De tuin van vier seizoenen

We zijn er helemaal aan gewend. Sterker nog: we weten zelfs niet beter. Het jaar telt sinds mensenheugenis in ons deel van de wereld vier duidelijk verschillende seizoenen: lente, zomer, herfst en winter. Maar is dat vandaag de dag nog wel zo?

UNDEFINED

Daar is onze kalender ook op gebaseerd. Die indeling geeft vastigheid. Maar veel mensen hebben de laatste jaren het idee dat de seizoenen niet meer kloppen. Alsof ze verschuiven. En het lijkt wel of er nauwelijks nog een winter is. Ook de planten in de tuin reageren vreemd. Het voorjaar begint zo langzamerhand een maand eerder (vervelend voor mensen die last hebben van hooikoorts), de zomer duurt veel langer, de herfst gaat langer door. De zomer is soms ook droger. Dat was zeker in 2018 het geval. Hebben we te maken met een nieuwe trend? Het lijkt er wel op!

De verandering is absoluut een feit!
Sinds 1954 wordt er een toenemend snelle weersverandering in de seizoenen gemeten. De eerste constatering was inderdaad: ze beginnen steeds eerder. Dat is vooral boven land goed meetbaar. Rond de millenniumwisseling was dat al 1,7 dagen eerder. Ook liggen de gemiddelde zomer- en wintertemperaturen dichter bij elkaar en zijn ze ook gestegen. Sterker nog: ze stijgen nog steeds. In dezelfde periode is ook de CO2-uitstoot door menselijke activiteit sterk toegenomen. In brede wetenschappelijke kring wordt daarom een koppeling tussen die uitstoot van broeikasgas(sen) en de klimaatverandering geaccepteerd. Dat speelt zeker een rol, maar is dat alles? Eén ding is absoluut zeker: het wereldwijde klimaat verandert. Dat gaat zelfs vrij snel. Daarvan getuigen onder andere de klimaatmodellen die het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) publiceert. Daarin worden alle processen verwerkt waarvan de deskundigen weten dat ze invloed hebben op het wereldwijde klimaat en de verandering van de seizoenen. Maar het opvallende is dat daarmee niet alle gemeten effecten worden verklaard. Er is dus meer aan de hand dan wij weten.

Dit wordt een wat ander artikel dan u misschien verwacht
We gaan het niet per se over tuinplanten door de seizoenen heen hebben, of over wanneer er wat in de tuin moet of kan gebeuren. De bestaande informatie daarover is inmiddels al deels achterhaald. Veel van de oude tuinwaarheden kloppen al niet meer. Het gaat anders worden, maar hoe precies weten we nog niet. De verandering is nog volop aan de gang. De natuur is had bezig, maar heeft (anders dan mensen) alle tijd.

Wij leven in ons deel van de wereld in de gelukkige omstandigheid dat we de seizoenen echt ervaren: in de wisseling van kleuren, de geuren, het hoge of lage licht, de langzaam verschuivende, totaal andere temperaturen. We merken de seizoenen in alles wat er leeft en de invloeden die al die zaken op elkaar hebben, en op onszelf. Vergeet dat laatste niet: we reageren geestelijk en lichamelijk veel meer op de omstandigheden buiten ons dan we ons vaak realiseren. Een proces dat echt niet zo simpel is dat we bij grijs weer bij voorbaat somber worden en bij zonnig weer vrolijk. Maar het speelt wel mee. Er speelt veel meer mee. We zijn bijvoorbeeld ongelooflijk lichtgevoelig, maar ook kleur-, geur-, vorm- en geluidgevoelig. Veel van de huidige therapieën om mentale problemen op te lossen zijn daarop gebaseerd. Iedere cel in ons lichaam reageert op wat er om ons heen gebeurt, iedere vezel trilt mee met de natuur buiten. Als daar dus iets verandert, verandert er ook iets in onszelf. Wij zijn samen met al het andere leven onverbrekelijk deel van de levende laag op onze Aarde, de biosfeer.

Vier seizoenen - De Tuinen van Appeltern

We hebben het wel over ‘de natuur’ als iets van buiten onszelf, maar dat is een grote vergissing. Je merkt het als je er op gaat letten. Als het jaarritme in de natuur verandert voor planten en dieren, verandert het ook voor ons. We zullen ons dus moeten aanpassen aan wat er nu aan het gebeuren is. We kunnen dus ook niet meer – we herhalen het nog maar eens – vertrouwen op oude zekerheden over wat er in de tuin mogelijk is en moet gebeuren. Hoe dat gaat veranderen weet nog niemand zeker. Dat het al verandert, is absoluut zeker.

IN DE TUIN BEN JE HET HELE JAAR DOOR IN DE NATUUR (DUS HET DICHTST BIJ JEZELF)

De echte tuinliefhebber is in elk seizoen in de tuin te vinden
Tuinieren (in feite buiten in je tuin in en met de natuur bezig zijn, of nog beter: de natuur ondergaan) is het hele jaar door buitengewoon belangrijk. Het doet je wat. De tuin is het meest dichtbije substituut voor de grote natuur waar we deel van zijn. We kunnen niet zonder. Maar er is een probleem. We zonderen ons er steeds meer van af. Onze technologie overschreeuwt de natuur in onze leefomgeving. Als we niet oppassen raken we de voeling met de ‘echte’ natuur kwijt. De beste remedie daartegen is: ga vaker die echte natuur in. En de makkelijkste manier om dat te doen is: stap in je tuin. Dan ben je in je eigen stuk natuur. En doe dat het hele jaar rond zo vaak mogelijk. Dan blijf je het makkelijkst gezond, zowel geestelijk als lichamelijk.

DE TUIN HOUDT JE GEZOND

Even de tuin in en je bent een ander mens
Het is heerlijk om ’s morgens vroeg je achterdeur van het slot te doen en naar buiten je tuin in te gaan. Tussen de planten. Luister naar de bomen als de wind door de bladeren ruist, luister naar de vogels, kijk naar het licht en de kleuren om je heen. Het bruist van leven. Even diep ademhalen en je tintelt weer. Het hindert niet wat voor weer of jaargetijde het is. Er zijn mensen die alleen daarom al graag een hond hebben: het is een prachtig excuus om lekker even naar buiten te mogen. Als je dan de mogelijkheid hebt om snel een groen gebied te bereiken, is het helemaal geweldig. Je loopt daar namelijk in een trilling die al het Aardse leven kenmerkt, planten én dieren. In huis, op je werk, in een stedelijke omgeving en met een koptelefoon aan je hoofd wordt die trilling al gauw grof overschreeuwd met ruig man-made frequentiegeweld dat met beelden en geluid over je heen spoelt als een tsunami. Je stompt erdoor af. De invloed van de natuur is heel anders. Die kan enorm ruw zijn, maar de basis is bijna altijd uiterst ‘fijngetuned’. Dat heeft alles met frequenties of trillingen te maken. Ook kinderen moeten zoveel mogelijk buiten zijn. Heerlijk in de natuur spelen. Zonder dat mobieltje. Dan stemmen ze zich vanzelf af op de frequentie van Moeder Natuur.

Onze hersenfrequenties zijn de basisfrequenties van alles wat leeft
Iedere neuroloog kan je vertellen wat de frequentiegebieden zijn waarmee onze hersenen werken. Het zijn er vijf: de Delta (0,5-4 Hz), de Theta (4-7,5 Hz), de Alpha (7,5-12 Hz), de Beta (12-30 Hz) en de meest recent vastgestelde Gamma-golf (30-100 Hz). Neurologen weten ook wat die golven met ons doen. Ze zijn allemaal heel interessant en ze raken ons meer dan we vaak weten, maar er zit één serie bij die als basisgolf geldt voor alles wat levend op onze Aarde bestaat. Dat is de Alpha-golf die ook wel Schumann Resonantie of de hartslag van de Aarde wordt genoemd. In de natuur is het een staande golf die heen en weer gaat tussen het Aardoppervlak en de ionosfeer hoog boven onze hoofden. De ionosfeer is een luchtlaag tussen de 75 en 400 km boven ons die niet alleen stralingsdeeltjes uit de kosmos weert, maar ook de lange radiogolven weerkaatst. Voor de Aarde een heel belangrijke laag in de dampkring. Alles in de biosfeer (de levende laag waarin we leven, op de grens van aarde en lucht) is op dat Alpha-trillingsgebied afgestemd.

