De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

De tuin in november!

Volgens de oude tuinopvatting stopte het plezier in de tuin in november. Maar dat voelen we zo niet meer. We willen het hele jaar door van de tuin genieten. Net zoals binnen gebeurt er jaarrond van alles in de tuin en kan er ook van alles gebeuren.

In de tuin vallen nu vooral de groenblijvers op: klimop, buxus, groene haagplanten en nog veel meer. De winterbloeiers kunnen al gaan bloeien en sommige grassen zijn nog prachtig met hun in het lage licht schitterende bloeipluimen. Herfstbloeiers zorgen voor kleur (herfstkrokussen, herfsttijloos) en siervruchten zijn er nog volop (sierappeltjes bijvoorbeeld). En ook met bomen en struiken met hun vaak fraai getekende basten en kleurrijke takken (denk bijv. aan kornoelje, berken, sommige sierkersen) blijft er genoeg te genieten in de tuin. De luchten zijn nu vaak schitterend. Het is heerlijk om daarvan te genieten terwijl je lekker buiten bezig bent. Ook al koelt het buiten steeds meer af en gaat het ook vaker hard waaien. De winter komt er nu echt aan. Maar wat houd je tegen om toch de tuin in te gaan? Er is in de tuin nog van alles te doen en buiten klussen kan nog best. Groot en klein werk: van schuttingen zetten, terras veranderen, veranda’s bouwen enz. tot een heleboel kleinere ‘dingen om te doen’ (hieronder noemen we er een paar). Vergeet ook de vogels niet. Voer ze regelmatig en ze komen vlakbij.

