De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeƫnpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeƫnpark

Tuintips januari

In januari is de tuin in rust, maar er zijn heel vaak vorstvrije periodes waarin u wel van alles kunt doen in de tuin. Het is geen echt geschikte periode voor grond- en plantwerk omdat de grond al behoorlijk koud is, maar onderhoud aan gebouwen en bouwsels, omheiningen, klimsteunen enz. kan prima. Ook vormsnoei van winterharde heesters en bomen kan nu prima gebeuren, bijv. het knotten van wilgen en andere bomen. Hier volgen nog enkele tips.

Zorg dat er tijdens vorst niet over planten in uw tuin wordt gelopen
Kinderen die een sneeuwpop maken, vergeten al gauw dat er ook planten in de tuin groeien. Als ze onder een laag sneeuw zitten, vallen de planten ook niet op. In het voorjaar blijkt dan pas de schade.

Kalkbemesting
In januari kunt u prima bemesten met thomasslakkenmeel of landbouwkalk. Het zijn beide meststoffen die de grond verbeteren. Maar geef ze niet tegelijk. In de praktijk wordt soms het ene jaar gekalkt en in het andere jaar thomasslakkenmeel gegeven. Het zijn zeer fijne poedermeststoffen (thomasslakkenmeel heeft een grijze of zwarte kleur) die u bij windstil weer moet uitstrooien, want ze stuiven flink. Strooi ze liefst uit als er regen wordt verwacht en het niet vriest. Het duurt vrij lang voor deze stoffen door de grond zijn opgenomen. Ook voor het gazon is deze bemesting uitstekend. Er zijn overigens ook andere kalkmeststoffen beschikbaar die sneller worden opgenomen en ook later in het jaar kunnen worden uitgestrooid.

Knopvraat
Geef de vogels niet alleen droog brood. Daar zitten te weinig vitamines en in de meeste gevallen te veel zouten in. De vitamines gaan ze ergens anders zoeken, bijvoorbeeld in de knoppen van struiken (met name Forsythia, gele krokussen en fruitgewassen zijn favoriet). Dat geeft soms flinke knopvraatschade omdat de voerplek veel vogels aantrekt die dus ook in de directe omgeving vitamines gaan bemachtigen. Geef daarom zo gevarieerd mogelijk voer, met (ongebrande) pinda’s, vetbollen, allerlei soorten zaden, stukjes fruit enz. Volgelpindakaas is ook prima, omat daar geen zout in zit. Met gevarieerd voer zal de vraatschade meteen een stuk minder zijn.

Strooizand gebruiken!
Zout strooien tegen gladheid is slecht voor uw tuinplanten. Meestal wordt de sneeuw bij het schoonvegen van stoepen en paden tussen de planten geveegd en komt het zout daar ook terecht. Dat leidt tot zoutvergiftiging van de planten. Dat zult u later in het jaar gaan merken aan vergeeld blad en groeiachterstand bij uw planten. Gebruik daarom liever strooizand tegen gladheid. Het werkt net zo goed en is prima voor het milieu en uw planten.

Vorst zonder sneeuw of ijzel: dan ontstaat uitdrogingsgevaar!
Planten die ’s winters groen blijven, gaan ook door met het verdampen van vocht via hun blad. Ze proberen dat op tal van manieren te reduceren (door huidmondjes te sluiten, door de bladstand te veranderen, door blad op te rollen enz.), maar als het zonnig en vriezend weer is en er een droge, koude oostenwind opsteekt, is er geen houden aan en kunnen er bladeren uitdrogen. Dat komt vooral doordat de wortels uit de dan ook bevroren grond geen meer vocht kunnen opnemen. Door bevriezing kunnen groenblijvers zelfs dood gaan. Als er wat rijp op de bladeren zit, is die kans een stuk minder.

IJzel
IJzel is aanvriezend vocht uit de lucht. IJzel kan planten volledig vernielen en we kunnen er niets tegen doen. Eén liter water weegt één kilo, een liter ijs wat minder, maar de takken van bomen en struiken kunnen door aangevroren ijzel zo zwaar worden dat ze eenvoudig afbreken met (soms) enorme schade als gevolg. Coniferen kunnen onder het gewicht van ijzel helemaal tegen de grond worden gedrukt. Laat ze zo liggen. Als het gaat dooien, wordt de oude stand meestal weer bereikt. Als dat niet gebeurt is enige hulp nodig (aanbinden aan stokken en steunen), maar doe dat pas als het dooit. Vaste planten worden door een laag ijzel juist beschermd.