praktisch. Voor huisdieren is een heerlijk groen gazonnetje ook telkens weer een feestje. Hier vindt u wat tips voor het creëren van uw gewenste gazon.

Tip 1

Teveel of te weinig gazon

De eerste twee basisvoorwaarden voor tuingeluk bepalen de gewenste verhouding tussen groen en verharding in het horizontale en verticale vlak. Omdat een gazon per definitie vlak is, kan dat van grote invloed zijn op die verhouding. Het gazon mag dus niet te groot, maar ook niet te klein worden. Het groene tuindeel moet 2/3 van de oppervlakte beslaan en de helft van dit deel (dus 1/3 van het totaal) moet hoger zijn dan 80 centimeter.

Teveel gazon

Tip 2

Rond hoort bij rond, recht hoort bij recht

Een gazon laat zich gemakkelijk vormen, dus elke vorm is prima. Ook hier geldt: laat u inspireren door de lijnen van het huis die u doortrekt in de tuin en door de vorm van het terras. Ronde terrassen, golvende borderranden en gebogen lijnen van een gazon horen bij elkaar. Zorg dat het geheel ook een beetje gemakkelijk te maaien is.

Rechte terrassen, rechte looppaden en rechthoekige gazons horen ook bij elkaar. Maak de looppaden logisch zonder al te veel hoeken en omwegen. Zet op onvermijdelijke hoeken eventueel een haag, boom of heester om deze te accentueren.

makkelijk grasmaaien Gazon accenturen

Tip 3

Extra spanning

Extra spanning krijgt u door het gazon om een hoekje achter bijvoorbeeld een border of heester te leiden. Het gazon ‘loopt weg’ achter een coulisse en iedereen wordt nieuwsgierig naar wat er achter ligt. De tuin lijkt dan ook groter dan hij werkelijk is. Verdeel de beplanting zo dat u dit effect bereikt.

Extra spanning door gazon

Bekijk andere belangrijke tuinelementen of zie eerst nog een aantal handige ontwerptips en trucs voordat u aan de slag gaat.