  • Vogels hebben vitamines nodig. In najaar en winter hebben vogels extra behoefte aan vitamines. In het standaard vogelvoer zitten die wat minder. Leg daarom regelmatig ook stukjes appel enz. op de voerplek.
  • Een boom of struik kan gaan ‘wrikken’ in storm of harde wind. Dat geeft wortelbeschadiging. Wintergroene soorten met hun bladeren zijn natuurlijk extra gevoelig. Een windscherm van tuinvlies of fijn gaas kan de windkracht breken, met een dicht scherm ontstaan er alleen maar val- en wervelwinden die niet goed zijn voor de planten. Bovendien is er kans op beschadiging doordat de hele constructie kan worden omgeblazen. Controleer ook boombanden en de bindingen bij leiheesters en stamrozen.
  • Nu nog voor het gazon zorgen. In ieder geval niet over bevroren gras lopen. Dat kan volgend voorjaar bruine plekken in het gras veroorzaken. Als het nog lang tamelijk warm is, kan het nodig zijn het gras nog een keer te maaien. Bij een buitentemperatuur van 6 °C of meer groeit gras nog steeds. Maai dan niet te kort. Stel de machine af op 2,5 à 3 cm maaihoogte voor fijn siergras en op 4 cm voor het wat grovere speelgras.
  • Van mosvorming hoeft u zich nu niets aan te trekken. Ga zeker niet bemesten om dat mos eronder te krijgen. Gras e.d. wordt dan namelijk weer gestimuleerd om te groeien, waardoor het erg vorstgevoelig wordt. Bij goede behandeling van de grasmat verdwijnen de mossen in het voorjaar vanzelf weer.
  • Haal regelmatig bladeren van het gazon. Onder een laag bladeren kan het gras gaan schimmelen en verrotten.
  • Het afstervende geheel van stengels en bladeren bij vaste planten vormt een prachtig, beschermend winterdek boven de overlevende wortels. De nog overeind staande dode stengels breken bovendien de wind. Laat die daarom zoveel mogelijk zitten. Waar het afstervende materiaal groenblijvende planten dreigt te verstikken, moet u dit natuurlijk wel weghalen. Vind u al dat afgestorven materiaal geen gezicht, vervang het dan door een lekkere laag compost, potgrond of (bij planten die van zure grond houden) tuinturf als compensatie. Kaal maken en verder niets doen is slecht voor de planten.
  • Zelfs zogenaamd winterharde planten in potten kunnen afsterven als hun wortels bevriezen. Dat gebeurt natuurlijk eerder bij planten in kleine potten dan in grotere. Planten in kleine potten kunt u tijdens erg slecht weer beter tijdelijk binnen of meer beschut (wat warmer) zetten. Bescherm grotere potten en containers met noppenfolie. Dat werkt goed. Vergeet niet drainage-openingen vrij te laten.
  • Snoeien kan, maar alleen bij niet-vriezend en liefst enigszins bewolkt weer.
  • Nog bollen planten. Denk niet alleen aan tulpen enz. Er zijn tientallen kleinere soorten (die vaak ook uit kleinere bollen en knollen groeien) die zeldzamer zijn dan tulpen, hyacinten, narcissen enz. Dat wordt het ‘bijgoed’ genoemd. Veel soorten bijgoed kunt u uitstekend laten verwilderen. Het zullen er steeds meer worden en u heeft er geen omkijken naar (maar wel veel plezier van). Denk bijv. aan krokussen, Chionodoxa enz. Eenmaal geplant worden de groepen elk jaar groter zonder dat u er iets aan hoeft te doen. Plant die kleinere soorten altijd in losse groepjes voor een zo natuurlijk mogelijk effect (prachtig tussen bodembedekkers, heesters enz.).
  • Wilt u bollen en knollen eerder in bloei krijgen voor bloei in huis (‘voortrekken’ heet dat), wacht dan tot er groene puntjes verschijnen. Als die zo’n 2-5 cm hoog zijn, kunt u de bollen/knollen in het licht brengen, maar zet ze nog wel koel (10 °C maximaal). In een centraal verwarmd appartement is dit vrijwel niet te doen, daar is het gewoon overal te warm (misschien lukt het wel in het berghok).
  • Stamrozen hebben een entplek (oculatieplek) bovenaan de stam (de verdikking waar de takken uit de stam komen) en nog zo’n plek vlak boven de wortels. Die bovenste entplek kan niet – zoals bij struikrozen – door een laagje aarde worden beschermd (bij struikrozen zit maar één oculatieplek vlak boven de wortels). Dat moet dus op een andere manier. Het is het beste om de oculatieplek in te pakken in sparrentakken (los te koop) door die er stevig omheen te binden. Dat is mooier en beter dan het gebruik van plastic zakken, zoals je zo vaak ziet. In zo’n zak kan namelijk broei optreden, waardoor er vroegtijdig scheuten uitlopen die vervolgens bevriezen of verdrogen als de zak wordt verwijderd.
  • Geef uw mogelijk gevoelige planten die in de volle grond groeien, een extra winterdek in de vorm van een laagje compost of potgrond, zodat de grond eronder niet zo makkelijk bevriest en zorg ook voor goede drainage. Grond die – vooral ’s winters – te lang nat blijft, is funest voor plantenwortels.
  • Zorg ook in de komende maanden voor kleur op uw balkon of terras! Zet de nu lege plantenbakken vol met kleurige planten, zoals winterheide, Skimmia, kleine conifeertjes, besdragende Pernettya, winterviolen enz. Bekleed de bakken voor het inplanten langs de binnenkant met isolerende noppenfolie (zorg dat de drainagegaten vrij blijven!). Gebruik verse potgrond.
  • Van planten zoals aalbessen, Choisya en Forsythia kunt u gemakkelijk winterstek nemen. Knip verhoute twijgdelen van ca. 30 cm lang af en steek die op een beschut plekje voor tweederde in een stukje goed gedraineerde grond (met de bovenkant boven!). Ze zullen dan gaan wortelen. Soms worden ze door de vorst omhoog geduwd. Zet ze dan weer goed vast door de grond er omheen weer even aan te drukken. Tijdens heel koude periodes de stekken eventueel met tuinvlies beschermen. In het voorjaar zult u er blaadjes aan zien verschijnen. Dan zijn ze goed beworteld en kunt u ze uitplanten.
  • Heeft u een moestuin op zware grond (bijv. klei), dan is het nu tijd om die te spitten. Zandgrond pas in het voorjaar spitten (als de vorst uit de grond is). Breng tijdens het spitten organisch materiaal in. Laat de ruwe kluiten gewoon liggen. Niet fijn harken. Die verfijning moet door de vorst gebeuren. Groenten houden bijna allemaal van iets kalk in de grond. Na het bekalken de eerste paar maanden niet mesten. Doe dat pas in maart.
  • Het is nu een uitstekende periode om vruchtbomen en bladverliezende heesters te planten. Maak een ruim plantgat (groter dan de kluit) en breng daar (op de bodem) royaal organisch materiaal in aan. Even doorwoelen. Verbeter ook de uitgegraven grond die weer in het plantgat terug gaat. Snoei nieuwe fruitbomen direct na het planten. Heeft u een heel jong boompje met een centrale harttak (doorgaande stam) gekocht, dan moet u die snoeien om hem een goede boomvorm te laten ontwikkelen. Snoei bij lage stamvormen de harttak boven een flinke zijtak af. Het is het mooiste als er twee of drie stevige zijtakken overblijven. Snoei ook die takken het jaar erop op tweederde terug boven een opwaarts gericht oog (knop). De nieuwe scheuten zullen dan naar boven en naar buiten gericht uitgroeien. Heeft u een twee jaar oude of oudere boom gekocht, dan is de open vorm al door de kweker ontwikkeld. In dat geval hoeft u alleen de zijtakken tot op de helft terug te snoeien.
  • Haal verdroogde vruchten (de zogenaamde ‘mummies’) weg uit kersen-, appel- en perenbomen. Doe ze in de groenafvalcontainer, zeker niet in de compostcontainer. Ze kunnen een bron van infecties zijn.
  • Laat het water uit buitenleidingen en vaste sproei-installaties weglopen voordat het stevig gaat vriezen.