DE NATUUR VERANDERT, DE SEIZOENEN OOK

De basisfrequenties van het leven zijn aan het verschuiven
Er zijn tal van aanwijzingen dat de Schumann/Alpha-frequentie die we noemden aan het verschuiven is. Dat gebeurde altijd al een beetje, maar nu gaat het vrij snel richting de Beta-waarden. Dat betekent dat alles wat met enig bewustzijn op onze Aarde leeft in een andere bewustzijnssfeer terecht komt. Als je hersenen in het Alpha-gebied werken ben je wakker en ontspannen. Hoe hoger je met de verschuivende Schumann Resonantie in het snellere Beta-gebied komt wordt je nog wakkerder, maar ook meer gespannen (alert). Dat zie je overal om je heen gebeuren. Stress, angst en rusteloosheid nemen toe. De meeste volwassenen functioneren tijdens hun wakkere uren al in het wat hogere Beta-niveau. Dat gaat alleen maar toenemen. We gaan dus wat kritischer, logischer en veel bewuster naar de dingen kijken. Daardoor gaan ons ook de verschillen die inmiddels ontstaan, steeds meer opvallen.

Het gaat dus vooral om een verandering in hersen- of bewustzijnsactiviteit, maar de rest van wat leeft verandert daardoor ook. Alles wat leeft bestaat uit cellen. Ieder levend lichaam bestaat uit tot duizenden verschillende soorten cellen die allemaal in een eigen frequentiegebied opereren. Als daarvan één of enkele celgroepen (bijvoorbeeld een deel van de hersencellen) meer in een andere frequentie gaan functioneren, verandert dat iets aan het frequentiegebied van het totale wezen. Niet alleen onze kijk op de dingen verandert daardoor. De dingen zelf veranderen ook en wij zullen anders met de dingen leren omgaan. Er zijn deskundigen die beginnen te vermoeden dat dit een van de oorzaken van evolutie is. We zouden dan nu dus weer in een tijd van vrij snelle evolutionaire verandering leven. Waardoor de Schumann Resonantie verandert weten we niet. Maar er gebeurt veel meer…

DE SEIZOENEN VERVAGEN

De kalenderseizoenen blijven nog wel een tijd hetzelfde. Het jaar zal nog steeds uit vier porties van drie maanden bestaan, maar de inhoud verandert. In de zomer zullen de zonnestralen nog steeds loodrecht op Nederland neerdalen en in de winter onder een hoek van 45 graden. Het licht verandert dus niet. De temperatuur wel.

Vier tuinseizoenen - De Tuinen van Appeltern

Als het klimaat verandert, krijgen we andere beelden en gevoelens bij wat lente, zomer, herfst en winter betekenen.

De seizoenen veranderden altijd al, maar heel langzaam – zie daarover het aanvullende verhaal over de precessie van de Aarde. Die veranderingen gingen zo langzaam dat je prima tuininformatie kon geven over de juiste periodes en zelfs vrij precieze data om iets in de tuin te doen, over bloei- en oogsttijden enz. Dat is inmiddels een stuk onzekerder geworden. Dat kan iedereen zelf constateren. Planten bloeien onverwacht in periodes waarin ze dat vroeger nooit deden. Het lijkt wel of de herfst tot in januari duurt. Het gras groeit veel langer door (je blijft maaien). Neerslag kan veel heftiger zijn dan gewoon was. Stormen ook. De Aarde is aantoonbaar onrustiger (meer aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en tsunami’s) dan gemiddeld.

Van zeer grote invloed op de klimaatverandering zijn de fluctuerende hoeveelheden energie van de zon en uit de ruimte die de Aarde bereiken, de opwarming en verzuring van het zeewater, de stijging van het zeewaterniveau door het afsmelten van landijs, het periodiek verdwijnen van drijfijs waardoor bijvoorbeeld de noordelijke oceaan (het noordpoolgebied) veel sterker wordt opgewarmd dan vroeger, de toename van broeikasgassen in de lucht, veranderingen in de ionosfeer, door de stijging van de zeespiegel wordt steeds meer land door water bedekt enz. enz. Maar zoals gezegd: met al die invloeden is wat er gebeurt nog niet totaal te verklaren. Niet qua opwarming van de Aarde en niet qua verschuiving van de seizoenen. Het lijkt of de winter verdwijnt en de zomer langer wordt. Of dat zo zal blijven doorgaan? Niemand die het weet.

De precessie van de Aarde
Er zijn heel veel bewegingen van de Aarde in het heelal. Die bewegingen zijn bepalend voor de tijdrekening die we aanhouden en dus de seizoenen. Er zijn verschillende tijdrekeningen mogelijk. Vanaf het jaar 1582 houden we in Europa de Gregoriaanse tijdrekening aan (daarvoor was het vanaf het jaar 325 de Juliaanse kalender). Onze planeet tolt in ongeveer 24 uur om zijn as en draait in ongeveer een jaar (365, 256 dagen; ook dat wisselt iets) om onze Zon. Vanaf de Zon gezien staat de Aarde dan weer op precies hetzelfde punt tussen de sterren. Maar er is nog een beweging, want in die omloop om de zon kantelt de aardas van links naar rechts omdat de Aarde iets scheef staat. Die beweging veroorzaakt de seizoenen doordat de Zon de Aarde in ieder seizoen onder een andere hoek bestraalt. Als de zonnestralen Nederland loodrecht treffen is het bij ons hartje zomer. In de winter treffen die stralen ons onder een hoek van 45 graden. We zien dan een laagstaande Zon. Maar er is nog een beweging: de aardas zelf tolt ook. De Aarde verandert daardoor heel langzaam zijn schuine stand. Die stand komt na liefst 25.770 jaar(!) weer op zijn oude plek terug. In de tussentijd verschuiven de seizoenen en valt het begin van de lente elke 72 jaar een dag vroeger. Dat gaat voortdurend zo door, maar is nooit exact. Het is een benadering van wat er werkelijk gebeurt. Het is geen eeuwig durende, onveranderlijke beweging zoals Newton nog dacht. Onze planeet wordt bijvoorbeeld door de Maan heel langzaam in zijn bewegingen afgeremd.

DE SEIZOENEN BLIJVEN, MAAR WE GAAN ZE ANDERS BELEVEN

De lente begint steeds vroeger
De planten komen eerder in het jaar alweer tot leven. Insecten vliegen vroeger rond. Het kan in de winter nog best korte tijd venijnig koud worden, maar het grootste deel van de winter lijkt steeds meer op een voortdurende herfstperiode. Gevoelsmatig verdwijnt de winter steeds meer en wordt de zomer overheersender. We hebben in Nederland nu al het klimaat zoals dat enkele tientallen jaren geleden in Midden-Frankrijk heerste. Entomologen beleven gouden tijden: ieder jaar worden er tientallen insecten aangetroffen die nieuw zijn voor Nederland. Ze weten hier dan te overleven doordat het net iets warmer is. Fruittelers zijn daar vaak minder blij mee. Steeds meer zuidelijke, gevoelige planten weten steeds noordelijker te overleven.

Seizoenen blijven - De Tuinen van Appeltern

Ook wij leven langer buiten. Er zijn deskundigen die zeggen dat we over dertig jaar in Nederland een klimaat zullen hebben zoals nu aan de Côte d’Azur. Dat zou kunnen, maar het hoeft niet per se zo te gaan. Veel wetenschappers hebben de neiging om ontwikkelingen die ze constateren tot in het oneindige in een lange verwachtingslijn door te zetten. Het kan ook anders gaan. De klimaatverandering gaat zeker door, maar alle oorzaken zijn (zoals gezegd) nog niet voldoende achterhaald. Er zijn dus verschijnselen aan de orde die we nog niet helemaal begrijpen en dus ook niet kunnen aanpakken.

Het is al fantastisch dat de klimaatverandering aanleiding is geworden om van de fossiele economie af te willen. Dat we steeds meer gaan hergebruiken en recyclen. Dat we naar een circulaire economie toe willen werken. Dat we eindelijk gaan begrijpen dat onze planeet een klein ruimtescheepje in het heelal is waarop we met z’n allen moeten delen wat er is om er te kunnen blijven leven. Steeds meer mensen gaan inzien dat we van onze enorme verspilzucht afmoeten. We zijn de tijd van de zandbak aan het ontgroeien waarin we heerlijk konden wroeten en alles om ons heen strooien, want we zijn zelf de papa’s en mama’s aan het worden die de boel moeten opruimen. Er zijn zelfs al mensen die begrijpen dat wat we hier op Aarde hebben misdaan niet op dezelfde manier in het heelal moeten exporteren. Het zal al moeite genoeg kosten om wat we tot nu toe hebben verrommeld weer een beetje goed te krijgen (denk onder andere aan de plastic troep).

