De Tuinen van Appeltern
Walstraat 2a, 6629 AD Appeltern
Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

Nederlands grootste en mooiste tuinideeënpark

De tuin in februari

Leibomen snoeien

Bij geleide vruchtbomen is het de bedoeling een stam te laten groeien met daaraan korte takken (die takken worden ook wel vruchtzetsels genoemd). Leibomen worden zowel ’s zomers als ’s winters gesnoeid. De ’s zomers al gesnoeide takken worden nu tot op twee of drie knoppen ingesnoeid. Dat moet gebeuren voor de sapstroom in de bomen weer op gang komt. Februari is een prima snoeitijd, alleen niet bij steenvruchten (pruim, kers, perzik enz.) in verband met de kans op loodglans-
aantasting. Die soorten kunt u het beste direct na de oogst snoeien of wat later in het voorjaar als het blad begint uit te lopen.

Zaailingen controleren

Als u al onder glas (of in afgedekte zaaibakjes) hebt gezaaid, moet u de kiemende en al opgekomen plantjes regelmatig controleren op schimmelvorming. Schimmel kan trouwens ook op de zaaigrond zelf ontstaan. Veel luchten (overdag de kapjes van de bakken af) voorkomt een te hoge luchtvochtigheid en geeft daardoor minder kans op schimmel.

Voor de moestuin

Denk aan het wisselteeltschema. Het is voor de gezondheid van de grond in uw moestuin en die van de planten die u er wilt kweken, heel belangrijk dat u van een beproefd roulatiesysteem uitgaat en van te voren al weet waar u welke gewassen wilt telen. Zoals u ongetwijfeld weet of anders in ieder goed moestuinboek kunt vinden, worden niet alleen bepaalde plantengroepen steeds op een andere plek geteeld, maar wordt bij de bemesting ook rekening gehouden met de vruchtbaar-
heid van de grond die ze per groep vragen. U moet dus ook niet uw hele moestuin overal even zwaar mesten. Peulvruchtgewassen brengen zelf al stikstof in de grond. Dat hoeft u dan dus minder te doen voor de gewassen die u na de peulvruchten op hetzelfde stuk grond wilt telen. Varieer wat u kweekt in ieder geval zo dat blad- en stengelgewassen, knol- en wortelgewassen ieder jaar op een andere plek groeien. Meerjarige gewassen (bijvoorbeeld rabarber ) kunt u uiteraard wel langer op dezelfde plek laten groeien.

Hard en zacht water

In grote delen van Nederland en België stroomt vrij hard water uit de kraan. Het bevat dan vrij veel kalk. Zuurminnende planten en het overgrote deel van de min of meer pH-neutrale planten doet u daar geen plezier mee. Het beste water om mee te gieten, is regenwater of onthard water. Regenwater kunt u gratis krijgen nadat u een regenton of ander opvangmiddel hebt gemaakt of aangeschaft. Zelf water ontharden kan door het water eerst te koken en daarna af te laten koelen tot giettemperatuur. De kalk slaat dan neer in de vorm van ketelsteen.

In de tuincentra zijn waterontharders in allerlei vormen en werkend volgens diverse systemen te koop. De hardheid van water wordt in graden Duitse hardheid (°D) aangegeven. U kunt die gegevens bij uw waterleidingbedrijf opvragen. Een hardheid tussen 6 en 10 graden D is goed voor de meeste planten. Bij zuurminnende planten moet het niet hoger zijn dan 5 °D en water van meer dan 10 °D is ongeschikt voor welk soort plant ook.

Nog even nestkastjes schoonmaken

Nog even en de zangvogels willen weer nestelen. Borstel uw nestkastjes daarom nu nog even goed schoon vanbinnen en hang ze daarna weer op.

TIP

Niet lopen over plekken waar vasteplanten, bol- of knolgewassen groeien. Ze hebben deze maand vaak al groeineuzen gevormd en zijn extra kwetsbaar. Een beetje korrelmest (gedroogde koemest o.i.d.) wordt al wel op prijs gesteld.