De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeƫnpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeƫnpark

De tuin in mei!

Mei is een van de twee topmaanden in het jaar als het om grasgroei gaat. De tweede ‘groeispurt’ heeft plaats in augustus. U zult nu extra vaak moeten maaien. Vergeet vanaf nu ook de voeding van het gras niet, want wat u afmaait en afvoert is een deel van de voedselvoorraad van de grasplanten. Die zult u weer moeten aanvullen. Door te mesten kan ook het onkruid in het gras harder gaan groeien. Daar zult u dus ook weer wat aan moeten doen. Blijf het onkruid ook elders in de tuin bestrijden! En wat het gras betreft: als u pech heeft zullen de mollen nu extra actief zijn omdat ze jongen hebben en voor voeding moeten zorgen.

Bolgewassen laten afsterven
Bollen die u wilt overhouden, moeten voldoende reservevoedsel kunnen opslaan. Dat lukt alleen goed als u het blad langzaam laat afsterven. Haal het pas weg als het helemaal vergeeld is. Dit geldt ook voor bolgewassen die u wilt laten verwilderen, zoals sneeuwklokjes, krokussen, narcissen enz. Maai in het gazon om afstervende bolgewassen heen.

Regelmatig water geven
Zeker bij jonge en pas ingeplante planten. Ook flink sproeien kan al nodig zijn.
Geef, als u giet, liefst opgevangen regenwater. Dat heeft al de juiste temperatuur. Vang het op in een regenton. Dat is niet alleen praktisch, maar ook heel goedkoop. Zo’n ton gaat een half leven mee. Echt sproeien doet u natuurlijk met leidingwater. Richt een harde straal nooit direct op de planten. Laat het water als fijne nevel neerregenen. Dan heeft het even tijd om de omgevingstemperatuur aan te nemen. Sproei liefst ’s morgens vroeg. Dan is de verdamping nog niet zo groot. Als u ’s avonds sproeit, gaan de planten nat de nacht in en is de kans op schimmelaantastingen veel groter. Overdag is – zeker op een zonnige dag – de kans op waterverlies door directe verdamping het grootst. Dat is dus minder efficiënt qua watergebruik.

Hagen knippen
Sommige haagplanten, zoals Taxus, komen pas in mei goed aan de groei, de meeste andere beginnen al eerder aan hun seizoensontwikkeling. Het is nu tijd om ze te knippen. Dan hoeft u niet zo diep te knippen en ontwikkelen ze zich gelijkmatiger.

De IJsheiligen, koude dagen
11-14 mei wordt de periode van ‘de IJsheiligen’ genoemd. Dan kunnen na een vrij warme periode ineens weer flinke nachtvorsten voorkomen. Zet zomerbloeiers (perkplanten) daarom pas na die periode definitief buiten. Dat geldt ook voor de kuipplanten. Ook die mogen pas weer naar buiten als de kans op nachtvorst is geweken. Zet ze dan niet meteen langdurig in de volle zon, maar laat ze even op een beschutte plek aan het buitenlicht wennen.

Grauwe schimmel (botrytis)
Deze schimmel kan in deze tijd van het jaar snel bloemen, bladeren en vruchten aantasten. Bestrijd eventueel met een geschikt fungicide (anti-schimmelmiddel) zodra u het wollige grijze laagje ergens ziet ontstaan. Hetzelfde geldt voor meeldauw.

Planten
Tot half mei kunt u nog groenblijvende heesters en coniferen planten. Ze worden vaak in pot of met kluit in een gaaslap geleverd. Haal die gaaslap niet weg tijdens het inplanten, maar maak de lap los en spreid hem op de bodem van het plantgat uit. Dat voorkomt dat de kluit uit elkaar valt.

Vergeet de hagen niet!
Geef hagen mest boven de wortels. Dat voorkomt dat die verderop in de tuin op zoek gaan naar voeding en daarmee uw andere beplanten beconcurreren.