Malus domestica

Ook wel bekend als de 'Rode Boskoop Schmitz Hübsch'(Appel , Rode Goudreinet , Moesappel , Goudreinet, rode).
  • Malus domestica 'Rode Boskoop Schmitz Hübsch' - Appel , Rode Goudreinet , Moesappel , Goudreinet, rode
  • Malus domestica 'Rode Boskoop Schmitz Hübsch' - Appel , Rode Goudreinet , Moesappel , Goudreinet, rode
  • Malus domestica 'Rode Boskoop Schmitz Hübsch' - Appel , Rode Goudreinet , Moesappel , Goudreinet, rode

Omschrijving

Deze rode mutant van de Schone Boskoop heeft fraaiere vruchten. Deze kleur meer paarsrood. De smaak is vergelijkbaar met de Schone Boskoop.

Foto's

Specificaties

Plantgroep Fruit meer...
Bloeikleur Wit meer...
Standplaats Zon
Familie Rozenfamilie
Bladkleur Groen
Bloeitijd april
Wintergroen Nee
Planthoogte 200 cm - 400 cm
Grondsoort elke goede tuingrond
Toepassingssuggesties Border.
Synoniem Malus domestica 'Boskoop Bieling'
Winterhardheid zeer goed (-28,8 tot -23,4°C), USDA zone 5
Nachtvorstschade het vruchtbeginsel licht gevoelig
Winner O. Schmitz Hübsch, Merten, Duitsland, voor 1944
Bloeivorm niet zelfbestuivend
Groeiwijze sterk
Vrucht donkerrood tot paarsrood op een gele ondergrond
Rijptijd eind september tot midden oktober
Smaak saprijk, friszuur, vast vruchtvlees, aangenaam aroma
Gebruik handfruit en verwerking (appeltaart, appelflappen)
Leer meer op Wikipedia

Onderhoud

Algemeen:
Pitvruchten kunt u snoeien zolang er geen bladeren aan de boom zitten, ook tijdens de winter kunt u gewoon snoeien
Veel en sterk snoeien van de bomen geeft altijd een (te) sterke groeireactie. Bij veel groei komt de vruchtknopzetting sterk in gevaar
als de boom op hoogte is, niet meer in de kop snoeien
Gebruik goed en scherp gereedschap
wonden groter dan 2 cm behandelen met een wondafdekmiddel

Het eerste jaar, tijdens of direkt na het planten wordt de koptak voor 1/3 teruggesnoeid en meestal de drie zijtakken (gesteltakken). Dit gebeurt omdat de boom nog moet groeien en zich moet vormen. Het volgende jaar worden de takken die gegroeid zijn op de insnoeiplaatsen weer voor 1/3 ingesnoeid. Dit blijft u herhalen tot dat de boom de gewenste grootte heeft bereikt. Daarna snoeit u de koptak en de gesteltakken niet meer in en stopt de hoogte- en breedtegroei vanzelf. Door het insnoeien van de koptak en de gesteltakken komen er kleine takjes aan de ingesnoeide takken. Deze kleine takjes zijn belangrijk, dit worden namelijk de takjes waar vruchtknoppen en later de vruchten aan komen.

Deze kleine takjes mag u nooit insnoeien! Hoe ouder deze takjes worden, hoe meer vruchtknoppen, hoe meer vruchten.

Bij oudere bomen kunnen op de gesteltakken weleens lange eenjarige loten ontstaan, dit zijn de zogenaamde waterloten. Als de boom van binnen te vol is moet u deze loten geheel verwijderen, nooit half doorknippen want dan ontstaan er weer zijtakken aan en krijgt u een boom in een boom. Als er ruimte genoeg is mag u deze loten laten staan (niet inknippen) en het tweede jaar ook niets aan doen, zo ontstaat er een nieuwe vruchttak.
Let op: het eerste jaar groeit een loot, het tweede jaar gaat hij vruchtknoppen zetten en het derde jaar kan hij vruchten geven.

U krijgt een boom nooit ‘klein’ door zwaar te snoeien, want: snoeien doet groeien.

Let bij het snoeien goed op wat bloem- en bladknoppen zijn, bloemknoppen ‘staan’ op de tak en bladknoppen ‘liggen’ op de tak. Bij twijfel wachten met snoeien tot het voorjaar. De eerste knoppen in de boom die groen worden zijn altijd bloemknoppen en bladknoppen worden pas zo’n veertien dagen later ‘wakker’. Bij het ‘wakker’ worden van de bloemknoppen kunt u nog rustig snoeien.