We zullen ook heel anders tegen tuinen gaan aankijken. Dat worden minder plekken ‘voor de mooi’ (ze zullen best mooi blijven), maar meer vier seizoenen lang gezond makende, helende omgevingen waar we niet zonder zullen kunnen. Onze technologie kan ons helpen de Aarde weer gezond te krijgen, maar we zullen de flora en fauna om ons heen hard nodig hebben om gezond te blijven. Daardoor is de kans ook groot dat we alles wat er leeft in de tuin met veel meer respect gaan bekijken en verzorgen. Onze leefwereld moet groener worden, zeker ook in de steden. Als je nu vanaf een hoog gebouw over een stad uitkijkt zie je voornamelijk kale daken en muren. Dat moet veranderen.

MEER VERANDERINGEN

We noemen er een paar
Er zijn sterke aanwijzingen dat het aardmagnetisch veld (het elektromagnetische of magneto-elektrische veld rond de Aarde) aan het verzwakken is. Metingen wijzen dat uit. Het is een proces dat sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw aan de gang is. Het effect van dat veld is dat het straling uit de kosmos afbuigt en afweert. Het beschermt de Aarde. Als de sterkte van dat veld afneemt, kan meer straling het aardoppervlak en zelfs het binnenste van de Aarde bereiken. Dat schijnt nu te gebeuren en dat heeft mogelijk een opwarmend effect op de dikvloeibare magmalaag onder de aardkorst. Het zou ook de verklaring kunnen zijn voor de toename wereldwijd van de al genoemde aardbevingen, tsunami’s en vulkaanuitbarstingen. De Aarde is onrustig.

We verwachten zachtere en kortere winters, maar het kan ook anders gaan!
Het gematigde klimaat in ons deel van de wereld wordt voor een groot deel bepaald door de warme Golfstroom die uit de Golf van Mexico komt, de Atlantische Oceaan oversteekt en langs de West-Europese kusten naar het noorden stroomt. Op de hoogte van IJsland buigt deze oceaanstroming weer af naar het westen, naar Groenland. Tegen die tijd is het water zo ver afgekoeld dat het naar de bodem zakt en langs de oostkust van Noord-Amerika weer naar het zuiden stroomt, richting Golf van Mexico. Er zijn aanwijzingen dat ook deze stroming verzwakt. In een ver verleden heeft deze zich al eens verkort, hij verplaatste zich toen al bij Spanje westwaarts en bereikte de noordelijker gebieden niet. Met als gevolg zeer strenge winters in een groot deel van West-Europa. Dat zou dus weer kunnen gebeuren. In plaats van een opwarming zullen we dan een verkoeling van het klimaat krijgen.

Ook het windpatroon lijkt te veranderen
Vroeger was het windpatroon in onze streken vooral een afwisseling van westelijke en oostelijke luchtstromingen. Maar ook dat verandert om nog niet volledig opgehelderde redenen. Het windpatroon wordt steeds meer meridionaal. Dat betekent dat de luchtstromingen veel vaker dan vroeger op het noordelijk halfrond in grote bochten naar of vanuit het noorden of zuiden waaien. In de winter kan dat hevige kou en veel sneeuw geven, in de zomer kan het langer regenachtig of juist heel droog zijn. Het effect van toenemende meridionale stromingen is een minder stabiel weerbeeld dan vroeger toen de hoger waaiende straalstroom sterker was. Het nieuwe effect wordt mogelijk veroorzaakt door de opwarming van de Aarde en het afsmelten van Noordpoolijs. Er is al wel een relatie aangetoond tussen een gematigde El Nino (een warme oceaanstroming in de Stille Oceaan) en de toename van de meridionale stromingen op het noordelijk halfrond.

Conclusie

De Aarde draait nog steeds rustig zijn rondjes rond de zon, maar is zelf met aanpassingen bezig. Een deel van de oorzaken daarvan, bijvoorbeeld de CO2-uitstoot, ligt bij onszelf. Daar moeten we dringend iets aan doen. Een ander deel gaat buiten ons om. Wat er precies gebeurt en waarom, weten we niet zeker. Maar we moeten er rekening mee houden dat er veel gaat veranderen en ons aanpassen, want ieder van ons krijgt er toenemend mee te maken. De levende laag op onze planeet is in ons aan het volwassen worden. Daarmee krijgen we ook meer verantwoordelijkheid voor alles wat leeft. Een verantwoordelijkheid die begint in onze directe omgeving: ons huis, onze tuin, onze straat. Overal waar mensen zijn.