Bol- en knolgewassen

Bol- en knolgewassen beschikken over boven- of ondergrondse delen waarin voedsel voor ‘barre’ tijden kan worden opgeslagen. Vaak zijn dat in de landen van herkomst perioden van grote droogte die ze moeten zien te overleven.

UNDEFINED

Sierui
Bol- en knolgewassen beschikken over boven- of ondergrondse delen waarin voedsel voor ‘barre’ tijden kan worden opgeslagen. Vaak zijn dat in de landen van herkomst perioden van grote droogte die ze moeten zien te overleven. Ze trekken zich dan in hun bol of knol terug, om daarna met nieuw blad uit te lopen en te bloeien. Er zijn zowel voorjaars-, zomer- als herfstbloeiers.

Snoeien
Aangezien de bol of knol door de werking van het blad zijn voedselvoorraad moet zien op te bouwen, is het heel belangrijk dat dit rustig kan vergelen en afsterven. Snoei vergelend blad dus niet af, maar laat het rustig afsterven als u de bollen wilt bewaren. Zo niet, rooi ze dan op, doe ze weg en koop in de periode dat die moeten worden geplant (voor voorjaarsbloeiers is dat het najaar). Steeds vaker worden bolgewassen geplant die in de grond mogen blijven en verwilderen (sneeuwklokjes, krokussen, botanische tulpjes). Daar hoeft u dus niets aan te doen.

Bodemgesteldheid
Bolgewassen groeien in iedere normale tuin, mits voldoende gedraineerd.

Bemesten
Bijzondere bemesting is niet nodig. Ze doen het goed met de meststoffen die u toch al op de tuingrond toepast.

Water geven
Geen bijzondere maatregelen nodig. Bij langdurige droogte sproeien.

Winterbescherming
Bollen die voor verwildering geschikt zijn, kunnen gewoon in de grond blijven. Dek de groeiplekken af met wat sparrentakken of strooi er wat potgrond of compost overheen. Niet-winterharde soorten kunt u oprooien, laten drogen en vorstvrij en vrij droog bewaren of wegdoen.

Zie ook: