De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

De tuin in januari

Adviezen van Rien Meijer

Even doen: bramen opschonen en aanbinden

Anders dan bij frambozen sterven bramentakken niet af nadat ze vrucht hebben gedragen. Bramen dragen vrucht aan het blijvend meerjarig hout, zoals dat heet. Dat betekent dat een braamstruik steeds meer takken vormt die (oud en nieuw) door elkaar heen gaan groeien en een enorme warboel kunnen vormen. Snoeien, leiden en aanbinden is het devies. Ook al omdat bramen aan jongere takken beter vrucht dragen. Haal al het oude en dode hout daarom weg en bind de nieuwe takken tegen een klim‘rek’ aan. Dan zijn de vruchten straks ook veel makkelijker te plukken. Heeft u weinig oppervlak voor de lange takken ter beschikking, bind ze dan rondgebogen aan. Dat scheelt echt veel ruimte.

Breng mulch aan boven de wortels van fruitbomen

Dat is sowieso goed voor de voeding van de bomen, maar het voorkomt ook dat de grond boven de wortels te veel dichtslaat. Dek zogenaamde ‘boomspiegels’ (open grond rond de stammen bij bomen die in een grasmat groeien) nu zeker af met mulch. Mulch kan compost zijn, oude verteerde stalmest, potgrond of iets dergelijks. Wanneer u in deze periode de composthoop of -bak omzet (even de inhoud eruit en in omgekeerde volgorde weer opslaan) krijgt u vanzelf halfverteerde compost die bij uw vruchtbomen goed bruikbaar is. Een 5 cm dik laagje is voldoende.

Bij bonte, groenblijvende planten vallen enkele volgroen bebladerde takken nu extra op

Haal zulke afwijkende takken weg. Eigenlijk zijn de bonte bladeren de afwijkelingen. De volgroene bladeren hebben de oorspronkelijke (natuurlijke) uitvoering van de soort en die gaan op den duur overheersen als u ze niet weghaalt.

Groenblijvers beschermen tegen te veel zon

Groenblijvende heesters houden hun blad en dat blijft ook ’s winters vocht verdampen. Als de grond bij de wortels bevroren is, kunnen de planten dat vochtverlies niet compenseren door nieuw vocht via de wortels uit de grond te halen. Het gevolg is dat de planten kunnen verdrogen. De kans daarop is vooral groot bij felle winterzon en ‘kale vorst’ (als de grond niet door een beschuttende sneeuwlaag is bedekt). Breng in zulke omstandigheden tijdelijk schermdoek (tuinvlies) aan de zonzijde van de struiken aan. Dat is vooral belangrijk bij heesters die nog niet zo lang geleden zijn geplant.

TIP

Als er een flink pak sneeuw valt, kunnen groenblijvende heesters en vooral coniferen door de sneeuwlast uit vorm worden gebogen. Als u daar niets tegen doet, kan de vorm later vaak niet worden hersteld. Ook takbreuk kan voorkomen. Voorkom zulke ellende door de sneeuw tijdig van de takken te verwijderen (door te schudden of te vegen).

Verwijder opschot (wilde scheuten die uit de grond komen) rond de stammen van vruchtbomen

Voorkom dat er een heel takkenbos ontstaat. Pak de scheuten stevig beet en draai ze los. Als u het zo doet, komt het opschot niet meer terug. Snoeit u ze weg, dan lopen de takstompjes weer uit en worden het alleen maar meer scheuten.

Controleer opgeslagen bollen en knollen

Bewaar ze koel en vrij droog. Bijvoorbeeld in een bakje of kistje met compost of scherp zand. Als ze te nat liggen, kan rotting optreden. Snij rotte delen bij knollen weg. Rotte bollen uit de opslag verwijderen. Verschrompelde knollen kunt u gedurende een paar uur in lauw water leggen en zich vol laten zuigen. Daarna kunnen ze prima verder worden bewaard.

Kuipplanten controleren

Zorg dat de wortelkluiten van de planten niet helemaal uitdrogen. Controleer op aantastingen (vaak dopluis) en ruim afgevallen blad en takjes op. Zorg ook voor voldoende ventilatie, maar voorkom tocht.